woensdag 20 november 2013

Diep paars


Ze hadden tickets op zak voor het concert van een groep die voor hen niet zonder betekenis was, want een kwarteeuw eerder hadden ze voor ’t eerst op die muziek gedanst. Nu vierden ze hun zilveren bruiloft met een citytrip naar Antwerpen waar Deep Purple zou optreden.
Vanaf het Centraal Station namen ze de tram naar de residentiële wijk rond het Provinciehuis, waar ze een kamer geboekt hadden. De tram stopte naast een park. Er stond iemand die het aantal mensen telde, je kon ter plekke een fiets huren, de stoep lag vol met blaren. Het hotel was smaakvol ingericht, ze deponeerden er hun bagage en hadden vervolgens een dag te verdoen.
Dat deden ze te voet. Ze trokken door het park, voorbij een Joodse wijk, sloegen rechtsaf naar een Marokkaanse buurt waar hij een mooie paarse djellaba kocht, die hij als slaapkleed wilde gebruiken. Aan oordoppen kon de winkelier hem helaas niet helpen.
In de stad liepen ze de Meir af en vervolgens verloren ze zich in zijstraatjes tot hun voeten er pijn van deden. In de Hoogstraat zochten ze verpozing.  Daar was een kroeg die ze nog van vroeger kenden en waar ze for old times’ sake een glas gingen drinken. Voor de deur stond iemand die het aantal mensen turfde dat er binnenging. Er stonden nog maar weinig streepjes op het blad.
Aan een tafeltje zat een man die zich al vlug met hen ging moeien. Of ze van West-Vlaanderen waren. (Hij was oorspronkelijk van Blankenberge, maar woonde al sinds zijn zesde in ’t Stad.) En of ze de kathedraal al bezocht hadden. Jawel (om van die mens af te zijn). En die andere kerk…
Omdat een conversatie niet te vermijden was, vroeg hij de man waarom er aan de deur iemand stond te turven. En dat hij zich opeens herinnerde dat er ook zo iemand aan de tramhalte gestaan had. De man keek hem niet-begrijpend aan.
Het was, zo liet zij hem tactisch weten, tijd om weer eens op te stappen. Dat deed ook de Blankenbergse man die gelukkig een andere kant uitging, maar niet voordat hij op het bestaan van De Zwarte Panter gewezen had, de galerie naast dat café. De mens die daar eerst nog had staan turven bleek nergens meer te zien.
Een tijd lang gebeurde er niets, of het zou dat concert van Deep Purple moeten zijn. Maar dat verslag kunt u beter in de krant van 4 april 2014 lezen, want de groep treedt vlak daarvoor, op 2 april, in de Lotto Arena op en de schrijver van dit stuk kent eigenlijk te weinig van popmuziek af om daar iets over te kunnen zeggen. Wel moet diezelfde schrijver eraan toevoegen dat dit verhaal voor de rest wel degelijk gebaseerd is op echt gebeurde feiten.
Hoe dan ook… Moe maar tevreden toog het koppel na afloop weer naar het hotel, eerst per tram, dan te voet. Er was daar ’s nachts nogal wat volk op pad, behalve in dat park dat er desolaat bijlag en waar hij half op het gras, half op het pad een man zag liggen. Ik kan je verzekeren… Je hart gaat tekeer als je zoiets ziet, 's nachts, in een voor de rest verlaten park.
Was hij gevallen? Was de man dronken? Was hij dood? Hij dacht het laatste. In een boog liepen ze eromheen. In ’t passeren keek zij de andere kant uit, maar hij niet. Hij keek scherp toe. Het was… Godver, het was de Blankenbergenaar die daar lag. Hij porde zijn echtgenote, maar zij bleef kordaat de andere kant uitkijken.
In het hotel haalden ze nog iets uit de minibar. Zij maakte zich klaar voor de nacht. Hij hulde zich in zijn djellaba en nadat ze het nieuwe kledingstuk gekeurd had en het licht had uitgeknipt, vroeg hij haar of ze die man in het park niet hadden moeten helpen. Zij wist niet waarover hij het had, stroopte zachtjes zijn paarse djellaba omhoog en na enige tijd bereed ze hem, lenig, als altijd.
Flor Vandekerckhove
Een reactie plaatsen