| Drie schilderijen van Gustave Van de Woestyne. Van links naar rechts: De blinde papeter (1928); De papeter (met rode trui, 1911); Een tweede papeter uit 1911. |
Dan zie ik dat de rol WC-papier op is. Terwijl ik een nieuwe aanbreng, herinner ik me dat Arjette mij ooit geleerd heeft hoe je dat moet doen, papier op de rolhouder aanbrengen. Dat was toen nieuw in mijn familie. Mijn peepee is altijd Het Volk blijven gebruiken, dat hij in stukken scheurde en aan de haak hing. Doordat ik Arjettes lering vergeten ben, twijfel ik. Rol je ’t papier op de rolhouder naar voor af of langs achter?
Doordat Delphine het schilderij uitvoerig beschrijft, kan ik de beeltenis googelen. Zodoende kom ik te weten dat het werk De blinde papeter (1928) heet. Pap-eter hé, niet pa-peter.
Ook ik ben lang papeter geweest. Ik ging flessen karnemelkpap halen bij Devooght op ’t Sas. Ik voegde er altijd ietwat suiker aan toe (stevia bestond nog niet) en een toefje nootmuskaat. Die culinaire gewoonte heb ik opgegeven toen Devooght zijn winkel sloot. Nu is daar een Spar.
’t Is goed dat Delphine de zee op de achtergrond van De blinde papeter opmerkt: ‘Die zee onthutste me, waarom was die daar. Dit was toch het platteland waar de zee niet kwam?’ Misschien is die zee symbolisch, ik zeg maar iets.
De brief gaat verder op de manier die we van Delphine gewoon zijn. Tot ze een tweede papeter van Gustave ontdekt, weer een boer met pap: ‘maar frontaal deze keer, met een stuk droog brood bij zijn kin en een heidens ei naast de kom pap.’ De beschrijving stopt met: ‘Hij had een scheve neus en hij droeg een rood hemd, maar dat rode hemd, daar zou ik pas later achter komen.’ Ik lees de brief tot ’t einde, maar kom niet te weten wanneer Delphine achter dat rode hemd komt.
Hoe plaats je op correcte wijze een WC-rol op de houder? Even overweeg ik om ’t aan ChatGPT te vragen, maar dan denk ik aan al de elektriciteit die zo’n antwoord vergt en aan de massa’s water waarmee die servers daar gekoeld worden.
Flor Vandekerckhove⇲
Doordat Delphine het schilderij uitvoerig beschrijft, kan ik de beeltenis googelen. Zodoende kom ik te weten dat het werk De blinde papeter (1928) heet. Pap-eter hé, niet pa-peter.
Ook ik ben lang papeter geweest. Ik ging flessen karnemelkpap halen bij Devooght op ’t Sas. Ik voegde er altijd ietwat suiker aan toe (stevia bestond nog niet) en een toefje nootmuskaat. Die culinaire gewoonte heb ik opgegeven toen Devooght zijn winkel sloot. Nu is daar een Spar.
’t Is goed dat Delphine de zee op de achtergrond van De blinde papeter opmerkt: ‘Die zee onthutste me, waarom was die daar. Dit was toch het platteland waar de zee niet kwam?’ Misschien is die zee symbolisch, ik zeg maar iets.
De brief gaat verder op de manier die we van Delphine gewoon zijn. Tot ze een tweede papeter van Gustave ontdekt, weer een boer met pap: ‘maar frontaal deze keer, met een stuk droog brood bij zijn kin en een heidens ei naast de kom pap.’ De beschrijving stopt met: ‘Hij had een scheve neus en hij droeg een rood hemd, maar dat rode hemd, daar zou ik pas later achter komen.’ Ik lees de brief tot ’t einde, maar kom niet te weten wanneer Delphine achter dat rode hemd komt.
Hoe plaats je op correcte wijze een WC-rol op de houder? Even overweeg ik om ’t aan ChatGPT te vragen, maar dan denk ik aan al de elektriciteit die zo’n antwoord vergt en aan de massa’s water waarmee die servers daar gekoeld worden.
Flor Vandekerckhove⇲
(°) Delphine Lecompte. Beschermvrouwe van de verschoppelingen III. 2022. De bezige Bij, A'dam. 442 p.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten