dinsdag 7 november 2017

Die ochtend op de Boekenbeurs

— In het bos werd een gele Renault Dauphine gedumpt (eigen foto) —

Terwijl ik in een boek aan ’t bladeren ben, stoot iemand me aan: ‘Gelooft u in zo’n dingen?’ Haast meteen herken ik Alain Remue, de man die televisiemakers vinden als er vermiste personen gezocht moeten worden.
Het boek dat ik aan ‘t inkijken ben heet Atlas van de imaginaire verklaringen en gaat over waanwetenschappen. Het is erg mooi uitgegeven, een plezier om in te bladeren. ‘Ik geloof nergens in,’ antwoord ik naar waarheid.
‘Ik heb een collega die erg goed is in zo’n patafysica,’ zegt Remue, ‘hij is betrokken bij het onderzoek naar de Bende van Nijvel.’
‘Ja,’ zeg ik, ‘een mens zou voor minder naar waanwetenschappen grijpen.’
Daar moet Remue om lachen. ‘Maar hij boekt er wel resultaat mee.’
Terwijl we in de mensenzee richting uitgang sjokken vertelt hij over een getuige, een man die de Bende in Aalst aan ’t werk gezien heeft. En hoe die opmerkt dat de Bende zich na de overval splitst. Vluchten doen ze niet met één auto, maar met twee. Die tweede auto kan de getuige niet zien, want hij ligt op de grond in Delhaize, maar hij hoort hem wel wegscheuren. Nu komt de collega van Remue op de proppen. Hij vraagt de getuige om zich het motorgeluid te herinneren en daarbij aan een kleur te denken. Geel, zegt de getuige om iets te zeggen. Dan vraagt hij die man om zich nogmaals op het geluid te concentreren en aan een automerk te denken. Renault, zegt de man om ervan af te zijn. De flik roept zijn mannen bij elkaar en zegt: We zoeken een gele Renault! 
Ik kijk naar Remue en hij kijkt naar mij: ‘Jawel,’ zegt hij, ‘en dat zonder dat die getuige ook maar iets gezien heeft.’
We zijn inmiddels tot bij de uitgang van de Boekenbeurs geraakt en passeren moeiteloos de controleurs die de tassen op gestolen waar moeten controleren. ‘En weet je wat de collega’s onlangs ontdekt hebben?’ 
Neen, dat weet ik niet. 
‘In het bos, op het perceel waar de Reus van de Bende een caravan heeft staan, vinden ze het wrak van een gele Renault Dauphine.’
Toeval, denk ik meteen, maar dat zeg ik hem niet. Wat ik wel zeg is dit: ‘Sorry, meneer Remue, maar ik moet me nu naar de tram haasten.’
Remue gaat zijn eigen weg en ik stap op de 6 die me naar Antwerpen-Centraal brengt. Pas wanneer de trein rijdt durf ik het boek, dat ik op de beurs ontvreemd heb, van onder mijn jas te halen. Ik blader verder in de Atlas van de imaginaire verklaringen; echt een heel leuk boek om in te grasduinen.
Flor Vandekerckhove


° Willem Vanhuyse. Atlas van de imaginaire verklaringen — Handboek voor de patafysicus. 2017. Lannoo. 384 pp.
Een reactie posten