maandag 12 januari 2026

Ouders en hun nageslacht

Gouden Leeuw Filmfestival Venetië voor ‘Father mother sister brother’ van Jim Jarmusch. (Wil er bij deze recensie rekening mee houden dat wij fan zijn van die mens en bijgevolg ietwat vooringenomen.)

ER IS een interview met Arno, waarin hij, naar ik me herinner, zei: ‘Ik heb mijn vader te weinig opgezocht. Dat beklaag ik me, maar ‘t is nu te laat hé. Hetzelfde overkomt me met mijn zonen. Da’s normaal hé.’ Over dat normaal gaat Father Mother Sister Brother, nieuwe antologiefilm van Jim Jarmusch. ’t Is een drieluik over de ongemakkelijk aanvoelende afstandelijkheid tussen opeenvolgende generaties in eenzelfde familie. Jim Jarmusch zegt er hier zelf over: ‘De film werd ontworpen als drie bewegingen van een voortgaand muziekstuk.’ En verder: ‘’t Is een stil observeren van mensen, zonder oordeel te vellen. Als er iets waardevols uit voortkomt, hoop ik dat het empathie is en dat het mensen met al hun zwakheden leert te aanvaarden.’
Eén. Broer en zus bezoeken vader. Hij woont afgelegen, in West Milford (New Jersey, USA). Het is de twee niet duidelijk hoe ’t hem daar vergaat. Beschikt hij wel over voldoende geld? Neemt hij medicatie? Ook zijn verleden is onduidelijk: ‘Hij scheen altijd wel projecten te hebben.’  Vader van zijn kant doet zijn best om al die onduidelijkheden te cultiveren. De nieuwe bank bedekt hij met een deken, als om de slijtage weg te moffelen; hij verwelkomt z’n kinderen met afgedragen kleren; Tom Waits, die de vaderrol speelt, ziet er sowieso verlopen uit… Ze hebben elkaar ook niet echt iets te vertellen. Hilarisch is de passage waarin vader zich in de designzetel plaatst en die van zijn kinderen wegdraait om naar ’t landschap te kijken. Dan wordt het weer tijd om afscheid te nemen. Waarna we een metamorfose meemaken, vader maakt zich op om uit te gaan.
Twee. Twee zussen bezoeken moeder die in Dublin woont. ’t Is een jaarlijkse gewoonte, met thee en koekjes. De twee verschillen als dag en nacht
, een van beiden doet wel veel leugenachtige moeite om moeders aandacht naar zich toe te trekken. Die moeder (Charlotte Rampling) is vooral afstandelijk. Ze is een schrijfster die haar dochters ver van haar boeken weghoudt (niet dat ze erg geïnteresseerd zijn, ze doen er ietwat lacherig over.) Dan is ’t weer tijd om afscheid te nemen. De dochters rijden weg, elk hun richting, moeder sluit de deur. Zo, dat hebben we ook weer gehad.
Drie. In Parijs komt een tweeling samen om het leven van de ouders af te sluiten. Het appartement is leeggemaakt, de bezittingen zijn gestockeerd, ze kijken foto’s. Die ouders zijn in een vliegtuigje verongelukt boven de Azoren. Wat ze daar deden? De kinderen weten het niet. Elk van de drie hoofdstukjes toont het: ouders hebben een leven waar kinderen geen weet van hebben (het vrolijke leven van vader, de boeken van moeder, het vliegtuigje boven de Azoren.) Die onwetendheid wordt in elk van de drie delen gesymboliseerd door een al dan niet echt Rolex-polshorloge en ook door een drie keer weerkomende vraag: ‘Kan je toasten met water/thee/koffie?’
Hoe zal het die kinderen zelf vergaan? Ook hun bestaan zal irrelevant zijn voor het nageslacht. Jim Jarmusch suggereert het door een scene die in elk van de stukjes terugkomt. Sierlijk skaten jongeren voorbij de protagonisten die er onbegrijpend, als gebiologeerd, naar kijken: de afstand is al aanwezig, hun tijd is al voorbij. Da’s normaal hé, zou Arno zeggen. 
Wie er meer over wil weten, kan kijken naar wat de makers er zelf over zeggen in Jim Jarmusch, Adam Driver, Vicky Krieps, Tom Waits, & More on Father Mother Sister Brother.
Flor Vandekerckhove

[Dit stukje verschijnt ook in Snapshots. Tijdschrift van de Vlaamse Filmpers.]

Father Mother Sister Brother. Regie en scenario: Jim Jarmusch. Hoofdrollen: Cate Blanchett, Vicky Krieps, Adam Driver, Mayim Bialik, Tom Waits, Charlotte Rampling, Indya Moore, Luka Sabbat. Première: 31 augustus 2025 (Venetië). Duur: 110 minuten.

zondag 11 januari 2026

Met de Hillman naar de Cameo

Links: cinema Cameo, in de Kapellestraat, Oostende. Rechts: een getunede Hillman Musk uit 1955. In mijn herinnering ziet het autootje er bijlange niet zo sexy uit.


DE HERINNERING is zeventig jaar oud, wat om enig voorbehoud vraagt, maar ik herinner me wel degelijk de Hillman. Dat hij ’s winters moeilijk te starten was, herinner ik me zelfs goed. Ik herinner me de zwengel, de 'vrange', waaraan gedraaid kon worden (zonder dat het blijkbaar hielp.) Gevaarlijk spel, die zwengel. Als de motor ‘terug sloeg’, kon je je arm breken of een kaak. Ik herinner me een elektrisch vuurtje dat Onze Marcel op de delco legde, om de luchtvochtigheid met warmte weg te blazen en daarmee ook de oorzaak van de startproblemen. Na een tijdje hielp dat vuurtje ook wel. 
Halverwege de jaren vijftig bestond het winterse zondagsvertier van het ouderlijk gezin uit een cinemabezoek. Met de Hillman ging het naar cinema Cameo — veelal westerns — waar de vertoningen om twee uur ’s middags aanvingen. Wanneer wij ons presenteerden zat die zaal al vol, soms tot in de nok, want de Cameo had twee balkons. We wachtten tot de ouvreuse ons kwam halen. Dat was algemeen gangbaar. Achter het licht van de zaklamp ging je bijvoorbeeld halverwege de vertoning binnen. Na de film bleef je zitten tot je in de volgende voorstelling het journaal van Belgavox gezien had, vervolgens de voorfilm en uiteindelijk ook alle eerst gemiste fragmenten van de hoofdfilm. Dan verliet je de zaal, zodat de ouvreuse weer andere wachtenden kon binnenloodsen.
Tegen die tijd had de luchtvochtigheid nog niet op de delco toegeslagen. Onze Marcel startte de auto alsof het niets was. Wij naar huis, Arjette en Onze Marcel vooraan, ik in een rieten zeteltje, in de laadbak. Mooie momenten: hij ging op zo’n dag niet zuipen, zij liep niet chagrijnig en de cowboyfilm die we net gezien hadden, leerde me dat alles uiteindelijk in orde komt, als je maar geen Indiaan bent.
Flor Vandekerckhove⇲ 

De e-boeken (pdf of epub naar keuze) van De Lachende Visch zijn gratis. U bent in deze geen consument, u koopt dit literaire experiment niet, ik heb u nodig om het af te maken. De tekstkroes is als een beker waarin ik al mijn creativiteit gooi. Daar mengt mijn imaginatie zich met die van u, lezer, zodat dat er misschien wel goud van komt.
De tekstkroes is een e-boek, 337 pagina’s, uitgegeven door De Lachende Visch. De distributie gebeurt buiten de markt, via De Weggeefwinkel. Het e-boek is gratis voor wie erom vraagt. Vermeld ‘Tekstkroes’ en zeg of u pdf dan wel epub verkiest. Doe het via liefkemores@telenet.be en het boek valt vandaag nog in uw e-box.



zaterdag 10 januari 2026

Winterpret

Toeschouwers langs de weg, terwijl ik op de vlucht ben voor winterpret. Zoals ge ziet: artificiële intelligentie staat nog niet helemaal op punt.

OP DE VLUCHT voor nietsontziende winterpret, loop ik in een val die Mong De Vos daar eer heeft opgesteld. Daarin zit ook Mong De Vos, want wie een put graaft voor een ander valt er zelf in. (Flor Vandekerckhove)
 
WINTERPRET is een driezinnenverhaal. Het zijn experimenten in het maken van extreem korte verhalen, uitgaand van 't vermoeden dat internetlezers scrollen, surfen & swipen en dat ik bijgevolg maar korte tijd heb om hen mijn literair werk te tonen. In plaats van daar meewarig over te doen, neem ik die realiteit ter harte. 
In het e-boekje 2HONDERD 3ZINNENVERHALEN & 1LINERS verzamel ik er 200. Het boekje heeft als bijkomende plus dat je elke titel kunt aanklikken, de hyperlink leidt je dan naar een video waarin het verhaal geïllustreerd wordt en te horen/zien valt, 200 YouTube-producties in totaal. EN DAT ALLES IN 1 BOEKJE ! Zoals alle digitale publicaties (pdf en EPUB) van De Lachende Visch is ook 2HONDERD 3ZINNENVERHALEN & 1LINERS gratis. Mail erom en je bestelling wordt meteen ingepakt door de juffrouwen van De Weggeefwinkel. (en vermeld de titel: in dit geval ‘200’, dan begrijp ik het wel.): liefkemores@telenet.be.

vrijdag 9 januari 2026

Traction avant in de Suisse Normande

De postkaart toont de plek naast de Orne, waar ik mezelf wilde fotograferen. Echter! Op 7 januari lag er in de Suisse Normande een dikke sneeuwlaag. Onverrichter zake reed ik terug naar ’t centrum van Saint-Martin-de-Sallen (600 inwoners). Daar patineerden de wielen in de scherp opgaande bocht (rode pijl in hoofding).


SUISSE NORMANDE. De streek maakt haar naam wel waar en in de sneeuw heeft het landschap een bijzonder hoog kerstkaartgehalte. Ik bevind me in Saint-Martin-de-Sallen, waar ik op Tania wacht, die wandelend onderweg is van Clinchamps-sur-Orne naar hier. Als er evenveel sneeuw op haar wandelpad ligt als op straat, wordt het een harde dobber.
De GR 36 die ze bewandelt, volgt in Normandië al enige etappes de Orne en ook nu bevind ik me in een dorp dat naast de Orne ligt. In dit geval is ‘naast liggen’ een breed begrip. De dorpskom ligt boven, de rivier ligt ver uit het zicht, helemaal beneden. Ergens in de diepte.
Omdat ik me vandaag per se naast die Orne wil vereeuwigen, rij ik de berg af. Hoe verder, hoe hachelijker. Sneeuw! Sneeuw! Sneeuw! Op mijn leeftijd wint voorzichtigheid het al gauw van avontuur. Naast de Orne poseren zal voor een andere keer zijn. Ik keer mijn kar. 
Mijn voorzichtigheid loont helaas niet. Bij het binnenrijden van het dorp patineert de auto. Hoe ik het ook probeer — zachtjes, hard, traag, rap, scheef, recht, links, rechts, met en zonder aanloop, voorwaarts, achterwaarts… — ik geraak geen meter verder. Zie me daar staan, vlak op de hoek, in ’t midden van de straat. 
Een vrouw opent het raam. Ik vraag haar of patineren hier normaal is. ‘Wel zeker,’ zegt ze, ‘ik heb stalen platen die je onder de wielen kunt plaatsen.’ Die blijken helaas verloren gelegd. Haar buurvrouw dient zich aan: ‘Ik heb de gemeentediensten gebeld. Ze strooien meteen.’ Zoveel vriendelijkheid op een straathoek! 
Drie mannen komen kordaat aangestapt, twee met emmer zout, een met schop. Ze bezetten gedrieën heel de straatbreedte. Daar naderen waarlijk The Good, the Bad and the Ugly
In mijn hoofd weerklinkt het filmthema van Ennio MorriconeDe drie geven de vrouw een zoen, in dit dorp kent iedereen elkaar. Ze gaan over tot de daad.
‘Dat patineren komt doordat je met een traction avant rijdt,’ zegt de vrouw. Ik vraag haar hoe ze zo’n dingen weet. ‘Ik heb in de autoindustrie gewerkt,’ antwoordt ze. ‘Nu niet meer natuurlijk, de productie van Renault werd naar China verplaatst.’ Intussen doet het zout zijn werk en meteen rond ik gezwind de bocht. Ik parkeer de auto en vraag de mannen of ik hen in de bar-tabac met een koffie kan plezieren. Die is helaas voor onbepaalde tijd fermé. 
Vrouw sluit raam, kinderen gooien sneeuwballen, mannen bergen gerief op, lucht kondigt verse sneeuw aan, ik schrijf dit verhaal.
Flor Vandekerckhove⇲ 

De e-boeken (pdf of epub naar keuze) van De Lachende Visch zijn gratis. U bent in deze geen consument, u koopt dit literaire experiment niet, ik heb u nodig om het af te maken. De tekstkroes is als een beker waarin ik al mijn creativiteit gooi. Daar mengt mijn imaginatie zich met die van u, lezer, hopend dat er zodoende goud van komt.
De tekstkroes is een e-boek, 337 pagina’s, uitgegeven door De Lachende Visch. De distributie gebeurt buiten de markt, via De Weggeefwinkel. Het e-boek is gratis voor wie erom vraagt. Vermeld ‘Tekstkroes’ en zeg of u pdf dan wel epub verkiest. Doe het via liefkemores@telenet.be en het boek valt vandaag nog in uw e-box.

dinsdag 6 januari 2026

Iemand bij ’t zeven(tien)de zetten

Er circuleren ook wel recentere foto’s van het onderwijzerscorps van ’t klein college in Oostende, foto’s waarop ook meester Henri Deroo staat (de mens waarom het me hier te doen is) maar helaas geen enkele van zijn klas in 1961-62 (ik vermoed dat er in dat jaar geen klasfoto gemaakt werd.) Ik kies de foto van 1951 omdat hij ons iets meegeeft van de klerikale tijden waaruit wij, babyboomers, voortspruiten: V.l.n.r. 1ste rij, M. Proot, principaal O. Verbeke, Oscar Maes, directeur J. François, R. Debrock. 2de rij, Henri Dangez, Raymond Houwen, A. Declerck, Henri Declercq, Maurice Ghesquière, Leopold Lambrecht, Gerard Catry, J. Dewulf, H. De Zutter. 3de rij, André Maes, William Vande Keere, W. Sarrazyn, Godfried Deruytter, W. Brackez, G. Defauw, F. Deceuninck. 4de rij, Robert Noyen, A. Rotsaert, Herman Vansteelandt, Michel Verstraete, André Dewilde. 5de rij, Paul Vanhaverbeke, Henri Denoo. (De foto komt uit een FB-bericht).

STEL JE voor. Het jaar is 1961 en je bent twaalf. In Bredene rond je ’t lager onderwijs. Er moet gekozen worden. Onze Marcel ziet een toekomstige slager in je, een zoon die de kiekenwinkel tot beenhouwerij opwaardeert. Arjette twijfelt: ‘Een col wast makkelijker dan een kiel. Mij wordt niets gevraagd, ik ben een kind. De slagersschool in Anderlecht is een optie. Daar wacht me desgevallend ’t internaat en ja, hoeveel zal dat weer niet kosten. En ben ik daar niet te jong voor? De kwestie blijft onbeslist.
In september 1961 presenteer ik me in ’t ‘klein college’ van Oostende, bij onderwijzer Henri Denoo. Zijn klas heet ’t zevende, een voorbereidingsjaar op middelbaar ouderwijs. P
rincipaal Carron raadt Arjette die klas aan voor haar zoon, ’om beter Frans te leren.’ Mijn ouders geeft het extra tijd om de slagerskwestie te beslechten.
Iemand bij ’t zeventiende zetten, zo heb ik het aangevoeld. Ik zat daar omdat ’t college zo’n overgangsklas te vullen had. En ik zat er ook omdat mijn ouders geen raad met me wisten. Heb ik dat altijd zo aangevoeld? Dat denk ik wel. Het frustreerde me dat ik letterlijk in een lagere categorie geplaatst werd, terwijl leeftijdsgenoten naar 't 'groot college' trokken. Nu begrijp ik dat uiteraard wel. We beleefden de trente glorieuses, het Wirtschaftswunder, de wederopbouw. Families als de mijne stuurden voor het eerst hun kinderen naar ‘de grote school.’ Wisten zij veel.
Ik bekijk de lijst van leerlingen die in 1961-’62 dat zevende studiejaar met mij deelden (°). Vergis ik me als ik concludeer dat daar vooral jongens uit eerder onmondige milieus terechtkwamen, kinderen van zogenaamd ‘eenvoudige mensen’ die tegen de ‘suggesties’ van zo’n principaal geen weerwerk konden bieden?
Flor Vandekerckhove

(°) Ik krijg de leerlingenlijst van dat zevende studiejaar van oud-medeleerling Jozef Passchyn die me al menig keer kon helpen bij deze reeks herinneringen. In volgorde van uitmuntendheid: Guido De Ruytter (†), Marc Vermeersch, Lionel Dekeyser, Fernand Calle, Daniël Gunst, Daniël Jonckheere (†), Jozef Passchyn, Jean-Pierre Casier, Patrick Billiet, Eric Hollevoet, Daniël Decorte, Bertrand Dehaemers, Flor Vandekerckhove, Adelin Claeys, Ronny Beyen (†), Freddy Buffel, Albert Declercq, Frans De Cuypere, Bernard Vanneuville, Marc Messiaen, Albert Tas, Pierre Van Rie, André Ollieuz, Jean-Claude Vens, Fernand Devos en Eric Delaere.

'De e-boeken (pdf of epub naar keuze) van De Lachende Visch zijn gratis. U bent in deze geen consument, u koopt dit literaire experiment niet, ik heb u nodig om het af te maken. De tekstkroes is als een beker waarin ik al mijn creativiteit gooi. Daar mengt mijn imaginatie zich met die van u, lezer, hopend dat er zodoende goud van komt.' (Flor Vandekerckhove)
De tekstkroes is een e-boek, 337 pagina’s, uitgegeven door De Lachende Visch. De distributie gebeurt buiten de markt, via De Weggeefwinkel. Het e-boek is gratis voor wie erom vraagt. Vermeld ‘Tekstkroes’ en zeg of u pdf dan wel epub verkiest. Doe het via liefkemores@telenet.be en het boek valt vandaag nog in uw e-box.

maandag 5 januari 2026

Mark Manders schrijft (met) objecten

Links: eenbenige uit de middeleeuwen, midden: ‘Selbst mit einem Fremdbein’. Rechts: tattoo op mijn rechterhand. 

BEELDEND KUNSTENAAR Mark Manders (°1968) exposeert zijn Mindstudy nog tot 18 januari in Museum Voorlinden. Weinig kans dat u daar nog op tijd geraakt, maar ik wil er toch iets over kwijt. In de museumshop van Voorlinden kocht mijn dochter een tattoo voor me. Daardoor loop ik nu met een werk van Mark Manders op mijn rechterhand: afbeelding van een skiapode
Waardoor ik de aandrang voel iets over die fabeldieren te zeggen. 
Eenbenig als ze zijn, hoppen ze door ’t leven. Als het daarvoor te warm is, leggen ze zich op de rug, been omhoog, waarbij hun voet als parasol dient. ’t Is geen zicht, wel efficiënt.
Manders gaat met die eenbenigen aan de haal: ‘Ik heb Skiapode-afbeeldingen gemaakt uit verschillende periodes en regio's. Soms zijn dat er uit de middeleeuwen. De recentste is een schilderij van Maria Lassnig uit 1998, ‘Selbst mit einem Fremdbein’. Laatstgenoemd werk toont voorbeeldig hoe Manders zijn eigen wereld creëert. Maria Lassnig is 2014 gestorven. Het schilderij dateert van 2022 — van na haar dood — en niet van 1998 zoals Manders valselijk claimt. ‘Dat klopt,’ zegt hij in een interview, ‘maar door dat toe te geven, zou alles complexer en onvoorspelbaarder worden.’ Hij heeft gelijk, we moeten het eenbenige hoppen niet moeilijker maken dan het al is.
Ik doe Mark Manders in deze post onrecht aan, skiapodes zijn maar één woord in het universum dat hij creëert als beeldend schrijver: een schrijver die (met) objecten schrijft. Zijn oeuvre is, zegt hij, een ruimtelijk ‘boek’ dat ‘Zelfportret als gebouw’ heet. Wie er meer over wil weten, klikt op zijn site. Misschien scrol je daar naar Text, meer bepaald naar Room with All Existing Words, waar de kunstenaar er zelf meer over zegt. 
Mooie tattoo!
Flor Vandekerckhove
'De e-boeken (pdf of epub naar keuze) van De Lachende Visch zijn gratis. U bent in deze geen consument, u koopt dit literaire experiment niet, ik heb u nodig om het af te maken. De tekstkroes is als een beker waarin ik al mijn creativiteit gooi. Daar mengt mijn imaginatie zich met die van u, lezer, hopend dat er zodoende goud van komt.' (Flor Vandekerckhove)
De tekstkroes is een e-boek, 337 pagina’s, uitgegeven door De Lachende Visch. De distributie gebeurt buiten de markt, via De Weggeefwinkel. Het e-boek is gratis voor wie erom vraagt. Vermeld ‘Tekstkroes’ en zeg of u pdf dan wel epub verkiest. Doe het via liefkemores@telenet.be en het boek valt vandaag nog in uw e-box.

zondag 4 januari 2026

Jean Gabin en het liquideren van exotische planten in de duinen

In de duinen: stapels uitgeroeide exotische planten. Inzet: Jean Gabin.

OP WEG naar de Spinoladijk stap ik over ’t duinpad en kijk naar kaalgekapte duinen. Kranen hebben er planten uitgeroeid, letterlijk met tak en wortel. Ferme bergen uitheemse woekerplanten, stronken, rimpelroos, boksdoorn, mahonie en Amerikaanse vogelkers, halve bomen, hele struiken. Al die planten horen daar niet thuis, verneem ik hier. ’t Zijn exoten die ontsnapt zijn, misschien wel uit uw tuin, of via ondergrondse wortelnetwerken, zaden, vogels die de bessen opeten en weer uitschijten of door het dumpen van tuinafval in de natuur. Zo kunnen sommige planten zich spontaan vestigen in duinen waar ze geen natuurlijke vijanden hebben. Ze krijgen dan vrij spel om zich ongelimiteerd in duingebieden uit te breiden. Maar nu niet meer! Op die plek zal, belooft ons Life Dunias, weer duingrasland ontstaan, er zullen weer soorten orchideeën groeien die er eertijds ook waren. Daar komt ook weer plaats voor de rugstreeppad en voor diverse vlindersoorten. 
Aan de digitale cafétoog die Facebook is, uiten mensen daarover uitgesproken meningen, veelal startend met de uitroep ‘Waarmee zijn ze bezig!’ Volgens de enen is al dat werk een maat voor niets, volgens anderen zijn die exoten daar juist welgekomen: ‘Ze houden ’t zand tegen, versterken de duinen’, ik zie er ook een die de liquidatie van exoten doortrekt naar de volgens hem interessante omvolkingstheorie
Zelf ga ik er gemakkelijkheidshalve van uit dat die van Life Dunias weten wat ze doen. Maar in de krant lees ik toch ook een interview met landschapsarchitect Bas Smets die (weliswaar over stadsontwikkeling) zegt: ‘In- en uitheems, de opdeling is achterhaald. Als het klimaat verandert, dan ook de vegetatie. We moeten nadenken over soorten die adaptief zijn. Wat kunnen we nu aanplanten dat over vijftig jaar nog zal leven?’
Intussen bereik ik de Spinoladijk. Ik denk aan mijn oude ik die vijftig jaar geleden ook zo’n uitgesproken meningen had. ‘Toen ik vijfentwintig was, wist ik alles’ , en niet alleen over duinen en exoten, ook ‘over de liefde, de rozen, het leven, het geld… Ik had al alles meegemaakt.’  Toen ik vijftig werd had ik ‘gelukkig, net als mijn makkers, nog niet al mijn kruit verschoten: In de zomer van mijn leven, leerde ik nog veel.’ Ja, ik vertaal stukken uit Maintenant je sais, lied waarin Jean Gabin (°1904 - 1976†) met een ferm doorrookte stem in elke levensfase denkt: ‘Ha, nu weet ik het.’ 
Over enkele weken word ik 77, waarmee ik Gabin al ruim overleefd heb. Meer nog dan hij, murmel ik: ‘Je suis encore à ma fenêtre, je regarde, et j' m' interroge…’ En terwijl ik ’t einde nader  — en niet alleen dat van de Spinoladijk — denk ik graag à la Gabin: Maintenant je sais qu’on ne sait jamais.
De e-boeken (pdf of epub naar keuze) van De Lachende Visch zijn gratis. U bent in deze geen consument, u koopt dit literaire experiment niet, ik heb u nodig om het af te maken. De tekstkroes is als een beker waarin ik al mijn creativiteit gooi. Daar mengt mijn imaginatie zich met die van u, lezer, hopend dat er zodoende goud van komt. 
De tekstkroes is een e-boek, 337 pagina’s, uitgegeven door De Lachende Visch. De distributie gebeurt buiten de markt, via De Weggeefwinkel. Het e-boek is gratis voor wie erom vraagt. Vermeld ‘Tekstkroes’ en zeg of u pdf dan wel epub verkiest. Doe het via liefkemores@telenet.be. en het boek valt vandaag nog in uw e-box

zaterdag 3 januari 2026

De schrijver als antiburger

Links de Nederlandse dichter Willem Kloos in 1892. Rechts Willem Kloos in Ede, 1894.
Beide portretten zijn van 
Willem Witsen.


VAN DIT CITAAT zou mijn maat JP Boentges (†) ongetwijfeld genoten hebben. In onze apenjaren was Willem Kloos (°1859 - 1936†) een van onze lievelingsdischters. De andere was Paul Verlaine en die was, niet alleen qua kledij, nóg erger.
‘De twee foto’s die Willem Witsen in 1892 en 1894 maakte van zijn vriend Willem Kloos laten zien hoe Kloos dat schrijverschap visueel heeft uitgedragen. Het haar van de schrijver zit in de war, hij heeft een vlassig snorretje en kijkt je met bloeddoorlopen ogen aan. Het pak dat hij draagt is niet erg netjes — en getuigt eigenlijk alleen maar van het feit dat deze figuur misschien ooit tot de gegoede burgerij behoorde, maar daar nu toch ver van verwijderd is geraakt.
Zo’n schrijver is niet te vinden in een literaire sociëteit, maar heeft als favoriete habitat het café. Aan het gezicht van de dichter kunnen we ook aflezen dat hij zeer fijngevoelig is, iemand die meer voelt dan gewone stervelingen. En dat is ook wat deze vorm van schrijverschap zo belangrijk maakt: de schrijver offert zijn maatschappelijke aanzien op om vanaf de zijlijn diepzinniger dingen te kunnen voelen, denken en zeggen dan gewone burgers. Met de Tachtigers, kortom, wordt de schrijver de kritische buitenstaander die een vrijplaats creëert waar alles gezegd, gedacht en gevoeld mag worden.’ (°)
(°) Sander Bax. Schrijversmythen. Literatuur en schrijverschap tussen 1880 en 2020. 2024. Uitg. Prometheus A’dam. 511 p.

U BENT in deze geen consument, u koopt dit literaire experiment niet, ik heb u immers nodig om het af te maken. De tekstkroes is als een beker waarin ik al mijn creativiteit gooi. Daar mengt mijn imaginatie zich met die van u, lezer, hopend dat er zodoende goud van komt. 

De tekstkroes is een e-boek, 337 pagina’s, uitgegeven door De Lachende Visch. De distributie gebeurt buiten de markt, via De Weggeefwinkel. Het e-boek is gratis voor wie erom vraagt. Vermeld ‘Tekstkroes’ en zeg of u pdf dan wel epub verkiest. Doe het via liefkemores@telenet.be. en het boek valt vandaag nog in uw e-box.



vrijdag 2 januari 2026

Twee werelden

Flor Vandekerckhove, tiener in 1965, aan de achterdeur van de ouderlijke woning in Bredene. Zijn coupe lijkt ietwat op dat van The Beatles (Daar heeft Jef de coiffeur voor gezorgd.) Rechts: Lucien Declercq, a.k.a. Ballong, leraar Nederlands in het college van Oostende.

IN 1964-65 was ik een tiener die school liep in ’t college van Oostende. Lucien Declercq was daar leraar Nederlands en in 1964-65 gaf hij les aan de Vierde Moderne Humaniora. Wij zeiden Ballong, wat met zijn postuur te maken had. Als een bullebak heerste hij over de pubers, hij werd gevreesd.
Ballong legde een talent in me bloot. Hij quoteerde mijn opstellen erg hoog, 9, 9,5… een enkele keer zelfs met het anders nooit voorkomende 10. Hij zorgde ervoor dat ik voor het eerst gepubliceerd werd. Ook liet hij me deelnemen aan een Europese opstelwedstrijd, onderwerp was iets met ‘verenigd Europa’. Ik won die wedstrijd.
Aan het begin van de vakantie werd de prijs uitgereikt, in Brussel. Dat lag moeilijk, in de kiekenwinkel van het toeristische Bredene was ’t in de zomer erg druk. Onze Marcel begreep wel dat er aan Brussel niet te ontsnappen viel, toch niet door mij. Dat de winkel daarom die ene dag gesloten zou worden, was dan weer onbespreekbaar. Hij kon me bijgevolg niet vergezellen en Arjette kon dat evenmin. Alleen naar Brussel? Ik was al blij als ik in Oostende 
de weg vond. 
Doordat principaal Arsène Carron (†1986) de prijsuitreiking niet wilde missen - de school  deelde in de eer - was er een oplossing, ik kon de directeur vergezellen. Daardoor komt het dat ik me op die dag in juli 1965 op de lege speelplaats van het college bevond, een hoog ommuurde plek waarop wel honderd vensters neerkeken. Daar wachtte ik in mijn zondagse kleren lange tijd op de directeur. Op den duur trok ik mijn stoute schoenen aan en ging vragen waar hij bleef. De econoom deelde me geschrokken mee dat Carron allang vertrokken was, helaas via de voordeur. Ik naar huis, waar ik weer aan ’t werk gezet werd.
In ’t college zorgde het voor enige ophef en ’s avonds stond Ballong in de kiekenwinkel. Ten aanzien van mijn ouders veront-schuldigde hij zich uitgebreid voor het misverstand. Onze Marcel en Arjette vonden het allemaal niet zo erg en aan mij werd niets gevraagd. Niet zonder trots keek ik toe hoe mijn ongeschoolde vader, Onze Marcel, en de alwetende Ballong het, onder het drinken van een frisse pils, over alles met elkaar eens waren, twee rechtse kadullen ondereen.
Ik had met dat opstel een meerdaagse reis naar Straatsburg gewonnen, met geleid bezoek aan de Europese instellingen. In de praktijk kwam daar niets van terecht, uiteraard niet, het kwam zelfs niet ter sprake. Het gezin was ongeschikt voor de andere wereld die zich plotsklaps opende. Onze Marcel wist er zich geen raad mee, Arjette evenmin en ik ook niet.
Flor Vandekerckhove

U BENT in deze geen consument, u koopt dit literaire experiment niet, ik heb u immers nodig om het af te maken. De tekstkroes is als een beker waarin ik al mijn creativiteit gooi. Daar mengt mijn imaginatie zich met die van u, lezer, hopend dat er zodoende goud van komt. 
De tekstkroes is een e-boek, 337 pagina’s, uitgegeven door De Lachende Visch. De distributie gebeurt buiten de markt, via De Weggeefwinkel. Het e-boek is gratis voor wie erom vraagt. Vermeld ‘Tekstkroes’ en zeg of u pdf dan wel epub verkiest. Doe het via liefkemores@telenet.be. en het boek valt vandaag nog in uw e-box.

donderdag 1 januari 2026

Een nieuw jaar, een nieuw boek

U BENT in deze geen consument, u koopt dit literaire experiment niet, ik heb u nodig om het af te maken. De tekstkroes is als een beker waarin ik al mijn creativiteit gooi. Daar mengt mijn imaginatie zich met die van u, lezer, hopend dat er zodoende goud van komt. 
De tekstkroes is een e-boek, 337 pagina’s, uitgegeven door De Lachende Visch. De distributie gebeurt buiten de markt, via De Weggeefwinkel. Het e-boek is gratis voor wie erom vraagt. Vermeld ‘Tekstkroes’ en zeg of u pdf dan wel epub verkiest. Doe het via liefkemores@telenet.be. en het boek valt vandaag nog in uw e-box. (Flor Vandekerckhove)