Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht Wegwezen. Sorteren op datum Alle posts tonen
Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht Wegwezen. Sorteren op datum Alle posts tonen

donderdag 16 september 2021

Vijf reëel gedroomde dromen


 

Het surrealisme wordt mede gevoed door Freud, maar psychiatrie is één zaak en kunst is iets heel anders. Freud gebruikt dromen om zijn patiënten te helpen, surrealisten daarentegen vertellen ze opdat iedereen ervan zou kunnen genieten. Surrealisten zijn overtuigd van de mogelijkheid van vrije associatie van ideeën, terwijl Freud juist betoogt dat deze associaties helemaal niet vrij zijn, dat zij door het onderbewuste beïnvloed worden. Voor Freud is humor een defensielijn, voor surrealisten voegt humor een extra dimensie toe aan het kunstwerk. Zelf voel ik me geenszins onderlegd om iets zinnigs over het droomfenomeen te vertellen, mij ga je daarover niemand horen tegenspreken. Wel kan ik vijf voorbeelden geven van reële dromen die ik in een verhaal gegoten heb. (Flor Vandekerckhove)


Ik mag wel zeggen dat de ‘gevangenisdroom’ de bij mij meest voorkomende droom is; ik droom van gevangenissituaties in tal van varianten. ‘Schommelen’, is op zo’n reële droom gebaseerd. Ik publiceer het verhaal hier voor het eerst en dan nog wel meteen op youtube. Toen ik die nacht even wakker werd, schreef ik de droom op en dit is wat ik er ’s anderendaags van kon maken [62]. Klik op www.youtube.com/watch?v=04iu6xUDS-Y.

Veel weerkomend is de droom van een huis of landgoed waar ik me bevind en waaruit ik, door niet altijd duidelijke krachten, belet word te vertrekken. Heeft het te maken met de vrees mijn vrijheid te verliezen? In dit geval geraak ik niet weg uit… een bordeel [104]
. Klik hier: www.youtube.com/watch?v=cPwZN6d2BoY.

Wat ook waar is: veelal is het door eigen schuld dat ik in zo’n ‘gevangenis’situatie terechtkom. In dit verhaal heb ik verkeerdelijk een reis geboekt naar een onbestaand land dat ‘Noordpolen’ heet. Ja, geraak daar maar weer uit weg. Het verhaal heet Avondlied [217] en staat hier op youtube
: www.youtube.com/watch?v=A7l2YaxcKBA


Ontsnappen, ik probeer het wel, soms wordt de poging onderweg gesaboteerd. In dit geval zelfs door een schildpad die Plato citeert
. Klik hier: https://florsnieuweblog.blogspot.com/2020/02/schildpad-citeert-plato.html

Toch ben ik in zo'n gevangenisdroom niet altijd kansloos. Soms slaag ik er wel degelijk in te ontsnappen. Drie van die geslaagde-ontsnappingsdromen staan gebundeld in Wegwezen (mooi verlucht met schilderijen van Bennie Simoens.) Wegwezen, een triptiek [212])
. Klik hier: www.youtube.com/watch?v=eZaLXA-MNzc

maandag 17 november 2025

De overtreffende trap

Uit L’Étranger van François Ozon.

WANNEER verschillende kunstdisciplines elkaar in een werk ontmoeten, en als ’t goed gedaan is, ontstaat de overtreffende trap: mooi wordt mooist, groot wordt grootst, scherp wordt scherpst, sterk wordt sterkst… Ik heb de film nog niet gezien, maar ik ben haast zeker dat dit het geval is in L’Étranger, ontmoeting van François Ozons filmkunst uit 2025 en Albert Camus’ boek uit 1942. In films heb ik het eerder al ervaren met Crash (1996), film van David Cronenberg en een verhaal uit 1973 van J.G. Ballard. En om nog even bij Cronenberg te blijven: de overtreffende trap ervoer ik ook in de ontmoeting van Naked Lunch, Cronenberg-film uit 1992 en het gelijknamige boek uit 1959 van William S. Burroughs
Zo’n overtreffende ontmoetingen bestaan in alle kunsten. Eerder maakte ik al de inventaris — of althans een eerste poging daartoe —  van overtreffende trap-ontmoetingen tussen poëzie en songwriting. Een enkele keer is die overtreffende trap zelfs verenigd in één persoon: de toekenning van de Nobelprijs literatuur aan singer-songwriter Bob Dylan
’t Is niet dat ik mezelf op gelijke hoogte plaats van voornoemden, maar soms zoek ik zelf ook naar zo’n ontmoeting, met inzet van eigen werk. In 2021 schreef ik Wegwezen, Drie dromen waaruit ik weet te ontsnappen, drie verzen van elk exact honderd woorden, zonder leestekens of kapitalen. Samen vormen ze een triptiek. Ik maakte er ook een gesproken versie van en plaatste die op YouTube, samen met beelden van Hoopvolle horizonten (1984), triptiek van beeldend kunstenaar Bennie Simoens. De alzo ontstane ontmoeting van Wegwezen en Hoopvolle horizonten leverde een overtreffende trap op. Ben ik bevooroordeeld? Oordeel zelf: kijk en luister hier op YouTube.
Flor Vandekerckhove

zondag 12 april 2026

Bennie Simoens, de kleur van de zeekant

Naast Bennie Simoens (†), telkens, 20,7 x 21, papier, 1996, van links naar rechts: Havenlandschap (pencil); Kerk, kleur, maalbootGone with wind (pencil, watercolour.)


OP 9 APRIL overleed in Oostende Bennie Simoens (°Brugge, 19 maart 1951). Hij studeerde schilderkunst aan het Hoger Instituut voor Beeldende Kunst Sint-Lucas Gent en behaalde in 1979 de Joris Minneprijs voor tekenkunst. In 1997 had hij een individuele tentoonstelling in het Stedelijk Museum van Oostende. Conservator Norbert Hostyn schreef toen: ‘In zijn schilderijen die meestal in reeksen zijn gedacht, verwijst Bennie Simoens (…) tegelijk naar de act van het schilderen zelf. (…) Het is zeer boeiend het motief aan de basis van het kunstwerk – of in zijn geval een kleine reeks kunstwerken – te vergelijken met het schilderkunstig resultaat. (…)’. Leo Madelein in 1987: ‘Een continue wisselwerking, de permanente verhouding tussen beweging, licht en structuur ten overstaan van rust en vlak verlenen diepte en adem. Kleur is vitaal in het oeuvre van Bennie Simoens (…)’. Hugo Brutin in 2002: ‘Picturaliteit en poëzie zijn twee basisgegevens in de werken op papier van Bennie Simoens. Zijn werken zijn tekening en schilderij tegelijk en zijn zowel op tekenkunstig als op schilderkunstig vlak topkwaliteit.’
Bennie Simoens en ik hadden destijds een stamcafé gemeen. Ik herinner me dat ik, in ’t midden van de jaren tachtig, de ietwat schuwe kunstenaar vanuit de folk meenam naar wat nu Oosteroever heet. In die tijd was ik razend enthousiast over de IJmuider Kring en ik wilde Bennie overtuigen om zich, net als ik dat toen zelf van plan was, aan de vuurtoren te vestigen. Het lukte me niet, Simoens vond aan de stadskant al genoeg inspiratie. Die kwam onder meer tot uiting in een aantal ‘maalbootschilderijen’, halfabstracten die in toenemende mate abstract werden.
Simoens werd later een actief gebruiker van FB, waarop hij lange tijd haast dagelijks iets uit zijn enorme collectie werk-op-papier postte. Het inspireerde me danig. Zozeer zelfs dat ik hem twee keer vroeg om er gebruik van te maken. Zo inspireerde Simoens’ triptiek ’Hoopvolle horizonten’ (1984) me in 2021 tot een geschreven triptiek. Ik bracht de twee samen in Drie dromen waaruit ik weet te ontsnappen. Ook maakte ik er een filmpje van: Wegwezen. In 2022 deed ik iets soortgelijks met In de toekomst turen, een extreem kort verhaal, weer geïnspireerd door een triptiek van Bennie. De combinatie van Simoens’ werk en dat verhaal staat ook op YouTube: Toekomst
Het overlijden van Bennie Simoens heeft een brede betekenis. Dit is de generatie van babyboomers die afscheid neemt. Weer verdwijnt iemand die aan mijn generatie letterlijk en figuurlijk kleur wist te geven. Weer verdwijnt iemand die er werk van maakte de kleur van de zeekant te vatten. Weer verdwijnt iemand uit het volk dat Michel de Ghelderode zo raak omschreven heeft als ‘la curieuse tribu des gens de mer’.
Flor Vandekerckhove




zaterdag 30 september 2017

Cargo (°)


Dit wordt een moeilijke. En ’t gaat nochtans maar over een film, een brokje fictie, een verhaal. Naar die film ben ik, net zoals duizenden (!) Oostendenaars, gaan kijken. Ik dacht: ik ga daar niet meteen iets over schrijven, ik laat het eerst een beetje bezinken. Maar… Dat bezinken duurt inmiddels al vele dagen en het blijft moeilijk.
Cargo is een film van Gilles Coulier over een Oostendse vissersfamilie. De film beschrijft een wereld die ik erg goed ken. Een kwarteeuw lang heb ik daar een tijdschrift uitgegeven. Vijfentwintig jaar lang heb ik er de neergang van aanschouwd — zowel van de vissersgemeenschap als van dat tijdschrift. Da’s lang.
Kommer & kwel, ijzer dat tegen een kaaimuur schraapt, grijze kaaien in grijs weer, abonnees die afhaken, de zee die klaagt & reders die nog meer klagen, de kwalijke kant van het kapitalisme, adverteerders die hun facturen niet betalen, doden die op zee achterblijven — en dat zijn er niet weinig —, nattigheid in alle betekenissen van het woord, wind die door de kieren waait, stemmen van mannen die het gewoon zijn te schreeuwen, ruzies & leugens & zinnen van één woord… En vooral dat: de voordurende en hopeloze neergang van iets wat ten dode opgeschreven is. Vijfentwintig jaar lang. Dat gaat niet in je koude kleren zitten.
Mensen die met een romantische blik naar de visserij kijken zullen mijn weerzin niet goed begrijpen, maar wie de situatie een beetje kent begrijpt me al veel beter. In die weerzin sta ik trouwens verre van alleen, je moet dit eens lezen.
Ik was maar wat blij toen het uur van de pensionering sloeg. Boeken dicht, inpakken en wegwezen! Maar zo eenvoudig gaat dat niet, heb ik daarna ondervonden. Daardoor valt het me nu zo moeilijk om een commentaar op Cargo te schrijven, een film die me terugduwt in iets waaraan ik al zo lang probeer te ontsnappen.
De regisseur maakt een meesterlijk portret van de visserij. Ik herken het verhaal, de stemmen, beelden, kleuren, geluiden en geuren. Heel de prent baadt in de koude, grijze, uitzichtloze wereld die mij zo na geweest is en nu zo grondig beu ben. Dat er figuranten uit de vissersgemeenschap aan de film participeren legt er nog een schep bovenop. En heb ik in die film de stem van de aalmoezenier niet gehoord? Aaaaaaah!
Nooit eerder heb ik tijdens het aanschouwen van een goeie film de zaaluitgang in ’t oog blijven houden, maar nu heb ik dat wel gedaan. Want ook dat heb ik in de visserij geleerd: je kunt maar beter op alles voorbereid zijn: mayday mayday! 
Flor Vandekerckhove


(°) Dit stukje verscheen ook in Snapshots. Tijschrift van de Vlaamse Filmpers.
CARGO, 1,30 u. Regisseur: Gilles Coulier. Cast: Sam Louwyck (Jean Broucke) , Wim Willaert (Francis Broucke), Sebastien Dewaele (William Broucke) ,…. Productie: De Wereldvrede (Gilles Deschryver en Gilles Coulier) en Halal (NL). Distributie: Dutch Film Works (DFW).

woensdag 5 mei 2021

Drie dromen waaruit ik weet te ontsnappen

— Bennie Simoens. Hoopvolle horizonten (1984) —

Een almaar weerkerende droom vertelt me in tal van varianten dat ik me 'ergens' — telkens een andere plaats, ruimte te over, niets aan de hand — bevind. Echter… Als het tijd wordt om weer eens op te stappen, blijken er krachten aan het werk die me dat op niet-expliciete wijze beletten; gevangenisdromen. Drukken ze de vrees uit dat mijn vrijheid in ’t gedrang kan komen? Soms droom ik ’t omgekeerde. In zo’n droom vrees ik dat ik weer eens niet weg zal geraken, wat uiteindelijk geen probleem blijkt te zijn. Van die laatste soort verzamel ik er hieronder drie. ’t Zijn telkens provoverzen↗︎ en samen vormen ze een triptiek, een drieluik van gelijk(w)aardige verzen. De illustraties zijn van Bennie Simoens↗︎, ook die vormen een triptiek: hoopvolle horizonten (1984). (Flor Vandekerckhove)

donderdag 14 oktober 2021

Francis Bacon in de Languedoc

Boven, de picknickplek waar ik dit stukje schrijf. Onder: Three Studies at the Base of a Crucifixion, werk van Bacon uit 1944.



10 oktober — Tania’s wandeling start vandaag vlak buiten Sallèles-Cabardès↗︎, 23 km te gaan, afspreken doen we in Carcassonne↗︎. Ik verdoe enkele uren op een allerbeminnelijkst picknickplekje, waar ik de lectuur van de biografie van Francis Bacon↗︎ aanvat. Het kan haast niet anders dan dat u daar eerstdaags meer over verneemt. Vanavond haal ik in Carcassonne (wifi!) de foto van diens Three Studies at the Base of a Crucifixion↗︎ (1944) van ’t net en voeg hem toe aan onderstaande passage. (Die nogal lang uitvalt, ’t komt doordat ik die tekst bewaard wil zien, ook nadat ik het boek aan de bib terugbezorg.)
Net als Aeschylus hoopte Bacon vast te leggen wat niet uit te drukken is — om door te ver te gaan, krachtige, nog onuitgewerkte gevoelens bloot te leggen die achter de woorden of het goedgetrainde oog schuilgaan. Dan kon hij iets diepers raken, een of andere inwendige zenuw. (Hij koos er vaak voor niet de ogen van een figuur uit te drukken.) Bacon genoot van Stanfords actuele vertaling van regels in Aechylus omdat het toneelstuk de taal in zijn weergave vreemd verdraaide en verschoof tot een nieuwe, rauwe betekenis ontstond. Met name één regel deed Bacon deugd: ‘De stank van mensenbloed lacht me toe.’ Three Studies hebben die stank — en die lach. De figuren mogen zich dan aan de voet van een kruis hebben gezet, ze brengen niets smartelijks, droevigs of tragisch over. In plaats daarvan lijken ze verrukt van ‘de stank van mensenbloed’.
De centrale figuur, die de toeschouwer ‘toelacht’, had een speciale lading. Aan beide zijden konden de schepsels de fantasierijke uitvindingen zijn van een verwarde verbeelding zoals je die vindt bij Jeroen Bosch of in het Grand Guignol, het Parijse volkstheater met zijn macabere toneelstukken, en dan afgedaan als slechts monsters. Maar de figuur die in het midden verscheen, op de plaats waar op een drieluik gewoonlijk Christus staat, kwam grotesk bekend over, grijnzend en met grote tanden, als dat onaangename familielid op een familiebijeenkomst. Het verband over de kop was een briljante touch. Verband was een teken van offers brengen in een oorlog. Het stelpte het bloed en sloot de wond. Het stond voor heling en heldendom. Wiens hart was niet overgelopen van sympathie bij het zien van een foto in Picture Post van een verminkte soldaat of een gewonde burger. Hier bedekte  het verband de ogen waardoor de aandacht van de toeschouwer gericht wordt op andere lichaamsdelen, vooral op de enorm kwaadaardige mond. Het verband is een blinddoek geworden die de ogen kon bedekken, maar niet de muil.
Links van de centrale figuur stond een op een oud wijf lijkende figuur, die ook wel op een gier leek. Ze zat op haar hurken en keek weg van de toeschouwer alsof ze iets verborg. Ze had hartvormige schouders en dunne botten als armen die wat op kippenvleugels leken, waar veren en vlees van afgerukt zijn. Ze kon wel op een ei zitten of op een stuk bloederig vlees. Rechts van de figuur in het midden stond een schepsel, huilend als een hond, met de voorpoten in een lapje stekelig gas. Zijn kop was bijna helemaal mond en die was naar boven gericht als een beker, om meer vreselijk voedsel vanuit de hemel te ontvangen. Alle zintuigen werden door deze schepsels geprikkeld. De toeschouwer kon de muskus bijna ruiken, het gehuil bijna horen, het rauwe vlees bijna voelen. Alle drie de schepsels hadden lange nekken die hun koppen verbonden met hun afstotelijk plompe lijven, en het was niet moeilijk je voor te stellen hoe voedsel of bloed door hun ingewanden stroomde; In Three Studies had Bacon (…) het dier in de mens gevonden en de mens in het dier. 
De drie figuren bevolken een merkwaardig lege omgeving. Twee staan in een ruimte met fragmenten die van oude meubels ouden kunnen zijn — wat over was, misschien van d Europese salon. De derde stond buiten het vertrek, maar op een stukje gras dat niet gastvrijer was dan de kamer of het meubilair; buiten de salon was ook weinig over. Achter de figuren waren nog een paar restjes te zien van verdwijnende geometrische lijnen die, omdat ze niets specifieks definiëren, een vage ruimte rondom de figuren oproepen die niet kon worden begrepen of tot de orde gebracht. De ruimte was gevuld met een buitengewoon gebrand-oranje licht, dat spookachtig gloeide, maar niet verlichte. Het was een kleur om het lusteloze, grijze, oorlogsmoeë Londen te schokken, waar in geen jaren een fel licht had gebrand, op de bomflitsen en de daaropvolgende branden na. John Russell zou deze beelden die Bacon op het punt stond tentoon te stellen later een keerpunt noemen: er was Engelse kunst vóór, en er was Engelse kunst na Three Studies for Figures at the Base of a Crucifixion. (p.270-271)
Francis Bacon schildert wel meer triptieken, ik postte er eerder↗︎ al iets over. ’t Is ook Bacon die me inspireert om zelf een aantal triptieken te schrijven, telkens bestaande uit drie provoverzen↗︎ die samen een triptiek vormen, zoals Wegwezen↗︎, verlucht met mooie beelden van Bennie Simoens↗︎.
Flor Vandekerckhove