zondag 31 mei 2026

De Française Benoîte Grault weet wel waarom

Om mijn stelling kracht bij te zetten, laat ik Benoîte Grault mijn oud-stamcafé op de Opex opzoeken, café Zeemansverlangen. (Illustratie tot stand gekomen met behulp van artificiële intelligentie.)


ER IS EEN tijd geweest waarin Oostende zowel volks als chic was. Dat het alle twee was, bepaalde zelfs de identiteit van de stad. Daar kan veel voor, tegen en over gezegd en geschreven worden, maar dit staat vast: het bracht indrukwekkende kunst & literatuur voort. Ik postte er in 2015 een mini-essay over: Maskers, winkeliers en kosmopolieten.
Aan de vuurtoren ontplooit zich momenteel soortgelijke situatie. De toevloed van nieuwe residenten op de Oosteroever enerzijds en de oude bewoning op de Opex anderzijds maakt de vuurtorenwijk zowel volks als verwant aan de beau monde. De geschiedenis van Oostende leert ons dat het een vruchtbare voedingsboden voor literatuur & kunst is.
Benôite Grault (°1920 - 2016†) is het daarmee eens. In 1988 publiceert ze Zout op mijn huid (Les vaisseaux du coeur). (°) Het boek vertelt over de liefde tussen een Parijse intellectuele uit de beau monde en een visser zoals er op de Opex duizenden geleefd hebben: ‘En met de onbuigzaamheid die toen de plaats innam van mijn persoonlijkheid kon ik hem zijn gebrek aan cultuur niet vergeven, zijn gewoonte om de haverklap te vloeken, zijn voorkeur voor bedrukte jacks en voor sandalen waarbij hij sokken droeg, zijn sarcastische glimlach bij abstracte schilderijen die hij de dag ervoor in het museum in enkele zinnen die blijk gaven van een boosaardig gezond verstand had afgekraakt; noch zijn duidelijke voorliefde voor Rina Ketty, Tino Rossi en Maurice Chevalier, precies die zangers die ik niet kon uitstaan en die ik op mijn beurt in een paar besliste zinnen met de grond gelijk had gemaakt! Ik vergaf hem niet dat hij het brood in zijn handen sneed en zijn vlees van tevoren op zijn bord, noch dat hij een beperkte woordenschat had die twijfels opriep over zijn denkvermogen.’ De tegenstelling tussen die twee heeft hoe dan een grote liefde bewerkstelligd èn een literair meesterwerk gecreëerd.
Is dat vissersvolk dan zo speciaal? Daarvan lijkt ook Georges Perros (°1923 - 1978†) overtuigd. Hij verlaat Parijs voor Douarnenez. In Une vie ordinaire vertelt hij waarom, ook over zijn band met Île de Sain, Bretoens eiland dat zo sterk met de visserij verbonden is.
Flor Vandekerckhove


(°) Benoîte Grault. Zout op mijn huid. 2019. Uitg. Meulenhoff. 240 p.

Geen opmerkingen: