vrijdag 23 januari 2026

Charles Reznifoff herinneren

Charles Reznikoff leest een gedicht van William Carlos Williams voor in een bus in Brooklyn, ‘ergens in ‘t midden van de jaren zestig’. (Foto zonder bronvermelding in Modern American Poetry.)

GISTEREN, 22 januari, was het achtenveertig jaar geleden dat Charles Reznikoff († 22.01.1976) overleden is, Amerikaans dichter van wie ik veel geleerd heb.
In 2015 ontdek ik de dichter toevallig, maar ik ben meteen verkocht. Ik vertaal mijn vondst in Huiselijke scènes en ik bestel het boek Testimony. Weer volgen vertalingen: Huiselijke scènes (2); Huiselijke scènes (3); Huiselijke scènes (4).
Er is niet alleen de daarin beschreven wreedheid die me van mijn stuk brengt, er is ook de stijl — ‘Et c’est rare, un style, monsieur, c’est rare’ (Louis-Ferdinand Céline) — die sommigen doet afvragen of het werk wel poëzie is. Zij zeggen: het is proza, gedrukt in onregelmatige lijnen. In 2021 vind ik daar een verhelderend voorbeeld van: een romanpassage komt later terug als gedicht. Andere vorm, twee keer dezelfde woorden. Is ’t proza? Is ’t poëzie?
Er is nog iets wat me naar deze dichter drijft. In Testimony schetst de inleider een poëtisch beeld van de dichter als oude man:  ‘(…) Charles Reznikoff, de onzichtbare dichter, wandelt twintig mijl per dag in New York, noteert zijn observaties in een notitieboekje, ontmoet kornuiten die nooit geweten hebben dat het een schrijver is die daar bij de automatiek staat, een die al meer dan vijftig jaar zijn eigen boeken met perfecte gedichten publiceert.’ Het is, zoals ik zei, een poëtisch beeld want geen enkele oude man maakt dagelijks wandelingen van 32 kilometer. Reznikoff lijkt me evenmin een mens te zijn die broodjes uit de muur haalt. Maar ik voel verwantschap. Op foto’s herken ik in Reznikoff de lelijke man die ik inmiddels ook geworden ben. Zo zie ik mezelf ook wandelen op ’t strand, langs de waterlijn. En ook van mij weet niemand dat ik die schrijver ben die al zolang zijn eigen dingen publiceert.
Flor Vandekerckhove
De tekstkroes is als een beker waarin ik al mijn creativiteit gooi, 337 pagina’s. Daar mengt mijn imaginatie zich met die van u, lezer, zodat er misschien wel goud van komt. U bent in deze geen consument, u koopt dit literaire experiment niet, u bent nodig om het rond te maken. Een literaire tekst die in de schuif terechtkomt, blijft voor altijd onaf. Ik heb u echt nodig om het werk af te maken. Ik schrijf, de lezer voegt er zijn ding aan toe en zo ontstaat een literair kunstwerk. Wie mijn teksten tot zich neemt is participant. Ergo: de lezer vraagt mij geen geld om te schrijven en ik, schrijver, vraag lezers geen geld om het geschrevene te lezen. ’t Is van een verbluffende logica die weliswaar verdonkeremaand wordt door de anders alomaanwezige markteconomie.
De tekstkroes is een GRATIS e-boek, uitgegeven door De Lachende Visch. Mail erom (vermeld de titel en zeg of je epub of pdf verkiest) Vraag het meteen aan liefkemores@telenet.be en het valt vandaag nog in uw e-box.

donderdag 22 januari 2026

Deze tijd is er een van monsters

Terwijl Bart De Wever (inzet) Antonio Gramsci (midden) citeert, gebeurt ook elders in de wereld een en ander (rechts).

DAVOS IS een oord van grote woorden. Op de jaarlijkse bijeenkomst van het Wereld Economisch Forum citeert premier Bart De Wever de Italiaanse marxist Antonio Gramsci (†1937): ‘De oude wereld sterft, en de nieuwe wereld worstelt om geboren te worden: nu is het tijdperk van de monsters.’ 
De Wever haalt Gramsci’s woorden uit diens Notities uit de gevangenis. (°) De woorden passen inderdaad uitstekend om onze tijd te duiden, tijd waarin bestaande structuren wankelen en er nog geen nieuwe stabiele orde is. In zo’n overgangsperiode, zegt Gramsci, overheersen onzekerheid en instabiliteit, waardoor een voedingsbodem ontstaat voor extremisme, autoritarisme en politieke monsters — figuren of bewegingen die gedijen in tijden van wanorde.
In zo’n tijd brokkelt de legitimiteit van de oude orde af, maar de instellingen ervan blijven op een kaduke manier functioneren. Nieuwe bewegingen en ideologieën ontstaan, maar ze missen samenhang en het vermogen om het oude systeem te vervangen. Intussen dagen monsterlijke krachten op: autoritaire leiders, reactionaire bewegingen en politieke opportunisten die profiteren van de instabiliteit.
Gramsci ziet deze dynamiek aan het begin van de 20e eeuw, in Europa, wanneer de achteruitgang van bestaande structuren, in combinatie met het falen van de democratie, aanleiding geeft tot fascisme en stalinisme. Die politieke mutaties, voort-komend uit de chaos van de transitie, beschouwt hij als monsters. Of hoe een oude marxist ons vandaag Trump en het trumpisme laat begrijpen. Is dat niet exact wat zich voor onze ogen afspeelt?
Flor Vandekerckhove

(°) Antonio Gramsci, Alle mensen zijn intellectuelen. Notities uit de gevangenis, 269 p., Een selectie uit de gevangenisdagboeken, vertaald en toegelicht door Arthur Weststeijn, Nijmegen, Uitgeverij Vantilt, 2019. 
 
Veel uit Gramsci’s Prison Notebooks 1929-1935 werd in het Engels vertaald en staat te lezen op marxist.org.

woensdag 21 januari 2026

George Orwell over een broodschrijver (niet te verwarren met een broodrooster)

Het standbeeld herdenkt het leven van George Orwell (echte naam Eric Blair, †21 januari 1950). Het staat vlak naast de ingang van het Londense hoofdkantoor van de BBC. Het beeld is met een hoogte van zo'n 2,5 meter, ‘larger than life’. De tekst op de muur naast het beeld: ‘Als vrijheid überhaupt iets betekent, dan betekent het het recht om mensen te vertellen wat ze niet willen horen.’

VANDAAG, 21 januari, is het 76 jaar geleden dat George Orwell overleden is. Hij is een van de hedendaagse schrijvers die nooit uit de mode zijn geraakt, net als de Franse Albert Camus trouwens. Ze hebben een en ander gemeen, Camus en Orwell: beiden zijn anticommunist, maar wel overtuigde socialisten. Camus noemt zichzelf een ‘radicale reformist, radicale socialist en liberale humanist.’ Het socialisme van Orwell is dan weer very British. Over beiden heb ik veel geschreven, over George Orwell verzamelt deze blog nu zestien posts. Om zijn overlijden te herdenken zoek ik iets wat ik nog niet eerder vertelde. Mijn oog valt op Confessions of a Book Reviewer, verschenen op 3 mei 1946 in het linkse, Britse blad Tribune. Ik lees het in All Art Is Propaganda. (°)
Zo ziet het leven van een broodschrijver eruit, zegt Orwell:
'In een koude maar benauwde slaap-zitkamer, bezaaid met sigarettenpeuken en halflege theekopjes, zit een man in een door motten aangevreten ochtendjas aan een gammele tafel, zoekend naar een plekje voor zijn typemachine tussen de stapels stoffig papier. Hij kan het papier niet weggooien omdat de prullenbak al overvol is, en bovendien ligt er ergens tussen de onbeantwoorde brieven en onbetaalde rekeningen mogelijk een cheque van twee guineas die hij vrijwel zeker vergeten is te innen. (…)’
Zo gaat het er, zegt Orwell, bij elke broodschrijver aan toe, en heel zeker bij de schrijver die om den brode recensies schrijft, een bijzonder beklagenswaardige medemens. De professionele recensent wordt begraven onder een stapel boeken die hij nooit gelezen kan krijgen en desalniettemin: 
‘(.…) merkwaardig genoeg, komt zijn tekst op tijd aan op kantoor. Op de een of andere manier komt het daar altijd op tijd. Rond negen uur 's avonds wordt zijn geest enigszins helder, en tot in de vroege uurtjes zit hij in een kamer die steeds kouder wordt en de sigarettenrook steeds dikker, en bladert hij behendig door het ene boek na het andere, om elk boek neer te leggen zeggend: "God, wat een onzin!" De volgende ochtend, met wazige ogen, nors en ongeschoren, staart hij een uur of twee naar een blanco vel papier, totdat de dreigende wijzer van de klok hem tot actie aanzet. Dan schiet hij plotseling in gang. Alle afgezaagde frasen – "een boek dat niemand mag missen", "op elke pagina staat iets memorabels", "van bijzonder belang zijn de hoofdstukken over enz., enz." – springen op hun plaats als ijzerdeeltjes die een magneet gehoorzamen, en de recensie heeft precies de juiste lengte, met nog maar drie minuten te gaan.'
(°) De door mij aangehaalde uittreksels komen uit George Orwell. 'All Art Is Propaganda’. In 'George Orwell. Critical Essays. Compiled by George Packer. Introduction by Keith Gessen'. 2008. Mariner Books / Houghton Mifflin Harcourt. Boston New York. 872 pp. De vertaling is telkens van Google Translation.

dinsdag 20 januari 2026

Trump: veel gekker moet het niet worden

Links: Trump ontvangt de Vredesprijs van de wereldvoetbalbond FIFA. Rechts: De Venezolaanse Nobelprijswinnaar María Corina Machado overhandigt Trump haar medaille voor de Nobelprijs voor de Vrede. 

IK HEB NIET de gewoonte om me over Donald Trump uit te spreken, Dat gebeurt, vind ik, elders al genoeg, ik zeg liever iets wat anders niemand zegt. Ik herinner me nochtans goed waar ik was toen hij voor ’t eerst tot president verkozen werd: Overwinning Trump pijnlijk voelbaar in Parijs. Daarna ondernam ik een moedige poging om die mens te begrijpen door hem te vergelijken met Marc Coucke. Ook dacht ik na over wat ik zou doen, mocht Trump een bezoek aan Bredene brengen, een uniek denkexperiment.
Op de radio hoor ik dat Trump aan de premier van Noorwegen laat weten dat ‘aangezien jouw land heeft besloten om mij de Nobelprijs voor de Vrede niet toe te kennen voor het beëindigen van acht oorlogen EN MEER, ik me niet langer verplicht voel om alleen maar aan vrede te denken (…)’ Mijn aandacht wordt getrokken door die acht EN MEER. Hoeveel zijn het er dan? Negen? Tien? Twintig? Onwetend als ik ben, vraag ik het aan ChatGPT en dit is het antwoord: ‘Er zijn geen oorlogen die ondubbelzinnig beëindigd zijn alleen door de inzet van Donald Trump. Claims dat Trump meerdere oorlogen heeft “beëindigd” blijken niet te kloppen als je kijkt naar wat er feitelijk gebeurd is.’ Géén dus! Dat wilde ik toch even weten
.
De tekstkroes is als een beker waarin ik al mijn creativiteit gooi, 337 pagina’s. Daar mengt mijn imaginatie zich met die van u, lezer, zodat er misschien wel goud van komt. U bent in deze geen consument, u koopt dit literaire experiment niet, u bent nodig om het rond te maken. Een literaire tekst die in de schuif terechtkomt, blijft voor altijd onaf. Ik heb u echt nodig om het werk af te maken. Ik schrijf, de lezer voegt er zijn ding aan toe en zo ontstaat een literair kunstwerk. Wie mijn teksten tot zich neemt is participant. Ergo: de lezer vraagt mij geen geld om te schrijven en ik, schrijver, vraag lezers geen geld om het geschrevene te lezen. ’t Is van een verbluffende logica die weliswaar verdonkeremaand wordt door de anders alomaanwezige markteconomie.
De tekstkroes is een GRATIS e-boek, uitgegeven door De Lachende Visch. Mail erom (vermeld de titel en zeg of je epub of pdf verkiest) Vraag het meteen aan liefkemores@telenet.be⇲ en het valt vandaag nog in uw e-box.

maandag 19 januari 2026

Waarom ik er geen geld voor vraag

‘(…) een tekst is samengesteld uit velerlei schrifturen die afkomstig zijn uit meerdere kulturen en onderling een dialoog aangaan of elkaar parodiëren of tegenspreken, maar er is een plaats waar deze veelvuldigheid samenkomt en die plaats is de lezer en niet, zoals tot dusver werd aangenomen, de auteur. (…) de eenheid van een tekst is niet gelegen in zijn oorsprong maar in zijn bestemming.’ (Roland Barthes in De dood van de auteur. Vertaling J.F. Vogelaar )

TOT IN 2012 oefende ik het beroep van schrijver uit, een zelfstandig bijberoep. Samen met mijn journalistiek werk in loonverband genereerde dat toen een klein maar reëel inkomen: ik leefde waarlijk van mijn pen die het uitzicht van een professionele tekstverwerker aannam. 
In 2013, jaar van mijn pensionering, leverde ik ook dat bijberoep in, ik deed, zoals men zegt, de boeken toe. Tegelijk stapte ik uit de boekenmarkt. Sindsdien is wat ik schrijf vrij beschikbaar voor elkeen die er oog voor heeft. ’t Is iets wat meer gebeurt dan ge denkt, creative commons neemt de plaats in van copyright.
Waarom doe ik aan literatuur als ik er niet langer geld voor vang? Roeping? Da's is een woord waarvan ik huiver. Ik dacht na over de vraag en in 2023 verzamelde ik een aantal conclusies. Daar voegde ik in 2025 nog een en ander aan toe, zo ook Wat Susan Sontag daarover zegt'.
Er is nóg een reden, een die alle voornoemde overschaduwt. Een literaire tekst die in de schuif terechtkomt, blijft voor altijd onaf. Ik heb u echt nodig om het werk af te maken. Ik schrijf, de lezer voegt er zijn ding aan toe en zo ontstaat een literair kunstwerk. Wie mijn teksten tot zich neemt is participant. Ergo: de lezer vraagt mij geen geld om te schrijven en ik, schrijver, vraag lezers geen geld om het geschrevene te lezen. ’t Is van een verbluffende logica die
 weliswaar verdonkeremaand wordt door de anders alomaanwezige markteconomie. Ge vraagt: ‘Haalt ge dat allemaal uit Barthes’ De dood van de auteur?' Niet alles, neen. Ge zegt nog dit en ge zegt nog dat. Maar ge kunt zoveel zeggen.
De tekstkroes is een mengkroes waarin ik al mijn literaire creativiteit gooi. U bent in deze geen consument, daardoor koopt u mijn literaire experimenten niet, u werkt er als lezer aan mee. Met andere woorden: ik heb u nodig om het af te maken. In De tekstkroes mengt mijn imaginatie zich met die van u, lezer, hopend dat er goud van komt. Want ook dit denk ik: samen zijn we AI de baas. U bent in deze geen consument die het e-boek koopt, u bent een lezer die het boek krijgt toegestuurd als u erom vraagt. Doe het! Schrijf naar liefkemores@telenet.be, vermeld ‘TEKSTKROES’ en zeg of u pdf wenst of epub.


zondag 18 januari 2026

Sciencefiction op de Oosteroever, in tijden van artificiële intelligentie


VOOR EEN SCHRIJVER is het vandaag weinig zinvol om zelf een sciencefictionverhaal te schrijven. Artificiële intelligentiesystemen doen dat nu in minder dan geen tijd. Ik vroeg het aan ChatGPT: ‘Schrijf een sciencefictionverhaal met twee protagonisten, De Laatste Vuurtorenwachter en de kaaihoer. Plaats van het gebeuren: de Oostendse Oosteroever. Honderd woorden.’ Ik zie het systeem even twijfelen, niet lang hoor, minder dan een seconde. Dan volgt meteen het verhaal, exact honderd woorden:
In de futuristische Oostendse Oosteroever bewaakte de Laatste Vuurtorenwachter de schemering van een vervallen wereld. De escort, a.k.a. de kaaihoer, was op zoek naar een veilige haven, maar werd achtervolgd door schaduwen uit de technologische duisternis. De vuurtoren, ooit een baken voor schepen, straalde nu een mysterieus signaal uit dat de schaduwen verzwakte. De escort en de vuurtorenwachter werkten samen, hij stuurde haar door het licht, zij hackte digitale duisternis. Met een laatste krachtinspanning verbraken ze de controle van de schaduwen, waardoor de Oosteroever weer een lichtpunt werd in een verder verduisterde wereld. Hoop herrees uit de duisternis. 
Flauw, vind ik. Dan is mijn verhaal toch spitser. Ook exact honderd woorden: 
reuzenkreeft 
dit is wat er gebeurt als vuurtorenlicht
in het jaar twenty five twenty five
stopt met draaien
en de kaaihoer de Oosteroever ontvliedt
omdat ze terecht vreest
dat stilstaand vuurtorenlicht
een teken van naderend onheil is
en zo geschiedt het 
in twenty five twenty five
dat een nooit geziene reuzenkreeft
genaamd de rode bastebeier
ter grootte van een walvis
op ’t strand van d’Oosteroever aanspoelt
om daar in naam van alle levend gekookte kreeften
wraak te nemen op de mensheid
met zijn scharen alles verknippend wat des mensen is
in de eerste plaats Lange Nelle
en daarin De Laatste Vuurtorenwachter
Flor Vandekerckhove

OP ’T EINDE van 2020 ontwierp ik een 'nieuwe manier van schrijven', die geheel de mijne is. Reuzenkreeft is op die manier geschreven. Mij kwam het toen ook toe deze nieuwe manier een naam te geven, alsmede er de vereisten van in steen te beitelen: proza in de vorm van een vers, afgekort provovers (mv. provoverzen? de beoefenaar ervan: een provoversaal?) Dat provovers werd door mij geijkt in vier geboden. (1) het provovers telt exact honderd woorden, titel niet inbegrepen; (2) de titel van het provovers bestaat uit één woord; (3) leestekens ontbreken, alsook kapitalen (behalve als het een eigennaam betreft); (4) de vorm van het provovers kenmerkt zich door lijnafbrekingen, dermate georganiseerd dat ze het lezen faciliteren. Visueel maken die lijnafbrekingen er een vrij vers van — een proza+ — dat de lezer kan savoureren als ware ’t eenvoudige poëzie van het soort dat een spreker gemakkelijk parlando ten gehore brengt. 
Bij uitgeverij De Lachende Visch verscheen in 2023  Gesprekken met Polleke, een verzameling van vijftig prozagedichten en vijftig dergelijke provoverzen. Zoals alle e-boeken van De Lachende Visch is ook Gesprekken met Polleke gratis. Mail erom (vermeld de titel en zeg of je ’t in pdf of epub wilt hebben): liefkemores@telenet.be.

zaterdag 17 januari 2026

Mag ik uit Het Communistisch Manifest citeren?


Es bleibet dabei:

HET KWAM tot een woordenwisseling. Iemand die ik al van kindsbeen ken, had de malaaien van de dag opgesomd en ik had hem van antwoord gediend met een citaat uit Het Communistisch Manifest: ‘De burgerlijke maatschappij, die zulke geweldige productie- en ruilmiddelen heeft gecreëerd, gelijkt op de tovenaar die de duivelse machten die hij zelf opriep niet meer kan beheersen.’ Dat was een beetje vilein van mij, want Karl Marx werkt op die mens als een rode vlag op een oude kaloot. Dus beet hij in de rode appel en er ontstond enig geschrijf van het soort dat al tientallen jaren 
over en weer gaat tussen ons. Niets aan de hand.
Wat ik niet had zien aankomen was de reactie van iemand anders. Zij is een gedegen kunstenares. In Oostende baat ze ook een galerie uit, eigendom van de mens die ik met Karl Marx van antwoord gediend had. Haar indrukwekkende betoog kwam er, samengevat, op neer dat ik over Het Communistisch Manifest moest zwijgen. Waarom? Omdat ik niet in Roemenië onder Nicolae Ceaușescu had geleefd, zoals haar familie dat wel had moeten doen. Iemand die al die smeerlapperij niet meegemaakt heeft, zei ze, moet over Marx zwijgen.
Dat houdt natuurlijk geen steek. Je moet niet de vernietigende kracht van onweer overleefd hebben om met recht en reden de weerman te citeren. Je hoeft niet door de Amerikaanse vreemdelingenpolitie ICE beschoten te zijn om Alexis de Tocqueville aan te halen. Je moet geen aanslag op een Greenpeaceschip overleefd hebben om woorden van François Mitterand te gebruiken. Moet je grootvader een afgekapte hand hebben om Lumumba te mogen citeren of vader Eyskens? Es bleibet dabei: Die Gedanken sind frei!
Wie me zegt wat ik al dan niet mag schrijven raakt een gevoelige snaar, die begint dan een beetje te trillen. Ik antwoordde: ‘Mevrouw, u zou eens moeten weten hoeveel mensen me al gezegd hebben wat ik al dan niet mag schrijven. Ik ben omwille van wat ik schreef gebroodroofd geworden door een kliek van ondernemers, bureaucraten en pastoors die alhier de dienst uitmaakten. Zij zijn er toen niet in geslaagd mij het zwijgen op te leggen, er is dus weinig kans dat gij dat nu wel zult doen.’ En in de zwier van die hoogdravendheid sloot ik af met: ‘Ik maak deel uit van een politieke strekking die zowel voor als achter het IJzeren Gordijn vervolgd werd, waarvan velen omwille van hun mening vermoord werden. Dus ja, ik citeer met recht uit Het Communistisch Manifest.’ 
Nu, terwijl ik dit stukje afrond, zit ik een wijl naar die beladen zinnen te kijken. Ik vraag me af of die jonge vrouw iets van die tegenbeweging afweet, die oppositie, dat verzet. De vernietigende kracht van het stalinisme is immens geweest, blijkt ook nu weer uit haar reactie. Het weerwerk dat wij, en dus ook wij soixantehuitards, tegen die vernietigende kracht geboden hebben, is te zwak gebleken. We hadden beter moeten doen.
Flor Vandekerckhove

De tekstkroes is als een beker waarin ik al mijn creativiteit gooi, 337 pagina’s. Daar mengt mijn imaginatie zich met die van u, lezer, zodat er misschien wel goud van komt. De e-boeken (pdf of epub naar keuze) van De Lachende Visch zijn gratis. U bent in deze geen consument, u koopt dit literaire experiment niet, u bent nodig om het rond te maken. 
De tekstkroes is een e-boek, uitgegeven door De Lachende Visch. Mail erom (vermeld de titel en zeg of je epub of pdf verkiest) Vraag het meteen aan  liefkemores@telenet.be.

vrijdag 16 januari 2026

Herinneringen aan Ivanhoe

Links: Ivanhoe. Rechts: een Sierra, nu te koop als brocante. In de advertentie staat: ‘Buitenkant best nog in een mooie staat maar geen idee of hij werkt (niet geprobeerd)’

EEN KWAKKELEND geheugen zorgt ervoor dat ik me maar weinig met zekerheid herinner. Toch dit: op 15 december 1960 hadden we zeker televisie in huis. Op die dag trouwden Boudewijn en Fabiola. Dat wilde Arjette niet missen en ze dwong van Onze Marcel een TV-toestel af. Hij kocht de Sierra in Westkerke, bij elektricien Aloïs, echtgenoot van een van zijn nichten, Laura Cardon of Paula. Of Nora, daar wil ik vanaf zijn.
Op die Sierra kon ik in 1960 ook het feuilleton Ivanhoe zien. Ik ben haast zeker dat ik de reeks een tweede keer op de Franse tv zag, op zender Rijsel. Daar sprak Ivanhoe (Roger Moore) Frans en ook de titelsong was Frans: Ivanhoooé! Zoiets vergeet een mens niet. De Nederlandstalige titelsong herinner ik me niet, maar hij bestaat wel degelijk. Misschien werd die in Vlaanderen in 't Engels gezongen, dat weet ik niet meer.
Ivanhoe was een indrukwekkende verschijning. Met zijn witte pluim, speer en glimlach was hij letterlijk en figuurlijk onweerstaanbaar. Vriend en vijand bogen voor zijn moed, charme en wapenvaardigheid. Kunt u zich voorstellen welke impact dit personage op mij had, jonge babyboomer, gekluisterd aan de Sierra? Week na week stond hij klaar om mij mee te slepen in zijn strijd tegen het schorriemorrie dat zijn pad kruiste. Ivanhoooé!

Flor Vandekerckhove


De tekstkroes is als een beker waarin ik al mijn creativiteit gooi, 337 pagina’s. Daar mengt mijn imaginatie zich met die van u, lezer, zodat er misschien wel goud van komt. De e-boeken (pdf of epub naar keuze) van De Lachende Visch zijn gratis. U bent in deze geen consument, u koopt dit literaire experiment niet, u bent nodig om het rond te maken. 

De tekstkroes is een e-boek, uitgegeven door De Lachende Visch. Mail erom (vermeld de titel en zeg of je epub of pdf verkiest) Vraag het meteen aan  liefkemores@telenet.be.

woensdag 14 januari 2026

Patti Smith: ‘Schrijven is wat ik ’t liefste doe.’

‘Wat ik altijd het allerliefst wilde, was schrijven. En hopelijk ooit een geweldig boek schrijven. Die periode in Michigan, waarin ik geen andere afleidingen had, waarin ik niet aan het opnemen of optreden was, niet bezig was met beeldende kunst, stortte ik me volledig op schrijven, studeren en mijn gezinsleven. En zo groeide en ontwikkelde ik me als schrijver. Ik had “Just Kids” nooit kunnen schrijven zonder die jaren van schrijven, grotendeels ongepubliceerd, gewoon notitieboekjes, stapels notitieboekjes. (...) Het is soms een enorme worsteling. Ik heb dagenlang geworsteld met drie alinea's. Als ik vijf goede zinnen schrijf, voel ik me alsof ik op een wolk zweef. Echt heel goed, als ik ze teruglees en denk: oké, dat is goed. Dat geeft me enorm veel voldoening.’ (°)
(°) ’t Is spreektaal, de vertaling is van Google. Het origineel luidt: ‘I always wanted the most was to write. And to write, hopefully, a great book someday. That period in Michigan where I had no other distractions, I wasn’t recording, performing, I wasn’t doing visual arts. I put everything into writing and studying and my domestic life. And I grew and evolved as a writer. I could have never written “Just Kids” without those years of writing, mostly unpublished, just notebooks, piles of notebooks.  (…)  It’s a great struggle, sometimes. I’ve struggled for days over three paragraphs. For me, if I write, five good sentences, it’s like, I’m on a cloud. I mean, really good, when I look at them and I go, OK, that’s good. That gives me great pleasure.’

De e-boeken (pdf of epub naar keuze) van De Lachende Visch zijn gratis. U bent in deze geen consument, u koopt dit literaire experiment niet, want ik heb u nodig om het rond te maken. De tekstkroes is als een beker waarin ik al mijn creativiteit gooi. Daar mengt mijn imaginatie zich met die van u, lezer, zodat er misschien wel goud van komt. 
De tekstkroes is een e-boek, 337 pagina’s, uitgegeven door De Lachende Visch.Mail erom (vermeld de titel en zeg of je epub of pdf verkiest) Vraag het meteen aan  liefkemores@telenet.be.

dinsdag 13 januari 2026

Losse eindjes, goede voornemens

Links: tijdschrift Partisan Review. Midden: dichter Delmore Schwartz. Rechts: Alan Wald, op de foto in juli 1997, bij het graf van Ernest Mandel, op Pere-Lachaise in Parijs.


EEN SLODDERVOS blijft al eens met losse eindjes zitten. In 2016 nam ik me voor om regelmatig in de archieven van Partisan Review te duiken, ‘the best literary magazine in America’. Ik heb dat ook gedaan. Zeventien posts lang, beginnend in 2016 met Bladeren in Partisan Review. Dat kon ik doen doordat alle nummers online staan, en ik er vrijelijk gebruik van kon maken. En opeens niet meer — ‘Safari kan de server niet vinden’ waardoor ik ermee ophield. Het laatste stukje was Nicolas Calas, surrealist en trotskist. Nu zie ik dat het probleem wellicht bij m'n oude browser ligt en niet bij de universiteit van Boston die het archief ter beschikking stelt. Hier⇲ vind ik de link weer, ik kan dat losse eindje weer opnemen.
Misschien biedt de Amerikaanse dichter Delmore Schwartz (°1913 - 1966†) daartoe wel de gelegenheid, hij publiceerde in Partisan. Schwartz is ook zo’n los eindje. Ik haalde destijds diens biografie in huis, The Life of an American Poet, vertaalde een gedicht van Schwartz, vertelde iets over de band tussen de dichter en Lou Reed en liet me door Delmore inspireren tot Gisteren op de Spinoladijk. Nog was ik met die mens niet klaar, maar ik hield er toch mee op: weer zo’n los eindje. Ik had in de biografie nochtans de krasse uitspraak ‘Always apolitical’ onderstreept en me voorgenomen om die te confronteren met wat Alan Wald over Schwartz schrijft in Marxism and the Modernist Poet, dat opent met Schwartz’ citaat: ‘[D]e revolutie is een beroep op zichzelf, dat de schrijver als mens moet ondersteunen, maar zonder op te houden een volwaardig schrijver te zijn.’ Wald vindt tal van tekenen dat Delmore die steun wel degelijk verleent, bijvoorbeeld: ‘De naam van Delmore verschijnt in elke verklaring van de League for Cultural Freedom and Socialism (LCFS), Amerikaanse afdeling van de Internationale Federatie van Revolutionaire Kunst, aangekondigd door Trotski, André Breton en de Mexicaanse muralist Diego Rivera.’ Die Alan Wald is trouwens een schat van een mens en ook dat losse eindje wil ik weer opnemen, in een stuk dat ik aan deze geleerde, Amerikaanse, linkse medemens wijd. Ge ziet: veel goede voornemens, zoals dat past in januari.
Flor Vandekerckhove

De-boeken (pdf of epub naar keuze) van De Lachende Visch zijn gratis. U bent in deze geen consument, u koopt dit literaire experiment niet. Ik heb u nodig om het af te maken. De tekstkroes is als een beker waarin ik al mijn creativiteit gooi. Daar mengt mijn imaginatie zich met die van u, lezer, zodat dat er misschien wel goud van komt.
De tekstkroes is een e-boek, 337 pagina’s, uitgegeven door De Lachende Visch. De distributie gebeurt buiten de markt, via De Weggeefwinkel. Het e-boek is gratis voor wie erom vraagt. Vermeld ‘Tekstkroes’ en zeg of u pdf dan wel epub verkiest. Doe het via liefkemores@telenet.be en het boek valt vandaag nog in uw mailbox.