woensdag 25 maart 2026

Slow cinema

Midden: regisseur Kelly Reichardts (Foto Conor Williams)


VAN REGISSEUR KELLY Reichardt hebben we twee films gezien. Naar The Mastermind (2025) gingen we in Lumière kijken, Certain Women (2016) zagen we op Netflix. 
De vrouwen in Certain Women banen zich een onbevredigende weg door ’t leven, ze worstelen met beperkte mogelijkheden. Ze mogen leraar zijn of advocaat, ze toeven in de maatschappelijke marge, net zoals een derde vrouw uit het verhaal, een paardenmeisje. Hun wegen kruisen elkaar, zonder dat de passage iets oplevert. De advocate staat een client bij in een hopeloze zaak, het paardenmeisje wordt verliefd op de lerares die vier uur onderweg is om een uur les te geven, waarna ze bij nacht & ontij vier uur terug moet rijden. Dat over en weer gerij wordt de lerares teveel en ze geeft de job op. Het paardenmeisje beslist haar vier uur verder op te zoeken. Dat valt tegen. In het stadje vangen we een glimp op van de advocate. Biedt het huwelijk een oplossing? Neen, toont Reichardt ons tussendoor. Dat is het zowat. Kelly Reichardt toont ons de impasse waarin de kleine man zich bevindt, in dit geval vier vrouwen. 
In The Mastermind probeert zo’n kleine man op spectaculaire manier de impasse te doorbreken. De kunstroof die hij organiseert, bewijst het: grootse daden zijn echt niet geschikt voor de kleine man. Hij slaat op de vlucht. Een jeugdvriend is trots op hem, ten onrechte, de mislukte kunstrover geraakt in almaar slechtere papieren en wordt uiteindelijk gearresteerd tijdens een betoging waaraan hij niet eens participeert. Op ’t einde van beide films denk je terneergedrukt: wat gaat er van die mensen geworden. Antwoord: het leven gaat gewoon door en hoopgevend is dat niet. 
Dit is niet Hollywood. Reichardts toont Amerikaanse ervaringen die de commerciële filmindustrie ons onthoudt, ook door het ritme dat ons in films opgedrongen wordt. 
Slow cinema is een term die valt als haar films besproken worden, ’waardoor het publiek de tijd krijgt om na te denken.’ Kelly Reichardt zegt daarover: ‘Ik vind het tempo van films een constante aanval op de zintuigen. Ik denk dat het tempo commercieel gedreven wordt en dat het erom gaat zo min mogelijk te zien.’  
Op Wikipedia lees ik dat haar films minimalistisch genoemd worden. Een interview: ‘Je maakt al 30 jaar films en geeft al die tijd ook les. Is je relatie tot filmmaken daardoor veranderd?’ Ze antwoordt: ‘We moeten allemaal onze rekeningen betalen, en ik heb een baan als docent. Ik heb er nooit vanuit gegaan dat ik van filmmaken zou kunnen leven. Dat was in de jaren 90 niet iets wat voor mensen zoals ik mogelijk was, dus in de tijd waarin ik opgroeide, was het niet realistisch om daar zo over na te denken. Lesgeven is gewoon zo'n integraal onderdeel van mijn leven geworden, naast het filmmaken. Die twee dingen gaan voor mij echt goed samen en het helpt me om de druk te verlichten.’
Ik surf naar de Openbare Bib Oostende. Daar staat nog een en ander van Kelly Reichardt in de rekken: First cow (2022); Wendy and Lucy (2010) en Meek’s cutoff (2014).
Flor Vandekerckhove⇲ 

Velerlei maquis is een essay waarin ik een periode uit het werk van Charles Baudelare, Paul van Ostaijen en Bob Dylan belicht, meer bepaald de tijd waarin ze hun werk in het verborgene (het maquis uit de titel) produceren. Zoals al de e-boeken van uitgeverij De Lachende Visch is ook dit essay van 32 pagina's gratis voor wie erom vraagt. Er is een PDF-versie en het is ook beschikbaar in EPUB. Je kunt bestellen via liefkemores@telenet.be. De Weggeefwinkel zorgt ervoor dat het in je mailbox valt. (Vermeld titel en zeg welke versie je verkiest, pdf of epub.)

dinsdag 24 maart 2026

Die van de Groenedijk zijn de beste

In 1962 ontmoetten meisjes van de Groenendijk ons op een plekje tussen de casino en park Leburton.

Groenedijk 
 
dat ik dat nog weet
Raymonde
Lucienne
en Frieda
van de Groenedijk
kwamen ons opzoeken
achter het casino
Lucienne was de mooiste
z’ is ook vandaag nog steeds een mooie vrouw
Frieda droeg sexy schoentjes 
dat ik dat nog weet
je kon een beetje teen zien
Raymonde en ik wisselden een fotootje
waarop ze naast een auto stond
een Volkswagen
Arjette vond die foto in mijn portefeuille
waarna ik hem aan Raymonde teruggaf 
of Raymonde mijn foto ook teruggaf
herinner ik me niet
Lucienne en Frieda zie ik ook vandaag nog
altijd goed voor een babbel
die van de Groenedijk 
 


Op 't einde van 2020 ontwikkelde ik een 'eenvoudige, nieuwe manier van schrijven' die geheel de mijne is. Groenedijk is op die manier geschreven. Mij kwam het ook toe de nieuwigheid een naam te geven, alsmede de vereisten ervan in steen te beitelen: proza in de vorm van een vers, afgekort provovers (mv. provoverzen? de beoefenaar ervan: een provoversaal?) Dat provovers werd door mij geijkt in vier geboden. (1) het provovers telt exact honderd woorden, titel niet inbegrepen; (2) de titel van het provovers bestaat uit één woord; (3) leestekens ontbreken, alsook kapitalen (behalve als het een eigennaam betreft); (4) de vorm van het provovers kenmerkt zich door lijnafbrekingen, dermate georganiseerd dat ze het lezen faciliteren. Visueel maken die lijnafbrekingen er een vrij vers van — een proza+ — dat de lezer kan savoureren als ware ’t eenvoudige poëzie van het soort dat een spreker gemakkelijk parlando ten gehore brengt. 
Bij uitgeverij De Lachende Visch verscheen in 2023  Gesprekken met Polleke, een verzameling van vijftig dergelijke provoverzen. Zoals alle e-boeken van De Lachende Visch is ook Gesprekken met Polleke gratis. Mail erom (vermeld de titel en zeg of je ’t in pdf of epub wilt hebben): liefkemores@telenet.be.

maandag 23 maart 2026

Portret van de schrijver als wielrenner

Links: zelden wordt een groep renners bij de start in de rug gefotografeerd, onder een spandoek AANKOMST.
Rechts Patrick Conrad bij het vertrek van het artiestenwielercriterium in 1971.


BIOGRAFIEËN VAN BEELDEND kunstenaars zijn boeiend: je kunt hen tonen terwijl ze aan ’t werk zijn, een bezigheid die fysisch is en 't vertellen waard. Zo’n kunstenaarsatelier is ook een schatkamer, in geuren en kleuren te beschrijven. Beeldend kunstenaars stellen tentoon en hebben, in zo’n inspirerende omgeving, contact met soms boeiende mensen… Biografieën van muzikanten zijn ook boeiend: ze gaan op tour en onderweg gebeurt van alles. Muzikanten werken met anderen — ‘ne zanger is een groep. Yoko Ono verschijnt op het toneel, er ontstaat heibel, de groep split, er komt (g)een reünie… Biografieën van schrijvers daarentegen zijn saai. Mijn biografie zou er als volgt uitzien: hij staat op, schrijft, maakt een wandeling en gaat weer slapen. 
Op deze veralgemening vormt schrijver Patrick Conrad een uitzondering. Hij schrijft, tekent, schildert, maakt film, leidt mondain leven, brengt kunstbroeders bijeen in een genootschap, maakt ophef, scheldt mensen uit… In ’s mans biografie krijgt het saaie nauwelijks kans. Ook ligt hij in 1971, samen met Nic van Bruggen, aan de basis van het artiestenwielercriterium, waaraan hij ook zelf deelneemt. Manu van der Aa heeft het erover in zijn Conrad-biografie (°): 
‘Om vier uur in de namiddag zou het criterium op gang geschoten worden en na afloop van de wedstrijd zouden de aan de wedstrijd deelnemende auteurs voorlezen uit eigen werk en volgde er een feest als afsluiter (…) Op de deelnemerslijst stonden naast schrijvers Paul Koeck, Werner Spillemaeckers en Jan Emiel Daele ook keramist Lode van Aken, uitgever Walter Soethoudt (…)’
‘Getuige de overgeleverde en in het Letterenhuis bewaarde foto’s trad Patrick Conrad aan in een zwarte koersbroek, een wit truitje met daarop in kleurrijke letters zijn naam, en een wit petje van Molteni, de Italiaanse sponsor van de ploeg waarvoor Merckx sinds dat jaar reed. Snoek en Willie Verhegghe, die later naam zou maken met zijn ‘wielergedichten’, beschikten blijkbaar over een heuse koersfiets. Enkelen vatten het wat ludieker op: Herman J. Claeys nam deel in lange broek, sigaret in de mond, op een fiets met een groot voorwiel en een klein achterwieltje.’
In een gesprek met Herwig Leus gaf van Nic van Bruggen in 1983 zijn versie van Snoeks prestaties die dag (°°): 
‘Van bij de start is Paul Snoek als een pijl uit een boog ontsnapt, maar na een drietal van de dertig af te leggen rondjes werd hij bijgebeend en gelost door een kopgroepje bestaande uit Jan Emiel Daele, Gilbert De Roeck, Roland Jooris en Willie Verhegghe. Kort daarop ben ik Paul voorbijgereden, en ten koste van een geweldige krachtinspanning kreeg ik vele ronden later tenslotte toch nog de kopgroep in het vizier. Merkwaardig genoeg bleek Paul er weer deel van uit te maken en is hij als vijfde door de finish gegaan. Achteraf is uitgekomen dat hij gedurende enkele rondjes was afgestapt, een babbeltje was gaan slaan met enkele supporters, een paar pinten had gedronken in een van de plaatselijke cafés en nadien zijn plaats in het koppelotonnetje weer had ingenomen. Hij was heel verontwaardigd toen hij na aankomst gedeclasseerd werd…’
(°) Manu van der Aa. Patrick Conrad. Leven, liefdes en werken van een Pink Poet. biografie. 2025. Uitg. Pelckmans. 336 p. Over de biografie schreef ik eerder al in Gelukkig als in het bijzijn van een vrouw en in Leren schrijven met…. Er volgt nog.
(°°) Meer erover in De artiestenwielercriteria in Opdorp (1971-1973). De wielerwedstrijd werd drie opeenvolgende jaren georganiseerd.

zondag 22 maart 2026

Op zoek naar een meisje voor de kaft

Van links naar rechts: France Gall, Gigliola Cinquetti, Sandie Shaw.


WEER HEB IK een boek in wording. Genre, stijl en vorm zijn nog onzeker, ’t wordt een experiment. Inhoudelijk richt mijn blik zich op mijn tienerjaren. Vandaar de titel die verwijst naar een televisieprogramma dat in 1961 van start ging: Tienerklanken.
Ik denk na over de kaft. Moet daarop de beeltenis van een tienermeisje staan, een covergirl? In dat geval moet het een meisje zijn dat in mijn tijd ook tiener was. Ik herinner me Sylvie Vartan (°1944). Ze had als twintigjarige een hit met La plus belle pour aller dancer. Waardoor ze zich via zender Rijsel in mijn puberbrein kon nestelen. Helen Shapiro (°1946) stond qua leeftijd dichter bij me, ze was veertien en had een hit met Walkin' Back To Happiness. In Vlaanderen had je Liliane (later Liliane Saint-Pierre), nauwelijks een paar maand ouder dan ik, die als zestienjarige al zong van We gotta stop (en zelf was ik nog niet eens begonnen.) Ge voelt dat het moeilijk kiezen wordt. Om de mogelijkheden te beperken doe ik het alleen met meisjes die in mijn tienerjaren het Eurovisie-songfestival wonnen. Sandie Shaw (°1947)  won dat spel in 1967, met Puppet On A String, ze was 20. France Gall (°1947 - 2018†) won in 1965 met Poupée de son, ze was 17. Maar niemand is beter geschikt voor de kaft dan Gigliola Cinquetti (°20 december 1947). Zij won in 1964 het Eurosongfestival, ze moest nog 17 worden. Non ho l'età, vrij vertaald: Ik ben nog te jong, al dachten wijzelf daar indertijd wel anders over.
Flor Vandekerckhove

Tienerklanken wordt het vervolg op GAUW!, het eerste boekje dat ik schreef nadat ik eind 2013 besloot alleen nog digitaal te publiceren. Dat verhaal, waarin ik over mijn prille kindertijd vertel, verscheen als e-boekje in 2014. Gaandeweg leerde ik meer over elektronisch schrijven en begon ik te experimenteren. Het verhaal werd daardoor in opeenvolgende edities korter, ik voegde er links aan toe, waardoor lezers nu ook naar liedjes uit die tijd kunnen luisteren. Het boekje komt nu, denk ik, beter tegemoet aan de verwachtingen van internetlezers: ’t is kort, eenvoudig, erg geschikt voor wie, zoals ik, een korte spanningsboog heeft en er valt veel te beleven. 
Zoals alle e-boeken van Uitgeverij De Lachende Visch is ook deze vijfde editie van GAUW! gratis voor wie erom vraagt. Doe het via liefkemores@telenet.be en de meiden van De Weggeefwinkel zorgen ervoor dat het boekje meteen in je mailbox valt.

zaterdag 21 maart 2026

De gemankeerde beenhouwer en James Joyce

Nora Barnacle en James Joyce op weg naar hun huwelijk (1931). Derde is raadsman Fred Monro. Hij speelde een praktische rol bij het huwelijk.

EIGENLIJK HAD IK beenhouwer moeten worden. In Bredene. Dat ging niet door. Gevolg: de rest van mijn leven trok ik van job maar job, van stad naar stad en van vrouw naar vrouw. Nergens vond ik mijn draai. Tenzij in mijn hoofd, zoals Raymond in 't zijne
Bij tijd en wijle ben ik in mijn hoofd een ontdekkingsreiziger die zich een weg doorheen James Joyce baant. Soms loopt die weg via Finnegans Wake, soms is ’t doorheen Ulysses. Vandaag trek ik langs de Facebookgroep die zich Ulysses noemt. Daar stelt iemand een vraag die mij als gemankeerde beenhouwer recht naar de pens gaat. Ik vertaal: ‘Heeft iemand er wel eens aan gedacht dat Ulysses misschien volkomen willekeurige, betekenisloze onzin is die zomaar in zijn hoofd opkwam? En dat hij het simpelweg in prachtig proza ​​heeft verpakt? En dat er verder geen diepere betekenis achter zit?’ Op die vraag komen tweeënzeventig antwoorden, het ene nog verontwaardigder dan het andere. Ik onthoud er een: ‘Je hebt een verkeerd beeld van hoe je een boek moet lezen. Het gaat niet om wat erin staat (en er staat ongetwijfeld veel in 'Ulysses'), maar hoe je erop reageert. Een boek is een machine om mee te denken.’ Die mens heeft gelijk. Althans, dat is hoe ik meestal een boek lees, als een machine om mee te denken. (
Jeff Tweedy doet het trouwens ook op die manier.)
Nu had ik als beenhouwer wellicht nog een uur worsten moeten draaien. Blij dat ik de stiel gemankeerd heb.
Flor Vandekerckhove

Wij, met zand in onze schoenen is een memoir (25 bladzijden), waarin ik terugdenk aan de weg die beeldend kunstenaar Luc Martinsen en ik afgelegd hebben, sinds onze eerste ontmoeting in 1988. Ik schreef dat boekje als een symfonie, een muziekstuk in drie delen, dat na het tweede deel onderbroken wordt door een interludium en afsluit met een coda. In de beste traditie van De Weggeefwinkel is ook Wij, met zand in onze schoenen gratis. U hoeft er alleen om te vragen. Mocht u interesse hebben, mail naar liefkemores@telenet.be. (Vermeld 'Zand' en zeg 'pdf' of 'epub'.)

donderdag 19 maart 2026

Slapen in hotel Terminus Maritime, Oostende (een droom naverteld in exact honderd woorden)

Johnny Verplancke fotografeert al dan niet geklasseerd erfgoed in de staat waarin het zich bevindt. Zijn indrukwekkende collectie (bijna 4000 foto’s) staat hier op flickr. In 2012 maakte hij een reeks in het voormalige 'Hotel Terminus Maritime' met aansluitend het voormalige postsorteercentrum van Oostende.


Droom 40 — 'T IS EEN rittenkoers, ik maak reclame aan de arrivée. Om na de rit niet telkens naar huis te moeten keren, slaap ik onderweg in vervallen, leegstaande hotels. Nu lig ik ergens in hotel Terminus onder zeil. Mijn reclamepanelen verstop ik in een andere kamer, ook onder zeil. Men beweert dat ik de panelen ontvreemd heb, er is klacht neergelegd. Onzin, ik werk er al vele jaren mee. Ik kan mijn gelijk echter niet bewijzen. Evenmin kan ik verklaren waarom er maïskolven op getekend staan. De flikken doorzoeken het gebouw, ik slaap onrustig en hoop dat ze me niet vinden. (Flor Vandekerckhove)

Elk najaar trek ik naar de Pyreneeën. Terwijl Tania daar wandelt, kijk ik uit over berg & dal en werk aan een essay. In 2023 heette dat ‘Over schrijverschap’. Ik ging in dialoog met Haruki Murakami. We hadden het over beroep en arbeidsvreugde, vakmanschap en kunst, roeping en het nest waaruit je voortspruit.
Zoals al de e-boeken van uitgeverij De Lachende Visch is ook dit 23 pagina’s tellend essay gratis voor wie erom vraagt. Er is een PDF-versie en het is ook beschikbaar in EPUB. Vragen doe je via liefkemores@telenet.be. Vermeld Schrijverschap en maak je keuze tussen pdf en epub (wie geen keuze maakt krijgt pdf toegestuurd)

dinsdag 17 maart 2026

’t Verandert fel met dat spel (Over artificiële intelligentie)

Kamagurka in Humo over AI.

’T WAS IN augustus 2023 dat een oud-schoolmakker me op de hoogte bracht van ’t bestaan van ChatGPT. Dat was naar aanleiding van een stuk dat ik schreef over Oscar Wilde en z’n (door mij moeilijk te begrijpen) verering van the British queen. Ik had nooit eerder van ChatGPT gehoord. Memorabel is ook dat die oud-klasmakker me in de val wist te lokken met de AI-vertaling van een gedicht van JP Rawie: Hoe kan ik deze maand beter beginnen dan met een gedicht dat ernaar genoemd werd. En ik herinner me ook een mail waarin hij - gepensioneerd leraar Nederlands - zei hoeveel tijd het hem, en ook mijn oud-leraar Nederlands ‘Ballong’, telkens gekost had om schoolopstellen te verbeteren: ‘Ik meen me te herinneren dat hij [Ballong] om de twee weken als schrijftaak een opstel gaf, die taken ook grondig verbeterde. Je moet het maar doen, hé. Toen ik zelf ooit een voltijdse opdracht Nederlands had en aan mijn 92 leerlingen een opstel gaf als taak, besteedde ik 10 minuten per opstel als verbetering. Reken maar uit: 15 uur verbeteren.’ Daar moest ik weer aan denken toen ik dit weekend in de krant een stuk over AI las, waarin ’t ook over het werk van een leraar Engels ging: ‘Wanneer Alain Winne een schrijfoefening van zijn leerlingen wil nakijken, neemt hij een foto van hun blad (…) om ze meteen te laten analyseren door artificiële intelligentie. Binnen enkele seconden verschijnt er een foutenanalyse. (…) Winne benadrukt dat hij zonder AI niet hetzelfde niveau van lesgeven zou halen. “Om twintig schrijfopdrachten grondig te analyseren was ik vroeger vijftien uur bezig. Nu doe ik dat in een halfuur.” (…)’
Wat me tot mezelf brengt. Ik denk wel dat AI in staat is om 
(zeker op den duur) goede verhalen te produceren: SF, fantasy, noir, detective, porno… De schrijver van genrefictie zal overbodig worden.  Zelf vind ik ook dat we dat soort boeken rustig aan de machine mogen overlaten. Wat AI niet kan is wat De Laatste Vuurtorenwachter doet: marginale, literaire stukjes produceren die elkaar aanvullen, tegenspreken, herhalen, afvallen, onderuithalen en overtreffen. De Laatste Vuurtorenwachter is een almaar veranderende mozaïek in wording, een kroes waarin ik, als ware ik een alchemist der letteren, de dingen meng: publiek dagboek en verhaal; essay en kladwerk; eenmanskrant en poëzie; fictie en non-fictie; memoir en vignet… Alles in de kroes, hopend dat u ’t leest en dat er literair goudstof achterblijft.
De tekstkroes getuigt van een literaire praktijk in het tijdperk van digitale teksten en artificiële intelligentie. ’In de tekstkroes gooi ik al mijn creativiteit. Daar vermengt mijn imaginatie zich met de uwe, lezer, hopend dat er goud van komt.’
De tekstkroes is een e-boek, uitgegeven door De Lachende Visch. De distributie gebeurt buiten de markt, via De Weggeefwinkel. Het boek is gratis voor wie erom vraagt. Vermeld ‘Tekstkroes’ en zeg of u pdf dan wel epub verkiest. Doe het via liefkemores@telenet.be. en het boek valt meteen in uw e-box.

maandag 16 maart 2026

Old Men Blues

De Oostendse Langestraat in vroegere tijden. In die tijd had ik de blik van een jongeman. Nu is dat anders.

DE OUDERDOM KOMT als een dief in de nacht. 's Morgens word je wakker en je weet het. Je spert de ogen open en zegt: NU BEN IK OUD. Het overkwam ook mij. 
Die dag ging ik wandelen, zoals altijd, maar 't was toch anders. Ik zag dat ik het in korte stapjes deed. Ik leek Bob Dylan wel die, stijf van ’t zitten, vanachter zijn piano komt. Ik liet een zakdoek vallen en had moeite om die op te rapen, zo diep lag die zakdoek. ’s Avonds zei ik het onthutst aan Tania: ‘Ik zie het zelfs aan de manier waarop ik naar vrouwen kijk.’  
Dat is iets wat ik altijd graag gedaan heb, naar vrouwen kijken. Nu nog, maar ’t is toch anders. Ik ga niet beweren dat ik vrouwen vroeger als seksobject bekeek, maar ’t scheelde niet veel. Ik kan evenmin zeggen dat het een hobby was, maar 'k deed 't toch veel. Nu is dat kijken anders. Al wandelend denk ik daar veel over na en inmiddels weet ik het. Ik kijk nu naar vrouwen zoals ik inmiddels ook naar joggers kijk. Ik zie voorbije tijden. Ik wandel in een wereld die aan mij voorbijgaat. 
Vroeger maakte ik deel uit van die wereld. In 2021 ging ik voor Tania een bestelling afhalen in de lingeriewinkel op de Konterdam. In het pashokje was een klant met een setje in de weer en ik moest even wachten. Ik nam plaats in een fauteuil en kreeg koffie aangeboden. In die omgeving moest ik aan Roland Topor peinzen die zei: ‘Vrouwelijke lingerie is het enige tastbare bewijs voor het bestaan van God.’ Toen kwam de vrouw uit het pashokje en ze inspireerde me ter plekke tot De moslima van de Konterdam.
Flor Vandekerckhove

Uitgeverij De Lachende Visch presenteert Vanaf de vuurtoren, bundel met vijftig korte essays. Zelf zeg ik erover: ‘Kort zijn ze zeker, maar zijn het ook essays?’ Zoals alle e-boeken van uitgeverij De Lachende Visch is ook Vanaf de vuurtoren gratis voor elkeen die erom vraagt. De bundel (e-boek, pdf of epub naar keuze) ligt klaar in De Weggeefwinkel. Doe het meteen via liefkemores@telenet.be (vermeld de titel en zeg pdf of epub) en het boek ligt meteen in uw mailbox.

zondag 15 maart 2026

Gelukkig als in het bijzijn van een vrouw

Inzet: de hoes van de langspeelplaat. (Hoesontwerp Albert Szukalski.)

IN DE TIJD dat ik de strumstick leerde manipuleren - instrument gemaakt voor mensen die geen instrument bespelen - verdiepte ik me ook in de liaison tussen poëzie en muziek. Tom America deed het met Delphine Lecompte, Allen Ginsberg deed het met Paul McCartney en later ook met The Clash, Robert Bly deed het met soefiemuzikanten… En uiteindelijk deed iedereen het met elkaar. Wat ik toen niet wist, is dat Patrick Conrad het ook gedaan had met Roland Van Campenhout
In 1973 produceert Pink een vinylplaat waarop Patrick Conrad zijn Gelukkig Als In Het Bijzijn Van Een Vrouw declameert. Hij wordt begeleid door Luc Renneboog (fluit), Roland (zang, gitaar, fluit) en Philippe De Chaffroy De Course (viool). De plaat wordt opgenomen in de Sunflower Studio in Gent, bij Roland thuis dus. Beide kanten van de langspeelplaat zijn volledig op kraak te beluisteren en er staat ook een stukje op YouTube.
Conrads biograaf (°) zegt erover: ‘De elpee Gelukkig als in het bijzijn van een vrouw (1973) was dan weer een uniek project, waarbij de psychedelische muziek van een jonge Roland van Campenhout gecombineerd werd met poëzie van Conrad en artwork van Albert Szukalski.’ En verder: ‘(…) Dit alles maakt van Gelukkig als in het bijzijn van een vrouw een staaltje van intermedialiteit dat in het Nederlandse taalgebied op dat moment uniek mag worden genoemd.’ 
‘De elpee, waarvan de oplage driehonderd genummerde en gesigneerde exemplaren bedroeg, werd voorgesteld op 30 oktober in galerie De Zwarte Panter. Het werd een hele show: Conrad arriveerde samen met Gisela en Szukalski in een Rolls-Royce voor de poort van de galerie in de Hoogstraat. In een wit pak, zwart satijnen hemd met strik en op hippe plateauzolen betrad hij als een echte superstar de goed gevulde kapel van De Zwarte Panter. Daar werd hij begroet door de inleider van dienst Karel Jonckheere, die trouwens op 26 april tot ere-Pink Poet was benoemd. In de zaal wachtten de andere Pink Poets hem op (…) Na Jonckheeres inleiding las Conrad enkele gedichten voor begeleid door de muzikanten, al wilde de techniek niet mee en moest de dichter noodgedwongen playbacken.’
(°) Manu van der Aa. Patrick Conrad. Leven, liefdes en werken van een Pink Poet. biografie. 2025. Uitg. Pelckmans. 336 p. Dit is m’n tweede post geïnspireerd door deze biografie. Het eerste heet Leren schrijven met Patrick Conrad. En er volgt nog: in de maak is een post over ‘Het eerste Artiestenwielercriterium in Opdorp’, 11 september 1971.

 

zaterdag 14 maart 2026

Een huiselijk verhaal over winterweer (drie zinnen)


Sneeuw — OPKIJKEND VAN MIJN Mac zie ik dat het plots begint te sneeuwen. Leugenachtig zeg ik aan Polleke dat het sneeuwt in de zomer. Maar Polleke kijkt alleen op als hij honger heeft. (Flor Vandekerckhove)


Driezinnenverhalen zijn experimenten in het maken van extreem korte verhalen, uitgaand van 't vermoeden dat internetlezers scrollen, surfen & swipen en dat ik bijgevolg maar korte tijd heb om hun mijn verhaal te tonen. In plaats van daar meewarig over te doen, neem ik die realiteit ter harte. 
In het e-boekje 2HONDERD 3ZINNENVERHALEN & 1LINERS verzamel ik er 200. Het boekje heeft als bijkomende plus dat je elke titel kunt aanklikken, de hyperlink leidt je dan naar een video waarin het verhaal geïllustreerd wordt en te horen/zien valt, 200 YouTube-producties in totaal. EN DAT ALLES IN 1 BOEKJE ! Zoals alle digitale publicaties (pdf en EPUB) van De Lachende Visch is ook 2HONDERD 3ZINNENVERHALEN & 1LINERS gratis. Mail erom en je bestelling wordt meteen aangepakt door de juffrouwen van De Weggeefwinkel. (en vermeld de titel: in dit geval ‘200’, dan begrijp ik het wel.): liefkemores@telenet.be.