11 juli 1922 — ‘[…] Mijn stijl gaat gebukt onder een zekere behoefte aan cadans, een behagen in welluidendheid. Ik zou het minder gepolijst willen, meer breuken en accenten […]’
17 juni 1923 — ‘[…] Goed schrijven, stijl waarvoor ik bewondering voel, is die waardoor de lezer zonder dat het al te veel opvalt, even blijft stilstaan en langzaam voortgaat in zijn denken. Ik wil dat zijn aandacht stap voor stap verdergaat op een voedzame, diep omgespitte bodem […]’
(°) In André Gide. Het innerlijk blauw. Een keuze uit het dagboek. 1918-1939. Uitg. De Arbeiderspers A’dam/A’pen. Privé-domein. Nederlandse vertaling 2006. Gekozen, vertaald en geannoteerd en van een voorwoord voorzien door Mirjam de Veth. 662 pp.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten