zaterdag 30 april 2016

Puree

Dit verhaal eindigt aan de poort van een multinationale producent van aardappelproducten. Aan die poort bevindt zich Frank, een Vlaamse vrachtwagenchauffeur. Vanuit Zuid-Europa heeft hij zojuist een vracht tot aan die poort gebracht. Aan de portier vraagt Frank wat ze ermee gaan doen. We gaan daar puree van maken, zegt de portier.
Het verhaal start een week eerder in Spanje, waar Frank een andere vracht naartoe gebracht heeft. Voor hij naar huis terugkeert, moet hij eerst nog langs een boerencoöperatie passeren. Daar zal zijn camion met aardappelen gevuld worden.
Hij rijdt zijn wagen binnen in een grote, lege loods en overnacht daar in zijn cabine. Bij het ochtendgloren, wordt hij gewekt door het balken van een ezel.
Door een kier in het gordijntje ziet Frank hoe een boer zijn ezel naar de laadbak van de vrachtwagen loodst. Daar helpt een bediende van de coöperatieve de boer bij het lossen van de waar: twee manden aardappelen. Frank ziet hoe de boer de loods weer verlaat. Langs elke zijde torst de ezel nu een lege mand. Frank krabt zich in het haar. Aan dat tempo zal ’t lang duren vooraleer de laadbak vol is.
Hij belt naar zijn baas en vraagt of daar intussen iets anders te doen valt. Neen, Frank moet gewoon wachten tot de vracht volledig is.
Dezelfde dag komt er nog een boer langs en ’s anderendaags komen er vier. Na twee dagen is de vloer van de laadbak niet eens bedekt.
Overdag is het snoeiheet in de loods en ’s nachts koelt het daar nauwelijks af. De volgende dagen blijven er boeren komen. Sommigen duwen een kruiwagen, anderen hebben een kleine vrachtwagen, de meesten doen het met een oude camionette, nu en dan komt er weer iemand langs met een ezel.
Het duurt vijf dagen vooraleer al de coöperanten gepasseerd zijn en de wagen volgeladen is. Intussen hebben de onderste patatten al danig afgezien. Door de hitte zijn ze slap aan 't worden.
Tegen de tijd dat Frank uit de loods wegrijdt, lopen er her en der onsmakelijke straaltjes sap uit de laadbak. De vracht is aan ‘t rotten. Frank vertelt het plastisch: ‘Ik keer terug naar huis met een zwerm vliegen achter me.’  Het beeld lijkt wel uit een stripverhaal weggeplukt.
Frank draait er een stevige West-Vlaamse vloek door, want hij denkt dat hij een waardeloze vracht aan ’t transporteren is, maar hij dwaalt, want wanneer hij de waar dik tweeduizend kilometer verder aflevert, vraagt hij de portier wat ze ermee gaan aanvangen…

Flor Vandekerckhove
Een reactie posten