dinsdag 17 maart 2026

’t Verandert fel met dat spel (Over artificiële intelligentie)

Kamagurka in Humo over AI.

’T WAS IN augustus 2023 dat een oud-schoolmakker me op de hoogte bracht van ’t bestaan van ChatGPT. Dat was naar aanleiding van een stuk dat ik schreef over Oscar Wilde en z’n (door mij moeilijk te begrijpen) verering van the British queen. Ik had nooit eerder van ChatGPT gehoord. Memorabel is ook dat die oud-klasmakker me in de val wist te lokken met een AI-vertaling van een gedicht van JP Rawie: Hoe kan ik deze maand beter beginnen dan met een gedicht dat ernaar genoemd werd. En ik herinner me ook een mail waarin hij - gepensioneerd leraar Nederlands - zei hoeveel tijd het hem, en ook mijn oud-leraar Nederlands ‘Ballong’, telkens gekost had om schoolopstellen te verbeteren: ‘Ik meen me te herinneren dat hij [Ballong] om de twee weken als schrijftaak een opstel gaf, die taken ook grondig verbeterde. Je moet het maar doen, hé. Toen ik zelf ooit een voltijdse opdracht Nederlands had en aan mijn 92 leerlingen een opstel gaf als taak, besteedde ik 10 minuten per opstel als verbetering. Reken maar uit: 15 uur verbeteren.’ Daar moest ik weer aan denken toen ik dit weekend in de krant een stuk over AI las, waarin ’t ook over het werk van een leraar Engels ging: ‘Wanneer Alain Winne een schrijfoefening van zijn leerlingen wil nakijken, neemt hij een foto van hun blad (…) om ze meteen te laten analyseren door artificiële intelligentie. Binnen enkele seconden verschijnt er een foutenanalyse. (…) Winne benadrukt dat hij zonder AI niet hetzelfde niveau van lesgeven zou halen. “Om twintig schrijfopdrachten grondig te analyseren was ik vroeger vijftien uur bezig. Nu doe ik dat in een halfuur.” (…)’
Wat me tot mezelf brengt. Ik denk wel dat AI (op den duur) in staat is om goede verhalen te produceren, zeker SF, fantasy, noir, detective, porno… Zelf vind ik ook dat we dat rustig aan de machine mogen overlaten. Wat AI niet kan is wat De Laatste Vuurtorenwachter doet: marginale stukjes produceren die elkaar aanvullen, tegenspreken, herhalen, afvallen, onderuithalen en overtreffen. De Laatste Vuurtorenwachter is een almaar veranderende mozaïek in wording, een kroes waarin ik, als ware ik een alchemist der letteren, de dingen meng: publiek dagboek en verhaal; essay en kladwerk; eenmanskrant en poëzie; fictie en non-fictie; memoir en vignet… Alles in de kroes, hopend dat u ’t leest en dat er goud van komt.
Flor Vandekerckhove

De tekstkroes getuigt van een literaire praktijk in het tijdperk van digitale teksten en artificiële intelligentie. ’In de tekstkroes gooi ik al mijn creativiteit. Daar vermengt mijn imaginatie zich met de uwe, lezer, hopend dat er goud van komt.’
De tekstkroes is een e-boek, uitgegeven door De Lachende Visch. De distributie gebeurt buiten de markt, via De Weggeefwinkel. Het boek is gratis voor wie erom vraagt. Vermeld ‘Tekstkroes’ en zeg of u pdf dan wel epub verkiest. Doe het via liefkemores@telenet.be. en het boek valt meteen in uw e-box.

maandag 16 maart 2026

Old Men Blues

De Oostendse Langestraat in vroegere tijden. In die tijd had ik de blik van een jongeman. Nu is dat anders.

DE OUDERDOM KOMT als een dief in de nacht. 's Morgens word je wakker en je weet het. Je spert de ogen open en zegt: NU BEN IK OUD. Het overkwam ook mij. 
Die dag ging ik wandelen, zoals altijd, maar 't was toch anders. Ik zag dat ik het in korte stapjes deed. Ik leek Bob Dylan wel die, stijf van ’t zitten, vanachter zijn piano komt. Ik liet een zakdoek vallen en had moeite om die op te rapen, zo diep lag die zakdoek. ’s Avonds zei ik het onthutst aan Tania: ‘Ik zie het zelfs aan de manier waarop ik naar vrouwen kijk.’  
Dat is iets wat ik altijd graag gedaan heb, naar vrouwen kijken. Nu nog, maar ’t is toch anders. Ik ga niet beweren dat ik vrouwen vroeger als seksobject bekeek, maar ’t scheelde niet veel. Ik kan evenmin zeggen dat het een hobby was, maar 'k deed 't toch veel. Nu is dat kijken anders. Al wandelend denk ik daar veel over na en inmiddels weet ik het. Ik kijk nu naar vrouwen zoals ik inmiddels ook naar joggers kijk. Ik zie voorbije tijden. Ik wandel in een wereld die aan mij voorbijgaat. 
Vroeger maakte ik deel uit van die wereld. In 2021 ging ik voor Tania een bestelling afhalen in de lingeriewinkel op de Konterdam. In het pashokje was een klant met een setje in de weer en ik moest even wachten. Ik nam plaats in een fauteuil en kreeg koffie aangeboden. In die omgeving moest ik aan Roland Topor peinzen die zei: ‘Vrouwelijke lingerie is het enige tastbare bewijs voor het bestaan van God.’ Toen kwam de vrouw uit het pashokje en ze inspireerde me ter plekke tot De moslima van de Konterdam.
Flor Vandekerckhove

Uitgeverij De Lachende Visch presenteert Vanaf de vuurtoren, bundel met vijftig korte essays. Zelf zeg ik erover: ‘Kort zijn ze zeker, maar zijn het ook essays?’ Zoals alle e-boeken van uitgeverij De Lachende Visch is ook Vanaf de vuurtoren gratis voor elkeen die erom vraagt. De bundel (e-boek, pdf of epub naar keuze) ligt klaar in De Weggeefwinkel. Doe het meteen via liefkemores@telenet.be (vermeld de titel en zeg pdf of epub) en het boek ligt meteen in uw mailbox.

zondag 15 maart 2026

Gelukkig als in het bijzijn van een vrouw

Inzet: de hoes van de langspeelplaat. (Hoesontwerp Albert Szukalski.)

IN DE TIJD dat ik de strumstick leerde manipuleren - instrument gemaakt voor mensen die geen instrument bespelen - verdiepte ik me ook in de liaison tussen poëzie en muziek. Tom America deed het met Delphine Lecompte, Allen Ginsberg deed het met Paul McCartney en later ook met The Clash, Robert Bly deed het met soefiemuzikanten… En uiteindelijk deed iedereen het met elkaar. Wat ik toen niet wist, is dat Patrick Conrad het ook gedaan had met Roland Van Campenhout
In 1973 produceert Pink een vinylplaat waarop Patrick Conrad zijn Gelukkig Als In Het Bijzijn Van Een Vrouw declameert. Hij wordt begeleid door Luc Renneboog (fluit), Roland (zang, gitaar, fluit) en Philippe De Chaffroy De Course (viool). De plaat wordt opgenomen in de Sunflower Studio in Gent, bij Roland thuis dus. Beide kanten van de langspeelplaat zijn volledig op kraak te beluisteren en er staat ook een stukje op YouTube.
Conrads biograaf (°) zegt erover: ‘De elpee Gelukkig als in het bijzijn van een vrouw (1973) was dan weer een uniek project, waarbij de psychedelische muziek van een jonge Roland van Campenhout gecombineerd werd met poëzie van Conrad en artwork van Albert Szukalski.’ En verder: ‘(…) Dit alles maakt van Gelukkig als in het bijzijn van een vrouw een staaltje van intermedialiteit dat in het Nederlandse taalgebied op dat moment uniek mag worden genoemd.’ 
‘De elpee, waarvan de oplage driehonderd genummerde en gesigneerde exemplaren bedroeg, werd voorgesteld op 30 oktober in galerie De Zwarte Panter. Het werd een hele show: Conrad arriveerde samen met Gisela en Szukalski in een Rolls-Royce voor de poort van de galerie in de Hoogstraat. In een wit pak, zwart satijnen hemd met strik en op hippe plateauzolen betrad hij als een echte superstar de goed gevulde kapel van De Zwarte Panter. Daar werd hij begroet door de inleider van dienst Karel Jonckheere, die trouwens op 26 april tot ere-Pink Poet was benoemd. In de zaal wachtten de andere Pink Poets hem op (…) Na Jonckheeres inleiding las Conrad enkele gedichten voor begeleid door de muzikanten, al wilde de techniek niet mee en moest de dichter nood-gedwongen playbacken.’
(°) Manu van der Aa. Patrick Conrad. Leven, liefdes en werken van een Pink Poet. biografie. 2025. Uitg. Pelckmans. 336 p. Dit is m’n tweede post geïnspireerd door deze biografie. Het eerste heet Leren schrijven met Patrick Conrad. En er volgt nog: in de maak is een post over ‘Het eerste Artiestenwielercriterium in Opdorp’, 11 september 1971.

 

zaterdag 14 maart 2026

Een huiselijk verhaal over winterweer (drie zinnen)


Sneeuw — OPKIJKEND VAN MIJN Mac zie ik dat het plots begint te sneeuwen. Leugenachtig zeg ik aan Polleke dat het sneeuwt in de zomer. Maar Polleke kijkt alleen op als hij honger heeft. (Flor Vandekerckhove)


Driezinnenverhalen zijn experimenten in het maken van extreem korte verhalen, uitgaand van 't vermoeden dat internetlezers scrollen, surfen & swipen en dat ik bijgevolg maar korte tijd heb om hun mijn verhaal te tonen. In plaats van daar meewarig over te doen, neem ik die realiteit ter harte. 
In het e-boekje 2HONDERD 3ZINNENVERHALEN & 1LINERS verzamel ik er 200. Het boekje heeft als bijkomende plus dat je elke titel kunt aanklikken, de hyperlink leidt je dan naar een video waarin het verhaal geïllustreerd wordt en te horen/zien valt, 200 YouTube-producties in totaal. EN DAT ALLES IN 1 BOEKJE ! Zoals alle digitale publicaties (pdf en EPUB) van De Lachende Visch is ook 2HONDERD 3ZINNENVERHALEN & 1LINERS gratis. Mail erom en je bestelling wordt meteen aangepakt door de juffrouwen van De Weggeefwinkel. (en vermeld de titel: in dit geval ‘200’, dan begrijp ik het wel.): liefkemores@telenet.be.

vrijdag 13 maart 2026

Herinneringen aan de drukkerij

Noël, uitbater van drukkerij De Smet op de Hendrik Baelskaai, Oosteroever Oostende. Hij toont een historische personeelsfoto van de drukkerij van Pros Vandenberghe.


NAAST AL DE indrukwekkende, nieuwe hoogbouw op de Oostendse Baelskaai staat ook nog een en ander overeind dat aan vroeger herinnert, tijd waarin de visserij op zichzelf volstond om op de Oosteroever - en ver daarbuiten - een hele sector draaiend te houden. Visserskroeg The Sailor is zo’n restant dat trouwens nog steeds in goede doen is. Dat is ook de daarnaast gelegen drukkerij De Smet. Noël nam die drukkerij over nadat Martine Vandenberghe de boeken had neergelegd. in 1988-89 heb ik er gewerkt en ook toen ik niet langer aan een drukpers stond, kwam ik er nog lang over de vloer met kopij voor Het Visserijblad.
Die drukkerij draagt veel Oostendse geschiedenis in zich. Niet alleen Het Visserijblad werd er gedrukt, dat was ook zo voor Het Nieuwsblad van de Kust, weekblad dat de concurrentie met De Zeewacht aanging en Vandeweek, reclameblad waarin Tips-uitgever Norbert Haeck de stiel leerde. Sociaal-liberaal Henri Degraeve bracht er kopij binnen voor De Kustbode. Camiel Devos liet er De Vlaamse Jager drukken en er was ook een Blankenbergs reclameblad, De Nieuwe Heraut, uitgegeven door het rechtse woelwater Bernard Callens. Soms stonden al die uitgevers er samen in het opmaakkot, ik herinner me de jongenssfeer van mannen die een tijdschriftje maken. 
Die jongenssfeer voelde ik ook elders in Oostende. Er was weekblad Tijdingen van de familie Lievens, daar zorgde een meisje voor de jongenssfeer. Ook was er wekelijks Le Courrier du Littoral, krant met een sterke overlijdensrubriek. Weet iemand nog waar Herman Moerman zijn Duinhelm liet drukken? (En hoe zag dat blaadje er eigenlijk uit?) Wie heeft nog een exemplaar liggen van Jan Olsens (linksflamingante?) Het Penoen? Beeld ik me die jongenssfeer alleen maar in? Niet helemaal toch, wat blijkt uit een foto waarop ik Henri Degrave zie staan, journalist Edward Lauwers, cinemauitbater Pierre Vanhakendover, journalist John Hermans, de toen nog jonge Herman Moerman en Michel Bailly, journalist van de Courrier du Littoral. Ge moet maar eens klikken op Wat ik van Herman Moerman geleerd heb, ge zult zien: de guitigheid stroomt van de groepsfoto.
Flor Vandekerckhove

Wij, met zand in onze schoenen is een memoir, waarin ik in 25 bladzijden terugdenk aan de weg die Luc Martinsen en ik afgelegd hebben, sinds onze eerste ontmoeting in 1988. Ik schreef dat boekje als een symfonie, een muziekstuk in drie delen, dat na het tweede deel onderbroken wordt door een interludium en afsluit met een coda. In de beste traditie van De Weggeefwinkel is ook Wij, met zand in onze schoenen gratis. U hoeft er alleen om te vragen. Mocht u interesse hebben, mail naar liefkemores@telenet.be↗︎. (Vermeld 'Zand' en zeg 'pdf' of 'epub'.)

donderdag 12 maart 2026

Hoe zwart was Ivo Michiels?

 Rechts: Sigrid Bousset, auteur van Wat ik haar niet vertelde. ‘Ik’ uit de titel is Ivo Michiels (inzet).


HET IS NIET voor ’t eerst dat ik een boek van Sigrid Bousset tot mij neem. Eerder las ik al haar gesprekken met Ivo Michiels. (°) Dat boek leidde me naar de schrijver zelve en de combinatie Sigrid-Ivo vond ook al zijn weg naar twee blogposts: De Laatste in gesprek met Ivo Michiels en Schrijver, ik vraag het je: ‘Waar gaan we naartoe?
Weer bevind ik me bij Bousset, nu in een boek dat, blijkens de titel, vervolg is van het eerste. Nu gaat het over Wat ik haar niet vertelde. (°°) En dat is nogal wat. Zo verwittigt ons al de flaptekst van Tom Lanoye: ‘Wie wil begrijpen wat zich achter de regels van Michiels’ avontuurlijke teksten verborgen hield, móet dit boek lezen.’
Ik bevind me op bladzijde 61 en ik heb al ferm veel notities en markeringen achtergelaten, strepen en omgeplooide hoekjes. Daar stoot ik nu op dit citaat, woorden van Ivo Michiels. Hij schrijft ze in een Vlaams-nationalistisch tijdschrift, in 1947, dat hij volgens Wikipedia mee heeft opgericht. Hij was toen al wegens collaboratie geïnterneerd geworden en inmiddels weer op vrije voeten: 
‘Geholpen door de belangstelling van de bezetter voor onze culturele waarden, naast de romantisch-heroïsche klank van de oostfront-strijd, richtte heel hun wezen zich op de verovering van het edele, het schone, het grootse, vooral het grootse. Eindelijk zouden zij aan hun heerlijke dromen een daadwerkelijke gestalte kunnen geven. En in die zin blijft de houding van deze jongeren ten overstaan van de rassentheorie bijvoorbeeld, dan ook te verstaan. Wat zij hiervan oppervlakkig konden aanvoelen was niets anders dan een gevoel voor schoonheid, nu alle misselijke en verderfelijke invloeden uit het volk zouden geweerd worden. De middelen die daartoe moesten worden aangewend, konden op hun naïef en uiteraard nog onbesmet gemoed, niet inwerken. Alleen het eindresultaat hield voor hen zijn verbindende glans. … Daar bleef de geest van de collaborerende jeugd steeds zuiver en ideologisch voldragen.’ (°°°) 
Ik lees en herlees: ‘onze culturele waarden’, ‘de romantisch-heroïsche klank van de oostfront-strijd’, ‘misselijke en verderfelijke invloeden uit het volk zouden geweerd worden’, ‘zuiver en ideologisch voldragen’. Een misselijk makende oefening in close reading
Ik wil niet op het boek vooruitlopen, ik moet nog zien of en hoe het denken van Ivo Michiels zich al dan niet ontwikkelt. Eerst wil ik iets anders kwijt. Ik ben niet van de generatie van Ivo Michiels (°1923 - 2012†), ik ben van een volgende, maar ik herken de katholieke dorpssfeer die Bousset in haar boek uittekent, Ik herken de beklemming ervan en ik herken de lokroep die het Vlaams-nationalisme daar laat horen. Die woorden van Ivo Michiels lezend, mag ik me gelukkig prijzen dat Mei 68 op mijn pad gekomen is. Goed begrijpend waaraan ik ontsnapt ben, zeg ik ook vandaag nog loud & clear: Ja, ik ben een soixante-huitard. Zo. Dat moest er eerst even uit. Nu verder lezen.


(°) Sigrid Bousset. Meer dan ik me herinner. Gesprekken met Ivo Michiels. 2011. De Bezige Bij, A’dam. 270 p.

(°°) Sigrid Bousset. Wat ik haar niet vertelde. 2025. A’dam. De Bezige Bij. 480 p.

(°°°) Ivo Michiels. ‘Hedendaagse jeugdproblemen (i)’. Golfslag, jaargang II, 5, 1947. (Ik citeer uit Bousset.)

woensdag 11 maart 2026

Een apotheker en zijn straffe toebak

De kop van de Duinenstraat in Bredene. De winkelgevel van de apotheek (vooraan links op de foto) is veranderd, maar tot vandaag valt aan de vitrines te zien dat daar een apotheek geweest is. (Op de foto wijzen tal van publiciteitsborden erop dat er in de winkel ook een fotoafdeling was, de twee zaken werden binnen gescheiden door een poortje.)

WAT EEN MERKWAARDIGE man was dat toch. In de apotheek bewoog hij zich achter een hoge, donkerbruin geverniste toonbank, met alleen in ’t midden een smalle mogelijkheid tot communicatie. Dat de man Franstalig was, Nederlandsonkundig zelfs, verkleinde de afstand niet, au contraire. Boezemde hij me schrik in of was het ontzag? Doktersbriefjes zorgden er hoe dan ook voor dat ik me er als kind met een ‘merci’ vanaf kon maken. 
Doordat ik uit een tijd stam waarin omzeggens alle mannen tabak rookten, rookte ook de apotheker. Door die smalle opening in de toonbank zag ik hem met poeders en pillen in de weer, terwijl hij achteloos een Gitane opstak, een gele sigaret, met sigarettenblaadjes gemaakt van maïspapier. Dat gele papier kwam, vermoedde ik in mijn kinderlijke naïviteit, de gezondheid ten goede. Was er in de wijk nog iemand die zo’n Gitanes rookte? Veel later heb ik het zelf geprobeerd, Gitanes maïs, maar dat was niet vol te houden, wegens veel te straffe toebak.
Flor Vandekerckhove

In 2017 publiceerde De Lachende Visch een boekje van veertig bladzijden, met als titel De X-files van Bredene. Het boekje verzamelt handpalmverhalen die ik eerder in De Laatste Vuurtorenwachter gepubliceerd had. Her en der werden details aangepast, de titels werden verkort tot een woord. 
Al deze verhalen hebben twee zaken gemeen. Ten eerste behoren ze tot het genre dat fantasy heet (of het is een parodie op dat genre, dat kan ook) en ten tweede spelen ze zich af in Bredene, de plek waar ik mijn jeugd doorbracht en waar ik op mijn oude dag weer gaan wonen ben. In de beste traditie van De Weggeefwinkel is ook dit e-boek (in dit geval alleen pdf) gratis verkrijgbaar voor wie erom vraagt. Doe het via liefkemores@telenet.be (vermeld X-files) en het boekje valt meteen in je e-box.

dinsdag 10 maart 2026

Oneliner van mijn schoenen

Van Gogh schilderde tijdens zijn Parijse periode verschillende stillevens van schoenen (rechts) of laarzen (midden). Het schilderij links werd later gemaakt, in Arles, en toont een eenmalige terugkeer naar het motief. Hier heeft Van Gogh de schoenen in een specifieke ruimtelijke context geplaatst: de rode tegelvloer van het Gele Huis. We kunnen niet alleen de omgeving identificeren, maar wellicht ook de eigenaar van de schoenen. Er is gesuggereerd dat dit "stilleven van oude boerenschoenen" die van Patience Escalier zou kunnen zijn, wiens portret Van Gogh rond dezelfde tijd, nazomer van 1888, schilderde.

als ik er nog niet lang in stond zou ik niet graag in mijn schoenen staan


MIJN ONELINERS (altijd 17 lettergrepen, geen kapitalen, geen leestekens) en driezinnenverhalen zijn experimenten in het maken van extreem korte verhalen. In het e-boekje 2HONDERD 3ZINNENVERHALEN & 1LINERS verzamel ik er zo 200. Het boekje heeft als bijkomende plus dat je elke titel kunt aanklikken, de link leidt je dan naar een video waarin het verhaal geïllustreerd wordt en ook te horen/zien valt, 200 YouTube-producties in totaal. EN DAT ALLES IN 1 BOEKJE ! Zoals alle digitale publicaties (pdf en EPUB) van De Lachende Visch is ook 2HONDERD 3ZINNENVERHALEN & 1LINERS gratis. Mail erom en je bestelling wordt meteen aangepakt door de juffrouwen van De Weggeefwinkel. (Vermeld de titel: in dit geval ‘200’, dan begrijp ik het wel.): liefkemores@telenet.be.

maandag 9 maart 2026

De doorbraak van Kathelijn Vervarcke


KATHELIJN VERVARCKE gunt hobbyisme geen kans. Ze bereidt een boek grondig voor, pluist archieven uit, bezoekt locaties, werkt aan een doorwrocht plan. Ze overlegt geduldig met de uitgever en levert een gaaf product af dat ze achteraf enthousiast promoot. En ze is geëngageerd. In Literatuur en de rafelranden… zegt ze: ‘Ik heb de pretentie om vergeten figuren, zoals De tekenaar van het Verzet uit de rafelranden van de geschiedenis te vissen, omdat ik hoop dat ze een bron van inspiratie vormen voor wie zich nog inzet voor een wereld waarin iedereen meetelt.’ 
Een boek van Vervarcke staat niet op zichzelf. Het zoekt zijn weg naar een geleide wandeling, naar het klaslokaal en naar het toneel. Bij dat toneel betrekt Vervarcke haar leerlingen. Bij de wandeling betrekt ze haar toneel. Met De Dakbroeders nodigt ze auteurs uit voor een debat over literatuur: ‘(…) uitgangspunt vormt de populariteit van collaboratieliteratuur tegenover de moeizame strijd van de verzetsverhalen. Dit breiden we uit naar andere genres: de aantrekkingskracht van vunzige moorden, ontrouwridders of landveroveraars. Waarom eren we het junkieverdriet van Jotie 't Hooft op koffiekopjes, kussenslopen en posters en zijn we dichter-verzetsstrijder Kamiel Top vergeten?’ 
Al wat hierboven staat, vind je ook weer in en om Het alsjeblieftmeisje, doorbraakroman van Kathelijn Vervarcke. Zeventien hoofdstukken, onderverdeeld in drie delen. In het openingsdeel en in het slot verneem je van alwetende verteller Vervarcke hoe het protagoniste Julie Catrysse na de oorlog vergaat. Blijkt dat de liefde overwint, want zo wil de auteur het: ‘Ja, we leven in dystopische tijden en ik wil met mijn liefdesromans een antigifcentrum vormen. De kenner van mijn oeuvre weet dat al mijn boeken in de diepte liefdesromans zijn. Liefde is sterker dan haat, dat is de centrale boodschap in al mijn boeken en toneelstukken.’ Daar tegenover staat het middendeel waarin Julie zelf aan ’t woord is. Dat deel verhaalt het leven zoals het voor Julie is, kind op de Oostendse Vuurtorenwijk; ze vertelt hoe ze tijdens de Eerste Wereldoorlog om den brode in de prostitutie terechtkomt. Ze is vijftien, zestien jaar, krijgt kroost, krijgt syfilis… Dat oorlogsleven stopt op het moment dat Vervarcke de mooie openingszinnen van het boek neerpent: ‘Het was al na middernacht toen de Duitse soldaten ons samen met het laatste geplunderde vee naar het station dreven. Wij, meisjes van de Oosteroever stapten zwijgend tussen de dorre uiers die geen enkele belofte van melk meer in zich droegen.’ Chapeau! Julie Catrysse gaat mee met het terugtrekkende Duitse leger, en zo doen het ook vele tientallen, zelfs honderden andere vrouwen. 
Uiteraard lees ik zo’n verhaal ook met mijn eigen, schuivende opvattingen over literatuur, wat mijn kritiek kadert en relativeert. Vervarcke is, vind ik, te belerend, ze wil haar boodschap overbrengen. Ze wil, zoals ze zelf zegt, tonen hoe de liefde overwint, ze wil onderwijzen. Nadat ik Het alsjeblieftmeisje had dichtgeklapt, dacht ik meteen: het middendeel had volstaan. Dat deel was op zichzelf sterk genoeg geweest. Het toont op overtuigende wijze echte mensen die ‘lijdend voorwerp’ van oorlog zijn. Een Duitse soldaat is het front meer dan beu en vraagt om Julies diensten. Hij was: ‘(…) op zoek naar een syfilishoer om hem te besmetten.' Maar, zegt u, waren er dan geen andere manieren om van het front weg te blijven? Welzeker: '
Zijn kameraad had zijn druiper te koop aangeboden. Hij had de etter goed ingewreven maar op een of andere manier had dit niet gewerkt, in tegenstelling tot zijn andere twee vrienden bij wie de gekochte etter een flinke druiper had opgeleverd. Daardoor konden ze niet terug naar het front.' Zo kwam hij uit bij de syfilishoer: '(…) De extra inkomsten waren meer dan welkom (…)’.  À la guerre comme à la guerre.

Kathelijn Vervarcke. Het alsjeblieftmeisje. 2025. Uitgeverij Lannoo. 242 p.

zondag 8 maart 2026

Hoe is ’t om veertien jaar te zijn?



EEN VAN MIJN kleindochters verjaart vandaag, Lou (°2012) wordt veertien. Ik probeer het me weer voor te stellen: hoe was het voor mij om veertien jaar te zijn? Het lukt me niet zo goed. Ik ga op zoek naar een foto van mezelf in 1963, jaar waarin ik veertien was. Er bestaat zo’n foto van mij op ’t strand. Ik sta aan de rand van een bevroren zee, ijs zover je kijken kunt, want in 1963 maakten we onze koudste winter ooit mee. Die foto vind ik helaas niet weer. Er is nog een foto. Daarop zit ik als veertienjarige op de fiets. Wazig beeld, daar kan ik hier niets mee aanvangen.
Veertienjarigen? Op ’t net vind ik een foto van op straat voetballende knapen. Die jongens zijn nog geen veertien. Wat denk je, Lou, die slungel aan de bal, is die al veertien jaar? Zagen veertienjarigen er in mijn tijd jonger uit dan nu? Ik vind ook zo’n straatbeeld met meisjes. Wat denk je, Lou, dat meisje dat daar de show steelt, is zij veertien? Feit: beide foto’s dateren uit een tijd waarin kinderen als ik de straat opzochten. Wij, veertienjarigen, waren straatlopers. Die zie ik hier nu niet meer. En ’s zondags droegen we 
zondagse kleren. Daar kon je op straat echt niets mee aanvangen, dat weet ik nog goed.