woensdag 7 oktober 2015

Maandag wasdag

Ik had een berg wasgoed, maar geen wasmachine. Mijn oog was al meermaals op het wassalon gevallen waar nooit iemand te zien was. Daardoor durfde ik er ook nooit binnengaan, waardoor mijn wasgoed juist een berg geworden was. Maar die maandag was het anders. Ik passeerde het salon, zag achteraan een man, ferm bezig met zijn was. Ik haastte me naar huis en propte mijn berg was in twee grote tassen waarop reclame stond van een winkel waar ik nooit geweest was.
Toen ik met mijn was het wassalon betrad was die man nog steeds aan ’t wassen. Het was mijn eerste keer in zo’n wassalon en ik had geen idee hoe men daar z’n was moet wassen. Maar er was die man aan wie ik het kon vragen, een man die wellicht al langer uit de echt gescheiden was, een man met veel ervaring in het wassen in zo’n wassalon, een man met misschien wel enig kleingeld op zak, wat ik thuis niet gevonden had, en die hopelijk ook zeep bij zich had, gesteld dat je daar je eigen zeep voor nodig had, wat ik niet wist, een man die me iets kon zeggen over droogkasten, over ’t strijken van de was en die me iets kon leren over de valkuilen van een wasbeurt in zo’n wassalon.
Ik lachte breed toen ik met de ene tas de deur open duwde en met de andere weer dicht, maar de man beantwoordde mijn lach niet, toch niet met een wederlach. Ik stapte helemaal naar achteren, waar zijn was lag die hij aan ’t plooien was en zette mijn tassen wasgoed op twee stoelen, nauwelijks een stoel verwijderd van de plek waar zijn krant was blijven liggen. Ik wilde hem, weer breed lachend, ’n dag zeggen, maar hij weerde me af met een kordaat handgebaar en zei: ik kom hier alleen maar voor mìjn was! Daar had ik geen antwoord op, ’t was trouwens ook geen vraag geweest van hem, hij zei gewoon hoe het daar was, op maandag wasdag in het wassalon.
Flor Vandekerckhove

Een reactie posten