vrijdag 24 oktober 2014

Vier twee vier

Boven van links nr rechts: Serge Schaut, Pierre Demaeyer, Erik Poppe, Marc Knockaert,
Willy Versluys, Danny Crabeels, Honoré Pitteljon. Onderaan van l. nr r.: Ronny David,
Flor Vandekerckhove, Bert Tas, Gilbert Coenye.
Waarom ze dat niet meer op die manier doen, is onduidelijk, maar wij speelden altijd in de formatie 4-2-4. 
De vier verdedigers beletten de tegenstander elke doorgang, de aanvallers hadden niets anders te doen dan te scoren en de middenvelders liepen voortdurend achter de feiten aan. 
Om dat euvel te vermijden was er soms sprake van een slingerback, maar waar die in onze 4-2-4 ingepast werd, weet ik niet meer. Vaag herinner ik me een merkwaardige regel die stelde dat drie corners gelijk stonden aan één penalty, maar ’t kan zijn dat dit alleen maar voor strandwedstrijden gold. Mijn geheugen laat me ook in de steek bij de vraag of wij ooit een wedstrijd gewonnen hebben. En wij, dat waren de voetballers die de afgewassen kleuren van het Patronaat verdedigden.
Dat Patronaat is een term die in deze geseculariseerde wereld om enige uitleg vraagt. Het verschijnsel ontstaat, zo leert me de Wikipedia, in België rond 1850, wanneer pastoors jongeren beginnen op te vangen in een zondagsschool. Het schoolse element valt stilaan weg en de patronaten worden ontspanningsclubs. 
In de vroege jaren zestig is er zo’n patronaat in Bredene-Sas en een in Bredene-Duinen. Wij zijn die van de Duinen. Ons lokaal bevindt zich onder de kerk, in de crypte. Later kun je ons, onder de verlichte naam Patro, in een tearoom vinden, nog later in een danszaal en uiteindelijk in een nauwelijks verlichte dancing; verhuizingen waarin onze hormonen een belangrijke rol gespeeld hebben.
Maar we hadden het over onze voetbalclub die, zo leert ons bovenstaande foto, armlastig was. De meesten van ons deden het op basketschoenen of turnpantoffels. Meer dan eens is het gebeurd dat de bal bleef liggen, terwijl een pantoffel doel trof. Als er al truitjes waren dan hadden we er niet genoeg om iedereen te kleden. Het voetbalplein moesten we huren. Veelal lag dat terrein nabij de vuurtoren, in mijn herinnering heette dat: het plein van de IZNO.
Voetbalploeg van de Oostendse kunstsien. Bovenaan van links naar rechts: 
Dave Driesmans (KRAAK), Pascal Vandenheede, Luc Martinsen, een Spaanse gast op verplaatsing, 
x, Hans Demeulenaere. Onderaan van l. nr r.: Hugo Van Loock (met zoon Floris), 
Flor Vandekerckhove, James De Coninck, een ons onbekende gastspeler, Maarten Loy 
en de vegetarische hond Tzara.
U begrijpt dat Patro geen kweekvijver van talent was. De beste man was ongetwijfeld Ronny David. Onlangs heb ik Ronny op foto gezien en ik denk daaruit te mogen afleiden dat hij de sport nadien krachtdadig afgezworen heeft. Erik Poppe was bij lange niet zo goed, maar toch beter dan de rest, en ik meen te weten dat hij later in het liefhebbersvoetbal terechtgekomen is, met name in de caféploeg Tijl of in de ploeg met de proletarische naam Bouwvak Bredene. (*)
Zelf bracht ik er niets van terecht. Toch ben ik op het einde van de voorgaande eeuw gerekruteerd door F.C. Avondgenoegen, een ploeg van de Oostendse kunstsien. We hebben een match gespeeld tegen een groep muzikanten uit Brugge. We voetbalden die dag alsof de kunstgeschiedenis ervan afhing en we hebben die partij glansrijk gewonnen (4-2). Achteraf bleek evenwel dat we ons zodanig geforceerd hadden dat de ploeg op doktersbevel ontbonden werd.

Flor Vandekerckhove


(*) Ik begon opeens te vermoeden dat Tijl en Bouwvak twee namen voor ‘t zelfde waren. Intussen weet ik beter. Wie onder dit stuk op 'opmerking' drukt, kan lezen hoe die clubs zich tot elkaar verhouden.
Een reactie plaatsen