zaterdag 27 augustus 2016

Een halve eeuw Noordland

— Op de drie foto's staan centraal (van links naar rechts) Bert Tas, Pierre de Maeyer, Ronny David. —

Er is een uitnodiging in mijn bus gevallen, een invitatie voor een reünie. Want de Scouts en Gidsen Noordland Bredene bestaan vijftig jaar. Dat wordt stevig gevierd. Op 10 september beginnen ze daar al aan om 10 uur ’s morgens en dat houdt pas op in de vroege uurtjes van de daaropvolgende dag: nostalgisch bijpraten, foodtrucks, biertent, kampvuur, plaatjes draaien…
Ik word uitgenodigd omdat ik in die groep een vaandrig van het eerste uur geweest ben. Dat heeft niet lang geduurd, maar toch iets langer dan de korte periode dat de eerste hopman van die scouts, Danny Crabeels, er present tekende. Pierre de Maeyer volgde hem op. Bert Tas en Ronny David waren, net als ik, diens secondanten.
Die scouts, dat was eigenlijk niets voor mij. Ik was te onhandig om knopen te leggen, te dromerig om sporen te vinden en te dwars om in de pas te lopen. Ik ben er ook met slaande deuren weggegaan. Dat ging zo.
Ik was zeventien. Met mijn jongverkenners stapte ik naar huis. Onderweg stond mijn maat te liften. Hij droeg een jasje in konijnenbont, want het waren de hippiejaren. Die maat van me stond, ook daarom, niet erg hoog in maatschappelijk aanzien. Toch wilde ik dat mijn jongverkenners hem de groet brachten. Ze weigerden. Sommigen lieten ook luidop blijken waarom: hij was het niet waard door hen begroet te worden: langharig werkschuw tuig was hij, een vuile hippie…
Wat als een grapje begonnen was werd een principekwestie. Principieel moesten die jongens uiteraard de scoutsgroet niet brengen, want mijn maat stond buiten die groepering. Ik had hun dat niet mogen vragen. De minachting die ze uitten was er voor mij dan weer te veel aan. In de houding van die jongens ontwaarde ik de laatdunkendheid van hun ouders. Ik vond dat ik — ook principieel — moest kiezen. Ik koos tegen die ouders en voor mijn maat en ik schreef een vlammende ontslagbrief. (Misschien wordt die op 10 september wel tentoongesteld in het pop-up Noordlandmuseum dat daar ook ingericht wordt.)
Die maat van me loopt hier nog altijd rond, als een versleten versie van de jongen die hij destijds was. Ik zie hem soms passeren, en een mooie aanblik biedt dat niet, zo moet ik toegeven. Maar zou ik vandaag weer dezelfde keuze maken? Godver ja! Ongetwijfeld! Zeker & vast!
Ik ga niet naar die reünie, maar niet daarom, zand erover. Ik ga daar niet naartoe omdat ik ’t liefst van al thuisblijf, maar daarover heb ik het in deze blog al eerder gehad.
Misschien komen er wel anderen van het eerste uur. Maar Weest Paraat! Een halve eeuw richt wat aan met een mens. Nevenstaande foto’s kunnen helpen bij het spoorzoeken.

Flor Vandekerckhove
Een reactie posten