woensdag 23 september 2026

Over Irving en Louis Stettner, een tweeling

Irving (vooraan) en Louis, Stettner-tweeling tijdens een imaginaire ontmoeting in Le Châtelet Oostende.

WAAROM DOE IK het? Waarom concentreert mijn schrijven zich op een obscure Amerikaanse schrijver als Guillermo O’Joyce (°1941)? Hij staat niet eens in de Wikipedia, zo obscuur is hij. In zijn essays (°) blijft mijn nieuwe ooglens deze keer ook nog haken aan ene Irving Stettner (°1922 - 2004†), weer zo’n obscure schrijver. Ook daar wil ik per se over schrijven. Waarom eigenlijk?
Moeizaam viste ik uit dat die Irving bij leven & welzijn schreef, dichtte en schilderde, en ook een tijdschriftje uitgaf. Dat onderzoek bracht ons al naar een plek ‘waar de gaspitten verstopt zitten met overgelopen erwtensoep.’ Onderweg stootte ik op nog een andere Stettner: Louis de fotograaf, in 2016 gestorven en… op dezelfde dag geboren als Irving. Een tweelingbroer! Fotograaf Louis Stettner is bekend. Waar Wikipedia ’t bestaan van Irving negeert, daar toont ’t internet overdadig veel foto’s van Louis. Zijn werk wordt nu beheerd door een ‘estate, zie ik, ohlala.
Weet je wat? Ik haal de tweeling naar Oostende, de armoelijder en de welvarende. Ik lok hen naar Le Châtelet, waar ik ze samen aan de toog zet, in een imaginaire ontmoeting. Met AI is dat allemaal mogelijk. Maar mocht je je afvragen waaróm ik dat doe, hen daar plaatsen, weet dan dat het antwoord is: omdat ik kan. Is dat trouwens ook niet het antwoord op de openingsvraag van dit mini-essay? Waarom doe ik het? Antwoord: omdat ik kan. In Een schrijversleven (°°) zegt Anne Dillard het zo: ‘De schrijver bestudeert literatuur, niet de wereld. (…) Hij zoekt de randen op. Daar zindert het. (…).’
Flor Vandekerckhove

(°) ‘kiss me, I’m still alive: on irving stettner’ in O’Joyce, Guillermo. 'Miller, Bukowski and Their Enemies: Essays on Contemporary Culture.' 160 p. Pinter & Martin, 2011.
(°°) Annie Dillard. 'Een schrijversleven.' 2022. Uitg. Atlas Contact. 120 p.

Geen opmerkingen: