vrijdag 11 september 2015

Met je pulle op de tram

Het tramstation in Bredene, vroeger en nu.

Wij bleven altijd op het platform van de tram samentroepen. De buitendeur bleef openstaan, er was toch een rood-wit geschilderde staaf die je belette uit het rijtuig te vallen. En je kon dan ook joelen naar de fietsers die we voorbijstaken.
Omdat daar echt teveel jong volk opeengepakt stond, verplichtte de kaartjesknipper ons soms door te schuiven naar het tramcoupé. Daarom was ’t zaak je zover mogelijk van die tussendeur weg te houden, doorgestuurd worden ervoeren we als een nederlaag. Wij, dat waren de tieners die vanuit Bredene naar de middelbare school in Oostende trokken, jongens van de stedelijke vak, de koksschool, meisjes van de Kaaistraat, jongens van ’t college en den atenee… Vrije zitplaatsen werden door ons gemeden, ook omdat je je voeten niet op de bank mocht leggen. (Vraag: ‘Mogen jullie dat thuis ook doen?’ Antwoord: Wij hebben thuis geen tram.’) Neen, dan monopoliseerden we liever zo’n platform. Daar golden onze eigen regels, samen te vatten als de wet van de grootste mond. Wie bij zijn meisje stond, was onderwerp van hoon; wie te veel punten haalde was een blokzwijn; wie het opnam voor Benoni Beheyt werd uitgejoeld… Wie een thermoskan in de boekentas had, moest het ding met inzet van het hele lijf beschermen, want zo’n thermos vroeg gewoon om een goedgeplaatste trap. Echte mannen (we waren bijna zestien) weigerden bijgevolg de thermos die moeder hun aanbood. Wij dronken liever uit zo’n gedeukte metalen drinkbus, een pulle. We waren daar zelfs voor bekend. Wij waren de boertjes, die in ’t college een aparte zaal bezetten, bij een studiemeester die zelfs zijn bijnaam aan onze blikken drinkbus te danken had: Pulle!
Soms dwarste de fameuze vistrein onze tram. Vanuit de vismijn vertrok dagelijks een lange sliert witgeschilderde spoorwegwagens, vol vis, naar ’t binnenland en Luxemburg. Vanaf de Oosteroever stak hij dan traag de straat over. En blokkeerde alles wat daar moest passeren, ook de tram. Dat kon enige tijd duren, want de vistrein was, zoals gezegd, lang. Hij was ook traag. Wanneer dat ’s morgens gebeurde, dan kon het niet lang genoeg duren, dat gaf ons een sterk argument om te laat in de klas te komen. Meestal was ’t helaas op de terugweg, dan was ’t klote, omdat we daardoor Comedy Capers dreigden te missen, een programma vol filmpjes van het genre waarin Laurel & Hardy zo goed waren.

Flor Vandekerckhove


Geen opmerkingen: