vrijdag 10 november 2017

De toverfluit

Niets is zo vervelend als het aanschouwen van een opera. En de stoeltjes in dat Gentse operagebouw helpen ook niet. Ze zitten zo hard dat het schier onmogelijk is om heel dat spel uit te zitten. Ook vraag ik me telkens af waar ik mijn knieën moet laten. Zo’n opera consumeren, dat is afzien. Geloof me, ik kan het weten, ik ben een abonnee.
Ik heb ongeveer alles geprobeerd om de ervaring draaglijk te maken. Ik heb een intense poging ondernomen om op een andere manier naar de dingen te leren kijken, met een Otelloblik als ’t ware, maar ik ben er niet in geslaagd. Ik heb geprobeerd om La Bohème van Puccini aan een mij bekende cafébazin te koppelen, kwestie van de zaak behapbaar te maken, maar ook dat levert alleen maar pijnlijke knieën op. Voor ik naar Armida van Rossini ging kijken heb ik me met een essay van Leonard Pfeiffer gewapend, waarin hij zijn liefde voor het genre bezingt, maar het enige wat ik me van die opera nog herinner is een pijnlijk gat.
Weet je waar ik veel genoegen aan beleefd heb? Aan Mozarts Così fan tutte, maar dan niet aan de versie die ik in het Gentse operagebouw gezien heb, maar aan de pornoversie die filmmaker Tinto Brass er in All Ladies Do It van gemaakt heeft.
Gelukkig heb ik inmiddels toch een manier gevonden om die bittere operakelk telkens tot de droesem te ledigen, en er iets anders aan over te houden dan pijnlijke gewrichten. Van zodra ik neerzit begin ik een eigen versie van het verhaal te bedenken. In dit geval heeft het een ietwat afwijkende versie van Mozarts Toverfluit opgeleverd. 
’t Is waar dat een mens die mijn versie leest zich vragen kan stellen over de kwaliteit van mijn verdorven verbeelding, maar mijn bewerking heeft alvast het voordeel dat ze extreem kort is. En gratis!

Flor Vandekerckhove

Een reactie posten