Hij zou het niet aan zijn vrouw vertellen. Hij zou het huis op
het gewone uur verlaten en ’s avonds op het gewone uur thuiskomen.
Hij zou dat blijven doen tot hij weer werk had. Dus probeerde hij er een gewone avond van te maken. Vermoedde zij iets? Vanuit zijn ooghoeken zag hij hoe ze naar hem keek als
een geslagen paard. Eens ze in de sofa zaten, was zwijgen geen optie meer.
Terwijl hij strak naar het journaal bleef kijken, vroeg hij schijnbaar achteloos: ‘Scheelt er iets schat? Je
bent zo stil.’ Ze barstte in tranen uit en zei: ‘Ik dacht het stil te houden tot ik weer iets gevonden had, maar ik
zie wel dat je het vermoedt.’
Flor Vandekerckhove
Geen opmerkingen:
Een reactie posten