donderdag 3 april 2025

Wapperen

DE TANDARTSASSISTENTE DRAAGT een openstaand, wapperend schort. Erg professioneel is dat niet, zo’n wapperend schort, ah, de sector is niet meer wat hij geweest is. Ik wacht mijn beurt af. Om de tijd te doden bedenk ik een sportkar, merk MG, een T-model. Aan het stuur zit de onprofessionele tandartsassistente, haar schort wappert in de wind. Ze is op weg naar haar appartement op de Oostendse Oosteroever, naast haar zit een sexy spierbundel. Plotsklaps laat ik de MG-T de oostelijke stuwdam reddeloos af wapperen. De oude man die ik ben is in zijn hoofd niet altijd erg menslievend. (Flor Vandekerckhove)


’t Is iets wat ik wel meer wil doen, oudere verhalen weer ter hand nemen. ’t Is in dit geval een drabble geworden — verhaal van exact honderd woorden — en het oudere verhaal, waarvan Wapperen vertrekt, heet ‘Een sportkar van MG’, (2016), daar is 't een apothekersassistente die met d'r schort wappert en dat verhaal telt 370 woorden.
Zo heb ik zelfs weer een boek ter hand genomen, de roman AMANDINE. Ik heb er een e-boek van gemaakt, nog altijd 33 hoofdstukken, 231 bladzijden, meer dan 63.000 woorden. maar dan wel 10.000 woorden korter dan de originele versie van 2012. AMANDINE vertelt het epos van de Oostendse visserij en hoe die geschiedenis het leven van de ik-figuur tot vandaag tekent. Zoals alle e-boeken van De Lachende Visch is ook AMANDINE gratis. Schrijf naar liefkemores@telenet.be⇲ (vermeld de titel, zeg of je een pdf dan wel een epub-versie wilt) en vind het boek meteen in uw mailbox.

woensdag 2 april 2025

Michiel Hendryckx, een buitenhuis in Frankrijk

Een zomeravond in Les Tantes (Foto Michiel Hendryckx)

MIJN GENERATIEGENOTEN Josse De Pauw (°1952) en Michiel Hendryckx (°1951) hebben iets met mij (°1949) gemeen: een buitenhuis in Frankrijk. Over dat van Josse De Pauw schreef ik eerder al in De prijs van de artistieke vrijheid, over ’t mijne postte De Laatste Vuurtorenwachter meer dan vijftig stukjes en over ‘Les tantes’ van Michiel Hendryckx lees ik nu iets in de krant. (°) Ik herken wat Josse en Michiel over hun buitenverblijf zeggen, Josse De Pauw: stilte, afstand, landschap, dorp, bewoners, geschiedenis, mentaliteit, vertraagd leven en vooral ‘ik ben hier zo verschrikkelijk graag.’ Michiel Hendryckx heeft het minder ver gezocht, zijn huis bevindt zich in Montfaucon d’Argonne, ‘een blinde vlek met 350 inwoners in de rechterbovenhoek van Frankrijk.’ Daar rij je in een halve dag naartoe. Michiel: ‘Dit is wat ik hier kom opzoeken. Dit niets. Hier kan ik vluchten voor de moderniteit. Hier kan ik tijdreizen.’
Ik herken veel in wat Guinevere Claeys over Michiel optekent. Dat heeft niet per se met dat buitenverblijf te maken, maar ’t past in mijn zelfopgelegde taak: 'Deze vuurtoren belicht de verdwijnende wereld van een babyboomer/soixantehuitard.’ 
‘Ik heb mijn hele leven lang graag vrouwen gezien, en vaak meerdere tegelijk (…)’ Ja, dat herken ik wel, zo ging dat ‘in onze tijd’. ‘On ne guérit jamais de son enfance’, jamais is veel gezegd, maar een mens worstelt er inderdaad wel mee, en langer dan gewenst; ik herken Hendryckx' passage bij de vrijmetselarij, passage die bij mij kort van duur geweest is; ik herken de voldoening die hij ervaart als er een vervuld leven achter je ligt; ik ervaar de kwetsbaarheid eens je onze leeftijd bereikt. Er zijn ook verschillen: mensen stellen mij zelden teleur, omdat ik geen talent voor vriendschap heb; bij Michiel is dat anders, zijn verhalen over mensen ‘kantelen meermaals van een liefdesverklaring in een teleurstelling. Veel van zijn vriendschappen blijken uiteindelijk gebarsten.’ Iets wat ik niet zolang geleden zelf kon ervaren toen ik hem vertelde over een gemeenschappelijke kennis die van Gent naar Oostende verhuisd was, ja zijn reactie ten aanzien van die mens was heftig. 
Uit ervaring weet ik dat er een groot verschil is tussen een van 76, zoals ik, en een van 74, zoals Michiel. Twee jaar geleden had ik het me niet kunnen voorstellen dat ik m’n huisje in Vabre zou verkopen. Vandaag staat het te koop.
Flor Vandekerckhove

(°) Guinevere Claeys interviewt Michiel Hendryckx: “Nog tien jaar leven, dat zou mooi zijn. Zeker niet langer.” in DSWeekblad, 29 maart 2025. Aanleiding is de expo met werk van Michiel Hendryckx in de Sint-Pietersabdij in Gent. Nog tot 16 november. Er is ook een boek, Schoonheid als verzet, uitgeverij Hannibal Books, 2025. 

dinsdag 1 april 2025

Jan Huyghe, wie leest nu nog een streekroman

 Jan Huyghe in een reportage op de Tsjechische televisie, 1 december 2024. 

ALS UITGEVER VAN Het Visserijblad tekende ik al eens present op plekken waar ook anderen met publicaties leurden, zo ook Jan Huyghe die over vissers en boeren van de Westhoek schreef en dat trouwens nog altijd doet. Na mijn pensionering verloor ik hem ietwat uit het oog, maar niet helemaal, ook De Laatste Vuurtorenwachter heeft wel iets over Huyghe staan: Naar de hooipiete, Over Willem Lanszweert⇲ en De IJzervloed. We schrijven ook naar elkaar, Huyghe en ik, vandaar dat deze post met een briefje eindigt.
Jan Huyghe publiceert vooral non-fictie, zoals de biografie over Lucien Vanneuville. Hij schrijft ook wel verhalen en gedichten, en mocht hij zich aan een roman wagen, zou dat ongetwijfeld een streekroman zijn. Dat komt mij goed uit, in de nasleep van mijn provocatie in Romanschrijvers en hun pretentie(°) wil ik iets over streekromans zeggen. 
Beste Jan,
Al lang vraag ik me af of er geen heimatroman in u schuilt, zozeer zelfs dat ik me tegelijk afvraag of ge ’t al niet gedaan hebt. 'k weet 't, ’t is een genre dat pretentieuze schrijvers neerbuigend van zich af duwen, en zelf doe ik dat ook wel, maar gij moogt u dat niet aantrekken. 
Jan, ’t is niet dat we een nieuwe Ernest Claes nodig hebben, godver neen, één is meer dan genoeg geweest. Komt daar nog bij dat ik vind dat er te veel boeken gemaakt worden, in welk genre ook, en ge begrijpt dat ik mezelf een beetje tegenspreek. Maar als ik zie wat Chris De Stoop vandaag met zo’n streekroman doet, vraag ik me toch af waarom ’t niet meer gedaan wordt, bijvoorbeeld door u.
Ik herinner me mijn kennismaking met het genre. In mijn schooltijd kwam ik danig onder de indruk van Antoon Coolen: ‘Het kan zijn, dat de stormen spoken in de Sint Thomasnachten, en het kan zijn, dat midden in al dat geweld de stilte invalt van een dier zeer vroege avonden, als de ondergaande zon haar grote, rode vuren in de hemel ontsteekt. Dit kan alles zijn, maar nu, die allerlaatste adventsdag en de vigilie van Kerstmis, was het uit de hemel, die heel hoog grijs dicht zat, ineens gaan sneeuwen.’ (°°) Doet het u niet aan de grote Streuvels denken? Ouderwets? Dit is wat De Stoop in Dit is mijn hof(2016) zegt: ‘De natuur moet juist groter zijn dan wijzelf, ons overstijgen, ons wijzen op onze onbeduidendheid. Daarom trekt ze ons aan, fascineert ze ons, krijgt ze betekenis voor ons.’
Allee gauw, nog eentje. In De goede moordenaar (1931) leert Antoon Coolen ons hoe we moeten kijken: ‘(…) aan eenen viersprong van wegen stonden twee hooge canada's en twee hooge wilgen zoo mee zijn vieren bijeen in den trouw der jaren en in hunne standvastigheid. Door hun kruinen woeien alle winden, en in de stormen beefden en sidderden hun stammen van de geweldige innerlijke aandoening.’ 


 (°) Waarop ik al reacties publiceerde van Kris Verdonck, Koen Peeters⇲ en Kathelijn Vervarcke 

 (°°)  Antoon Coolen. De gouden webben (1957) hier in dbnl.

 [Foto hiernaast: Antoon Coolen, heimatschrijver, zo te zien een man van de wereld, toch.]

maandag 31 maart 2025

De toekomst voorspellen

Members van de Staatkundig Gereformeerde Partij. De vrouwen die hun schoenen poetsen zitten thuis.


IN Spelen in de zandbak der Nederlandse politiek (°) vertelt Godfried Bomans over enkele verkiezingsbijeenkomsten die hij in 1971 opzoekt, stuk voor stuk verzamelingen van rare vogels. Een van die partijen heet Staatkundig Gereformeerde Partij. Bomans zoekt hen op in Capelle aan de IJssel, ‘alwaar ik tachtig in zwarte pakken gestoken mannen bijeen vond.’ Waarna hij er tongue in cheek aan toevoegt: ‘Er waren geen vrouwen.’ We bevinden ons in de ‘Bible Belt’, streek waar strenge protestanten ook vandaag nog gedijen en ik weet niet of vrouwen intussen al mogen meedoen. Zo gaat het er in 1971 aan toe: eerst worden psalmen gezongen en na het gebed komt de lijsttrekker aan het woord, een dominee. Bomans fileert het discours van de verschillende sprekers met de droge humor hem eigen, afsluitend met iets waarmee hij de wereldvreemde geestesgesteldheid van de SGP wil illustreren, maar wat vandaag, vreemd genoeg, brandend actueel blijkt te zijn. Het verhaal maakt niet duidelijk wie het zegt, Bomans of een van de members van de SGP, maar het lijkt er wel op daar in 1971 Trump II voorspeld wordt: ’Het is denkbaar dat Amerika dadelijk, in ruil voor bepaalde Russische concessies, uit geldgebrek, innerlijke verdeeldheid of eenvoudig uit moeheid, zijn paraplu over Europa dichtklapt. Nederland schuift dan automatisch binnen het machtsbereik van de Sovjet.’ 1971 !
Flor Vandekerckhove


(°) In Godfried Bomans. In alle ernst. De keuze van Joost Prinsen. 213 pp. Uitg. J.M. Meulenoff. 2021.

zondag 30 maart 2025

Hotel Glibert: zo zie je er geen meer

Foto 1: zijaanzicht van het hotel Glibert in Bredene, hoek Driftweg en August Pedelaannu Peter Benoitlaan. Foto 2: op die hoek bevindt zich nu de villa van wijlen dr. Van den Berghe († 2023). Foto 3 toont de Driftweg en daarmee ook heel de voorgevel van het hotel dat WO II niet overleefd heeft.

ER IS ENIGE onduidelijkheid. In de Inventaris van onroerend erfgoed  zegt men ‘luxehotel’, maar een reclame heeft het hier over ‘familiepension’. Onroerend erfgoed vermeldt drie data, (1908, 1910-1911), wat laat vermoeden dat het hotel in meerdere keren gebouwd werd. Zo ziet het er ook wel uit, als iets wat in diverse stadia tot stand gekomen is.
In een vorige blogpost ging ik op zoek naar de uitbaters ervan, ik kwam toen uit bij  Adrien-Fernand Glibert. Erg zeker daarvan ben ik niet, wel is zeker dat etablissement Glibert niet lang hotel gebleven is, ‘circa 1920’ heet het al sanatorium
In Op zoek naar Glibert van het gelijknamige hotel schreef ik ook dat de sfeer me ietwat aan Harry Potters Zweinstein liet denken, bouwwerk met veel hoeken & kanten en met een opeenstapeling van prullaria. Nu vroeg ik een bevriende architect om er een stijl op te kleven en dit is wat hij zei: ‘Dat soort gebouwen zijn/waren nooit in een zuivere stijl. Om de eenvoudige reden dat ze meestal opgetrokken werden door rijkere bouwheren met meer geld dan smaak. Vaak werden wijzigingen aan ontwerpen toegevoegd op vraag van de bouwheer omdat deze dat mooi vond, zonder de vraag te stellen of de toegevoegde elementen wel passend waren voor de stijl. Mij lijkt het een beetje van dat: volgens mijn aanvoelen een overdaad aan diverse erkers, koepels in allerlei maten en stijlen, dakkapellen in velerlei vormen, rechthoekige ramen en ramen met bogen, houten vakwerk en siermetselwerk, meerdere soorten terrassen, schoorstenen ook niet uniform. Kortom, niet echt stijlzuiver. Als je toch een stijl wilt: Normandische kustarchitectuur. Het gebouw vertegenwoordigt hoe dan ook een bepaalde tijdsgeest, en is dan in dat opzicht wel waardevol, maar stijlvol, neen.’
Flor Vandekerckhove

zaterdag 29 maart 2025

‘Niets bestaat dat niet iets anders aanraakt.’ (Jeroen Brouwers)

www.youtube.com/watch?v=BpIW-4KbGTg


Kiemen en sporen — De eerste zin draagt in zich de kiemen van de tweede. De tweede zin draagt in zich de sporen van de eerste. De derde zin vermengt sporen en kiemen. (Flor Vandekerckhove)


KIEMEN EN SPOREN is een driezinnenverhaal. Mijn oneliners en driezinnenverhalen zijn experimenten in het maken van extreem korte verhalen. In het e-boekje 2HONDERD 3ZINNENVERHALEN & 1LINERS verzamel ik er zo 200. Het boekje heeft als bijkomende plus dat je elke titel kunt aanklikken, de link leidt je dan naar een video waarin het verhaal geïllustreerd wordt en ook te horen/zien valt, 200 YouTube-producties in totaal. EN DAT ALLES IN 1 BOEKJE ! Zoals alle digitale publicaties (pdf en EPUB) van De Lachende Visch is ook 2HONDERD 3ZINNENVERHALEN & 1LINERS gratis. Mail erom en je bestelling wordt meteen aangepakt/ingepakt door de virtuele juffrouwen van De Weggeefwinkel. (Vermeld de titel: in dit geval ‘200’, dan begrijp ik het wel.): liefkemores@telenet.be.

vrijdag 28 maart 2025

Jack London, portret van de schrijver als racist

‘Jeffries Knock-Out’, foto van het wereldkampioenschap zwaargewichten in 1910, Jack Johnson vs. Jim Jeffries. [Fotoreferenties.]

LANG GELEDEN LEERDE ik Jack London kennen, als schrijver van avonturenromans — De roep van de wildernis⇲ — en later als linkse rakker bij wie betrokkenheid en schrijverschap hand in hand gaan. Hij ging wonen tussen de armen waarover hij schreef en werd zodoende een van de grondleggers van de participerende journalistiek. The People of the Abyss (1903) getuigt ervan, boek dat je hier gratis tot jou kunt nemen (in een editie met veel interessante foto’s.) George Orwell deed het hem na in het hier te lezen Road to Wigan Pier (1937) en nog later zou Günther Wallraff die manier van werken in een imposant oeuvre ontwikkelen.
Ik heb tonnen respect voor zo’n mensen, wat niet wil zeggen dat ik hun kleine kantjes verdonkeremaan. Over die van George Orwell schreef ik Orwell lost een onwelriekende wind en vandaag leer ik een kwalijke kant van Jack London kennen.
Blijkt dat London ook verslaggever van bokswedstrijden geweest is, producent van reportages waarin hij een kwalijk racistisch kantje laat zien. Jeanne Campbell Reesman die er een boek over schreef, stelt dat ‘in elk gebruik van het woord in de 21e eeuw, London zeker een racist zou worden genoemd.’  (°)
Dit is een goed moment om u het interessante The Public Domain Review te presenteren, online tijdschrift, gratis te lezen, vrij te gebruiken, er stukken van over te nemen, er zelf mee aan de slag/haal te gaan — fuck copyright! Daarin lees ik het essay Jack London, Jack Johnson, and the Fight of the Century, over een legendarische boksmatch tussen de witte Jim Jeffries en de zwarte titelhouder Jack Johnson: ‘Het World Heavyweight Championship van 1910 werd gehouden in Nevada, op 4 juli en zou een onvergetelijke wedstrijd worden. In zijn bijbaan als boksjournalist juichte romanschrijver Jack London Jim Jeffries toe — aan de ring en op papier — als de "Great White Hope", een kanshebber om de titel terug te pakken van Jack Johnson, de eerste zwarte zwaargewichtkampioen.’  Andrew Rihnonderzoekt de tegenstrijdigheden in Londons racisme dat ingewikkelder blijkt te zijn dan op het eerste gezicht lijkt. Kijk er daar eens naar, lees dat, ’t is gratis, ’t is interessant, 't is leerzaam en ’t is met… indrukwekkende retro boksfoto’s.
Flor Vandekerckhove

P.S.: Interessant? Diago Houthoff uit Nederland is een andere mening toegedaan. Onder ‘Vertel eens wat nieuws’ laat hij me op FB weten dat al wat hierboven staat algemeen bekend is als je een beetje geïnteresseerd bent in de bokssport. ‘Je hoeft alleen maar Wikipedia te openen met Jeffries vs Johnson en je kan het allemaal zo lezen.’ Dus snapt hij niet waarom dit nu op deze manier gepresenteerd wordt. Hem zou het niet verbazen als dit artikel met AI gegenereerd is. Ik weet niet of hij het daarbij op mijn stukje gemunt heeft dan wel op de bronnen waarnaar ik verwijs en die ik uitdrukkelijk vermeld. ‘Daarbij komt,’ zo besluit hij ‘dat er nog steeds wordt getwijfeld of London daadwerkelijk zelf ook aanwezig is geweest bij dit treffen.’ Zelf zou ik het niet weten en mocht ik het tóch weten, zou ik het geeneens durven zeggen, de toorn van Diago vrezend.


(°) Jeanne Campbell Reesman. Jack London’s Racial Lives: A Critical Biography. Het boek ‘biedt de eerste volledige studie van ras in het leven en diverse werk van Jack London. Campbell Reesman beoordeelt Londons literaire artisticiteit tegen een standaard van raciale tolerantie.’ 424 pp. Uitg. The University of Georgia Press. 2009.

donderdag 27 maart 2025

Dansen in ’t Veegeetje

Feest in ’t visserscafé Veegeetje. Links Lisette Savels van Oscar, Freddy, uitbater van ’t Veegeetje, Rosette Daens en Raymond Rouzée(Foto Jo Clauwaert) (Met dank aan Marie-Paule Verplancke en Carine VanDenOoVeeAaa voor ’t helpen met de namen.)

DUREN DOET HET tot een politiecombi voor de garagepoort stopt. Laarzengetrappel. Geblaf van honden. Flikken stormen binnen, flikken en politiehonden. ZIT !’, roept de hoofdflik. Iedereen gaat zitten, dansers en honden. ‘HEBT GIJ HIER GEDANST?’ Geen van ons antwoordt. ‘DANSEN ZONDER VERGUNNING IS VERBODEN!’ Het volgende wat ik me herinner is een zwoel parfum. Op mijn netvlies vormt zich het beeld van een politievrouw. Ik zie de golvingen van haar borsten, ze lacht me toe en legt een vinger op mijn lippen. ‘Zwijg maar jongen’, zegt ze, ‘zeg maar niets.’  Nooit eerder heb ik een uniform met zo’n strakke, korte rok gezien. Ze draagt lange laarzen, nooit eerder heb ik een uniform met zo’n lange laarzen gezien. Dan vervaagt ze. Ik probeer weer in te slapen, haar terug te halen, tevergeefs. (*) (Flor Vandekerckhove)

(*) In 1991 publiceert uitgeverij Manga een verhalenbundel, De smaak van zeewater, 172 bladzijden fictie die ik vooral op de Oostendse Baelskaai situeer. Dat boek is uiteraard al lang niet meer in de handel verkrijgbaar, wel kan het nog ontleend worden in de Oostendse openbare bibliotheek. Het boek verzamelt verhalen die kort zijn, maar toch veel langer dan de handpalmverhalen waarin ik me sinds 2014 specialiseer. Een aantal van die kaaiverhalen uit 1991 neem ik nu weer ter hand, herwerk ze tot smoke-long stories, verhalen die helemaal gelezen zijn tegen de tijd dat je de peuk uitduwt, een plastische maar ongezonde omschrijving. Een ervan — over de kaaihoer die ik in 1989 heb leren kennen — staat in Op de Oosteroever zijn de zeden niet veranderd; een ander — over een aankoop in ’t winkeltje — staat in Over een tijd die nooit meer terugkomt. Een derde, over smederij Schockaert, heet Over mijn extreem korte carrière als scheepssmid. Het vierde staat hierboven en er volgt nog.

woensdag 26 maart 2025

De oneliner van Beethoven

Gravure van Gustav Heinrich Eberlein (1847-1926), voorstellend Ludwig van Beethoven, niet gedateerd. In privécollectie.

Op 26 maart 1827 stierf Ludwig van Beethoven, dat is vandaag, 26 maart, 198 jaar geleden. Beethoven componeerde met zijn Vijfde symfonie een van de bekendste en populairste composities van de klassieke muziek. Geïnspireerd door de openingsnoten ervan, componeerde ik, zijn overlijden herdenkend, een nieuwe oneliner (een lijn, altijd 17 lettergrepen, geen kapitalen, geen leestekens.) (Flor Vandekerckhove)

ludwig van beethoven stierf aan een zwaar rodaniavoorgevoel


MIJN ONELINERS (altijd 17 lettergrepen, geen kapitalen, geen leestekens) en driezinnenverhalen zijn experimenten in het maken van extreem korte verhalen. In het e-boekje 2HONDERD 3ZINNENVERHALEN & 1LINERS verzamel ik er zo 200. Het boekje heeft als bijkomende plus dat je elke titel kunt aanklikken, de link leidt je dan naar een video waarin het verhaal geïllustreerd wordt en ook te horen/zien valt, 200 YouTube-producties in totaal. EN DAT ALLES IN 1 BOEKJE ! Zoals alle digitale publicaties (pdf en EPUB) van De Lachende Visch is ook 2HONDERD 3ZINNENVERHALEN & 1LINERS gratis. Mail erom en je bestelling wordt meteen aangepakt/ingepakt door de virtuele juffrouwen van De Weggeefwinkel. (Vermeld de titel: in dit geval ‘200’, dan begrijp ik het wel.): liefkemores@telenet.be.

dinsdag 25 maart 2025

Artiest ontmoet kunstminnende mensen

Links: Frank Van den Berghe in Huize St Bonaventura, 23 maart 25. Midden: Frank en Charles Van den Berghe werken aan een folkloristische figuur n.a.v. de nog steeds bestaande Lichtstoet in Ledeberg. De foto toont waar Frank Van den Berghe de mosterd haalde (met dank aan Raf Dobbelaere voor de foto, vermoedelijk eind jaren zestig) Rechts: Kunstwerk van Frank Van den Berghe, in 2014 geëxposeerd in Huize Bonaventura, 'Kring' - Hout en gelaagd materiaal - 2014/15 - 57x30x4 cm.)


DE WERELD VAN de beeldende kunsten is — meer nog dan die van de literatuur — ook een sociaal gebeuren. Daar bestaat een infrastructuur voor, de galerie, en er is een regelmatig terugkomend evenement waarop dat sociale hoogtij viert, de vernissage. Christine Adam van Huize St. Bonaventura spreekt over ‘de ontmoeting van artiesten en kunstminnende mensen.’ 
Zelf neem ik daar niet langer aan deel, als schrijver niet aan deze van de literatuur — ik ben meer zoals Russell Edson — en als ‘kunstminnende mens’ niet aan deze van de beeldende kunsten. Ouder wordend ben ik niet zozeer minder beweeglijk geworden, dan wel minder sociabel. Dat ik op zondag 23 maart toch present tekende op zo’n vernissage betekent dus wel iets. (°) Ik wilde kunstenaar Frank Van den Berghe nog een keer zien, vóór we het tijdelijke voor het eeuwige wisselen. Niet dat we op sterven liggen, maar hij is van 1946 en ik van 1949, lang kan het nu niet meer duren, niet met de gulzigheid waarmee we geleefd hebben. 
Van den Berghe is niet zonder betekenis in mijn leven. Er is een tijd geweest dat we veel met elkaar optrokken, we waren collega’s, makkers, vrienden zelfs. Hij was al een artiest toen ik hem in 1971 leerde kennen en hij heeft me geleerd wat kunst is, waarvoor ik hem tot vandaag dankbaar ben — iets wat ik hem nog wilde zeggen voor we er de brui aan geven.
Wanneer zo’n vernissage slaagt, is daar zoveel volk dat je 't zicht op de kunstwerken verliest. Dat is ook hier het geval, ik mankeer ruimte om te fotograferen wat ik u wil tonen. Geen nood, ik vind elders wel iets, want alhoewel het van 1981 geleden is dat ik zijn werk gezien heb, herken ik het meteen, ’t is altijd kunst die Christine Adam even bondig als correct omschrijft als eenvoudig, universeel en monumentaal in kleinheid. ’t Is ook werk dat nergens naar verwijst dan naar zichzelf. Spontaan denk ik aan Susan Sontags Against Interpretation en aan Waarom Chopin de regen niet wilde horen, waarna ik me afvraag of het daardoor komt dat ik nergens een gedegen monografie over Frank Van den Berghe vind. Wordt een kunstenaar niet ook herinnerd door wat erover geschreven is? Ligt hier geen taak voor zo'n ‘kunstminnende mens’
Terwijl ik me een weg tussen 't volk baan, dringt een van mijn dada’s zich op: wie in de voetsporen van een ouder treedt, heeft een voorsprong op anderen die alles zelf moeten ontdekken. ’t Is een stelling ter grootte van een open deur, maar daarom niet minder waar. Eerder heb ik dat al geïllustreerd met werk van vader en zoon Topor, met de schrijvers in de familie Van het Reveen vooral in een essay waarin ik het schrijverschap van Haruki Murakami met het mijne vergelijk. (°°) Waardoor ik nu ook aan Charles Van den Berghe (°1910 - 1983†) herinner, vader van Frank; geen kunstenaar, wel schrijnwerker-meubelmaker, vakman, destijds ook collega in het bedrijf waar ik Frank heb leren kennen. Daar in Ledeberg, in het atelier van de Weldadigheidsstraat, heb ik gezien hoe Frank Van den Berghe de tactiliteit van materialen van huis uit meekrijgt, gift die hij vervolgens tot grote kunst verheft. 


Beeldende kunst is ook een sociaal gebeuren. Op de vernissage in Huize Bonaventura ontmoetten oud-collega’s elkaar, ze werkten in de seventies samen in Ledeberg, in Speurder, filiaalbedrijf gespecialiseerd in de verkoop van binnenhuisdecoratie. Van links naar rechts: Flor Vandekerckhove, verantwoordelijk voor de reclame; Rudy van Driesch, lid van de schrijnwerkersploeg; Annemie Seynaeve, directiesecretaresse en Frank Van den Berghe, vormgever.


(°) Huize St. Bonaventura stelt nog tot 13 april werk tentoon van Frank Van den Berghe, op zaterdagen van 15 tot 19 uur en op zondagen van 11 tot 19 uur. Provenierstraat 51, 9000 Gent. 09 223 19 95 en 0479 46 96 11 - e-mail: chr.adam@skynet.be⇲ - website www.huizebonaventura.be⇲. 

(°°) Haruki Murakami en ik Over schrijverschap. Essay. 2023. Uitgeverij De Lachende Visch. 23 pp. Zowel verkrijgbaar in pdf als EPUB. Zoals al de e-boeken van uitgeverij De Lachende Visch is ook dit essay OVER SCHRIJVERSCHAP gratis voor wie erom vraagt. Ernaar vragen doe je via liefkemores@telenet.be. De Weggeefwinkel zorgt ervoor dat het dezelfde dag nog in je mailbox valt. (Vermeld ‘Over schrijverschap’ en zeg ook of je pdf dan wel EPUB wilt ontvangen.)