vrijdag 20 september 2019

James Tate, Amerikaanse surrealist

De Amerikaanse dichter James Tate (1943-2015) schiet met zijn debuutbundel, in 1967, al midden in de roos. De mij verder onbekende Dana Gioia zegt dat het surrealisme mede door dat debuut een belangrijke strekking wordt in de Amerikaanse poëzie van de jaren zeventig. Zelfs oudere dichters verlaten onder Tates invloed het rijm en gaan minimalistische, vrije verzen schrijven in gedichten die een bizarre situatie creëren.
Een Amerikaans surrealisme in de jaren 70? Da’s vreemd, want de laatste fase van het surrealistische beweging begint meteen na het einde van de Tweede Wereldoorlog. Tegen de tijd dat James Tate de kop opsteekt is het surrealisme al lang verwaterd in verschillende vormen die geen deel meer uitmaken van de surrealistische beweging. Het Amerikaanse surrealisme is zo’n verwaterde vorm. Dana Gioia noemt het een ‘jazzy brand of surrealism’.
Hoe komt het eigenlijk dat het surrealisme niet eerder voet aan wal zet in de Verenigde Staten? Daar zijn veel redenen voor, en die Gioia voegt er nog een aan toe: ‘Amerika's eerste grote surrealistische kunstenaars werden Walt Disney, Max Fleischer en Tex Avery genoemd. Hun artistieke medium was cartoonanimatie (…) Deze mannen namen - vrij letterlijk - de principes van het surrealisme over en maakten er massa-amusement van.’ Ik weet niet of dat klopt, maar goed gevonden is 't wel.
Terug naar de letteren. Veel van de dichters die Dana Gioia als Amerikaanse surrealisten vermeldt, hebben, zie ik, bij mij al een plaats gekregen. ’t Moet zijn dat ik er een zwak voor heb. Over James Wright (1927-1980) heb ik het al gehad in Tijdverlies, zalig inderdaad, Van Donald Hall (1928-2018) vertaalde ik het gedicht Affirmation. Ook Pigeons at Dawn, een gedicht van Charles Simic (°1938), staat al vertaald deze blog. Dan heb ik nog vertalingen van Mark Strand (1934-2014) (The End) en van Robert Bly (°1926): The Great Society. En nu dus ook James Tate met het bijzonder mooie It Happens Like This.
Flor Vandekerckhove

James Tate. It Happens Like This. Uit Lost River. uitg. Sarabande Books, Inc. Copyright © 2003 by James Tate.



— Wereldpremière ! Op zondag 20 oktober treedt de Ostend Social Club Avondgenoegen op in Bredene, in De Fakkel, tijdens de vernissage van werk van kunstschilder Kathleen Vanhee. Vanaf 16 uur, gespreid over de duur van de vernissage voert Avondgenoegen er werk uit op tekst van Flor Vandekerckhove en muziek van Dimer Geedts. De toegang is gratis. Iedereen is welkom. Mocht je een idee willen hebben van wat dat geeft, luister dan eens naar Drie variaties op een vernissage: klik hier !

woensdag 18 september 2019

De discussie over de Vlaamse canon peut en cacher un autre


— Van links naar rechts: auteur Patricia Jozef, actrice Joke Devynck en beeldend kunstenaar Anne-Mie Van Kerckhoven. —

Vlaamse politici onderhandelen thans over een nota die stelt dat er nood is aan een Vlaamse canon, een lijst van o.m. culturele feiten die tot het Vlaams erfgoed behoren. Daartoe behoort ook werk dat Vlaamse kunstenaars voortgebracht hebben. Zelf vind ik een andere discussie veel interessanter: hoe gaat Vlaanderen vandaag om met zijn kunstenaars … die misschien ooit wel in zo'n Vlaamse canon terechtkomen.

In De Standaard vist Maria Vlaar uit wat jonge Nederlandstalige auteurs drijft. De Vlaamse Patricia Jozef is er een van (°) Wat drijft deze schrijfster? Een ding is zeker: geld is het niet: ‘Hoeveel verdien ik met het schrijven? Vijf euro per dag? Het is ongelooflijk hoe weinig schrijvers verdienen. Schrijven brengt nauwelijks geld in het laatje.’ Schrijven is kommer & kwel, zegt Patricia Jozef, maar ‘t is ten huize van beeldende kunstenaars niet anders. Over die kunstenaars zegt ze: ‘De grootste groep kunstenaars heeft geen nagel om aan zijn gat te krabben. Sommigen, erg gewaardeerd om hun werk, die gevraagd worden voor musea, of met werk dat later hoge prijzen zal halen, die de beste belegging betekenen voor verzamelaars, leven in armoede (…)’
Ik had er eerder al iets over gelezen. (°°) Toen ging het over jonge dansers die zelf moeten betalen voor een auditie en over muzikanten die op festivals minder verdienen dan de poetsploeg… Straf is ook wat Actrice Joke Devynck zegt: ‘Dankzij den dop en mijn tv-werk kon ik in deze job blijven, maar ik ben 46 jaar, alleenstaande moeder van drie en wil ook brood op de plank. Wie een uitkering krijgt, durft niet meer te zeggen dat hij projecten weigert vanwege hun kwaliteit. (…).’ En dat is dan een Vlaamse topactrice!
Ook top, maar dan in de beeldende kunsten is Anne-Mie Van Kerckhoven: ‘Ik was onlangs voor een vergoeding van 4.000 euro maanden bezig aan een overzichtsexpo. Achteraf was ik failliet.’ Failliet! Dat gaat over iemand die ooit in zo'n Vlaamse canon terecht kan komen hé.
Flor Vandekerckhove

(°) Verse letteren. Aflevering 7: Patricia Jozef. In DS, 16 augustus 2019. 
(°°) Kunstenaars strijden tegen onderbetaling. In DS, 9 augustus 2019.


— Wereldpremière ! Men zegge het voort! Op zondag 20 oktober treedt de Ostend Social Club Avondgenoegen op in Bredene, in De Fakkel, tijdens de vernissage van Kathleen Vanhee’s tentoonstelling. Vanaf 16 uur, gespreid over de duur van de vernissage, voert Avondgenoegen er werk uit op tekst van Flor Vandekerckhove en muziek van Dimer Geedts. De toegang is gratis. Iedereen is welkom. Mocht je een idee willen hebben van wat dat geeft, luister dan eens naar de podcast van De Laatste Vuurtorenwachter: Drie variaties op een vernissage, klik hier !

maandag 16 september 2019

Drie variaties op een vernissage


1. Marie-Jeanne — De naam van de kunstenaar ben ik vergeten, de plaats van de vernissage eveneens. Ik herinner me wel dat ik daar Marie-Jeanne weergezien heb. We herkenden elkaar meteen. Dertig jaar eerder was zij verloofd met de broer van mijn verloofde. Onze verlovingen hadden geen stand gehouden en iedereen was iedereen uit ’t oog verloren. Marie-Jeanne had, zei ze, in die dertig jaar een carrière gemaakt die zich vooral in Luxemburg afgespeeld had; die tijd was nu voorbij. Terwijl ze dat zei zag ik dat ze verschrikkelijk heet was en ik weet vrijwel zeker dat zij dat ook van mij dacht.

2. Haring — Nadat ik op de vernissage present getekend had verliet ik de galerie. Het was de tijd van de voorjaarsstormen en we bevonden ons in een stad aan zee. De wind was naar het westen geruimd, en waar hij eerst alleen maar krachtig was, heette hij nu storm. De kusttram reed niet langer uit — zand in de rails — er was een vervangbus. Daarin verdeelde een jongen een pamflet van de gele hesjes, ik was ontroerd. Her en der lag een omgewaaide boom. Thuis haalde ik een haringfilet uit de bokaal, want in dat kon kan ik wel wat omega 3 gebruiken.

3. Déja vu — Zo komen we thans aan de laatste variatie. Ook ik heb nog geschilderd. Een van de werken die ik tentoonstel bestaat uit gemengde technieken: lapjes linnen vastgekleefd op stroken papier, reepjes canvas vastgeniet aan een stuk jute. Groot en delicaat werk, het kan nauwelijks in mijn camionette. Al tijdens de vernissage koopt een Luxemburgse zakenman het tableau en ik beloof hem dat ik het zelf in zijn Oostendse appartement zal ophangen. Delicaat werk. Ik zal er niet zijn, zegt hij, maar mijn echtgenote wel. Dan pas zie ik dat zijn echtgenote Marie-Jeanne is, de hete vrouw uit de eerste variatie.


Flor Vandekerckhove


— Wereldpremière ! Men zegge het voort! Op zondag 20 oktober treedt de Ostend Social Club Avondgenoegen op in Bredene, in De Fakkel, tijdens de vernissage van werk van kunstschilder Kathleen Vanhee. Vanaf 16 uur, gespreid over de duur van de vernissage, voert Avondgenoegen er werk uit op tekst van Flor Vandekerckhove en muziek van Dimer Geedts. De toegang is gratis. Iedereen is welkom. Mocht je een idee willen hebben van wat dat geeft, luister dan eens naar de podcast van De Laatste Vuurtorenwachter: Drie variaties op een vernissage, klik hier !

zaterdag 14 september 2019

Wandelen tijdens de hittegolf


[Dit verhaal werd gebouwd rond een zin die me geleverd werd door Tania M.: ‘Het wordt een prachtige dag, maar ik zou toch wel eens willen weten wat een debaser is.’ Zelf kon ik haar vraag niet beantwoorden, want ik had dat woord nog nooit gehoord. Maar ik ging er wel mee aan de slag. Eerst viste ik uit dat debaser de naam van een single is van de rockgroep Pixies. Ze maakten die single, lees ik, vlak nadat hun frontman Un chien andalou van Luis Buñuel gezien had. In dat filmpje gaan de surrealisten Bunuel en Dali hard te keer tegen moraliteit in de kunst. De prent toont ons bijvoorbeeld hoe een vrouwenoog met een mes uitgesneden wordt. (Debasing is verlagen, vernederen.)
Mijn verhaal moest, vond ik, even surrealistisch en wreed worden als dat van die twee. Toen ik ermee bezig was verkeerde ons land in een hittegolf, ook iets wat in het verhaal zijn sporen heeft nagelaten.]

Omdat ik moet plassen ga ik een eind van het pad af. Ik begeef me in het struikgewas, mijn voeten hoog optillend om niet in de begroeiing verstrikt te geraken. Daar valt me opeens een hand op die uit het kreupelhout omhoog steekt. En een naakt stukje arm. Een vrouwenhand!
Je denkt niet: daar ligt een persoon in nood onder de struiken. Neen, je denkt: dat het juist mij weer moet overkomen. En in mijn geval denk je ook: het wordt een prachtige dag, maar ik zou toch eens willen weten wat een debaser is. Anders gezegd: hoe kan ik hier een wreed surrealistisch verhaal van maken?
Terwijl ik daar in ’t heetst van de hittegolf de ene egoïstische gedachte na de andere sta te bedenken, en terwijl het zweet als stromend water van me af loopt, zo erg zelfs dat ik niet eens meer moet pissen, zie ik opeens dat er beweging in de hand komt. De wijsvinger beweegt. Godver, de hand wenkt me. Ik begin nog meer te zweten. En je weet hoe ’t gaat: als je zoveel zweet, nemen de wetten van de jungle het helemaal over. Kordaat ga ik op de hand af en stamp er keihard op met mijn zware wandelschoenen. Nog beweegt de hand, zij toont me nu haar middenvinger, als om de spot met me te drijven. Ik stamp en stamp en hou niet op met stampen voor de hand in een kwart kilo gehakt veranderd is.
Waarna ik mijn wandeling voortzet. Heb ik al gezegd dat het toen vreselijk warm was? De derde hittegolf van de zomer. En zweten! Nooit eerder meegemaakt.
Flor Vandekerckhove

Wat er ook gebeurt 
tijdens die hittegolf 
is dat de vreselijke blauwalgen 
weer tevoorschijn komen. 
Hun verhaal, 
dat nog vreselijker is 
dan wat mij daar 
in dat bos 
overkomen is, 
staat op de podcast: 
klik hier !


donderdag 12 september 2019

Laurentius zingt eigen visserslied aan ’t Duinengat van Bredene


Er valt een opname in mijn mailbox, een lied van Laurentius (Laurent Vanacker). Voor ons blijft die mens — inmiddels 77 ­— ten eeuwigen dage de zanger van The Swallows, maar zingen doet hij nog altijd, wat van The Swallows geenszins gezegd kan worden.
Laat me eerst de song samenvatten. Na een indrukwekkende intro horen we een vrijer die, enigszins klaaglijk, zijn geliefde bezingt, ‘de roste van den Opex’. Het roodharige meisje blijkt zowel sproeten als temperament te hebben. Haar vrijer woont in Bredene. Daar neemt hij de tram, ofwel om zijn lief te bezoeken, ofwel om naar het voetbal te gaan. Volgt een indrukwekkend stukje saxofoon. Blijkt dat de vrijer een visser is. Bij ’t afvaren staat zijn roste op de kaai: ‘en als haar korte rok omhoog waait, hebben al de vissers dat gezien.’ Daar gaat Laurentius spijtig genoeg niet dieper op in, liever laat hij ons het obligate visserijgeklaag & -gezaag horen: dure diesel, goedkope visprijzen, ge weet wel. Maar kijk, het wordt alweer tijd om de thuishaven op te zoeken. Volgt een stukje sax, waarna we er nogmaals aan herinnerd worden dat de roste van den Opex is. Fade uit.
Deze ietwat simpele lyrics verbergen een indringende visserijkwestie. Laurentius negeert in zijn song immers een visserijtaboe. Het is namelijk not done dat een meisje zichzelf aan de vissers toont wanneer het schip zee kiest. Bij het afvaren mag de visser géén vrouw zien (en evenmin een pastoor). Taboe!!! (°) En zo’n taboe negeert ge niet ongestraft. Ik kan het weten, want in de tijd dat ik Het Visserijblad uitgaf heb ik, samen met de aalmoezenier, geprobeerd dat taboe te doorbreken. Het heeft me een mystieke ervaring opgeleverd om U tegen te zeggen.
Maar goed, laat ons aannemen dat de roste van Laurentius zich daar niets van aantrekt en
haar rokken onder het oog van de afvarende vissers laat zwieren & zwaaien. Dan had Laurentius daar ook de gevolgen van moeten bezingen, want, zoals gezegd, zoiets geschiedt niet ongestraft. Voor inspiratie had Laurentius misschien te rade kunnen gaan bij 
de Red Headed Woman van Bruce Springsteen: Well I don't know how many girls you've dated, man / But you ain't lived till you've had your tires rotated // By a red headed woman. Of bij Charles Bukowski die met zo’n opwaaiend rokje wel raad weet : ‘the wind flipped her skirt / high along her thighs / and I began rubbing myself (…) I’m a peep-freak / but why do they do that? / why do they look like that? / why do they let the wind do / that?’ (°°) Ja, waarom eigenlijk? Weet gij het? 

Flor Vandekerckhove

(°) Over de taboes in de visserij schreef ik eerder Vermijdingsrituelen in de visserij
(°°) Charles Bukowski. The girl on the bus stop bench. In Love Is A Dog from Hell. Black Sparrow Press. 1983.


woensdag 11 september 2019

Drie variaties in de gestroomlijnde vorm van een femme fatale


1. MacGuffin‘Mijn naam is MacGuffin,’ zegt ze, ‘ik kom deze drie roman noir variaties op gang trekken.’ Ik vraag: ‘Kan ik u daarbij van dienst zijn?’ Ze antwoordt: ‘’t Mag niet altijd over seks gaan.’ Ik zeg: ‘Toch heb je in elke roman noir een femme fatale nodig.’ Ze zegt: ‘Desnoods wil ik dat wel zijn, maar wie is dan de antiheld?’ Ik weer: ‘Mevrouw, mag ik u ter zake mijn diensten aanbieden?’ Ze staat op en zegt: ‘We zullen zien.’ Teleurgesteld vraag ik: ‘Heu, ga je nu al weg?’ Ze antwoordt: ‘Ja, want het moeten extreem korte roman noir variaties blijven.’ 


2. Tepelklem‘Ik heb het in zijn jas gevonden’, zegt ze. Ze wil weten wat het is. De femme fatale legt het object op mijn bureau. Ik zeg dat ik het zal uitzoeken. Thuis vertel ik het mijn echtgenote. Ik toon haar het object. ‘O’, zegt mijn echtgenote meteen, ‘dat is een tepelklem.’ Ik kijk onbegrijpend naar het ding. ‘Kijk’, zegt ze. Ze trekt haar T-shirt omhoog, ontdoet zich van haar beha, steekt vlot een tepel tussen de staafjes. Ze klemmen zich rond haar tepel die meteen hard wordt. ‘Wel verdorie,’ zeg ik, ‘kust nu mijn kloten.’ Niet zo vlug, zegt ze, ‘Eerst afruimen.’

3. Silicone — Schaamteloos gaat de femme fatale me voor. Haar billen bewegen ritmisch onder haar spannende rok. Ondanks het uitzicht blijf ik op mijn hoede. Gedempt licht. Binnen legt ze haar armen rond mijn hals. Terwijl mijn handen op haar heupen rusten, zie ik in de spiegel de beweging van een kastdeur die achter me openschuift. In een reflex maak ik een halve draai, zodat zij een schild voor me vormt en ik recht in de ogen van de gangster kijk. Hij schiet. De kogel treft haar, maar blijft in het silicone van haar linkerborst steken, waardoor ze aan een gewisse dood ontsnapt.


Flor Vandekerckhove

maandag 9 september 2019

Roland Vanmassenhove herdacht


— Ivan Schamp meldt me: De wielertoeristen van Breduinia hebben op zaterdag 7 september hulde gebracht aan Roland Vanmassenhove, ‘de Mas’. Hij werd onwel tijdens een georganiseerde fietstocht en liet het leven langs de IJzer, tussen Nieuwpoort en Diksmuide. De Breduinia’s hebben er een gedenksteen geplaatst en een korte herdenkingsplechtigheid gehouden. De naaste familie van Roland was daarbij aanwezig. —



Nadat Annie Vanhee me het plotse overlijden van onze jeugdvriend Roland Vanmassenhove (° 2 januari 1951 - † 27 april 2019) gemeld had, was ik als bezeten beginnen googelen: wat was er gebeurd? Wanneer? Waar? Ook andere computers draaiden op volle toeren. Het zwengelde een onderlinge correspondentie aan. Resulteren deed al dat over en weer schrijven in een stukje dat heet: Onze makker Roland Vanmassenhove overleden.
Eerder die dag had ik in De Laatste een oproep gelanceerd, die daar niets mee te maken had. Daarin schreef ik: Geef me je zin en ik schenk je in retour een verhaal. Tussen de vele reacties bevond zich ook deze van Erik Poppe: Hier mijn zin: "Mensen als Roland verdienen het te blijven leven, daarom brengt zijn dood mij in de war".’
Veel mooier kan een rouwbetuiging niet worden, vind ik. Daarenboven zit er voer voor meditatie in. De zin verklaart het verlangen naar een hiernamaals, een plek waar mensen als Roland blijven leven. Die plaats is ons bekend als de hemel, eventueel de zevende. Anderen noemen het de overkant, de eeuwige jachtvelden, de Elyseïsche Velden. Veel van die plekken blijken verafgelegen fabelachtige landen te zijn: eilanden der zaligen, gelukzalige eilanden, aardse paradijzen …
Zelf geloof ik niet in het bestaan van een hiernamaals, maar voor Roland Vanmassenhove maak ik graag een uitzondering, want het is zoals Erik het zegt: ‘Mensen als Roland verdienen het te blijven leven.’

Flor Vandekerckhove

zondag 8 september 2019

Op zoek naar Merkl en Haun

— Links Cary Haun, rechts Dameon Merkl. —
Mijn enthousiasme is nauwelijks te temperen wanneer ik enkele dagen geleden Waywords and Meansigns ontdek, de op muziek gezette Finnegans Wake, onvolprezen meesterwerk van James Joyce. Vooral de Opendoor Edition krijgt mijn onverdeelde aandacht.
Tijdens de voorbije dagen heb ik dan ook menig uur doorgebracht in het gezelschap van kunstenaars, musici, dichters, schrijvers, professoren en freaks die elk, op hun eigen manier, een stukje van het boek tot zich nemen. Een van de betere performances is, vind ik, van ene Dameon Merkl die in 2017, samen met Haunted Robot Ltd., een opname maakt van een bladzijde uit het boek. U kunt er hier naar luisteren. Ik vind dat zó goed dat de vragen van Paul Jambers in mij opborrelen: wie zijn ze, wat doen ze, wat drijft hen?  En dit is wat ik te weten kom.

Je denkt daar zelden aan, maar ook aan de overkant van de plas leven & werken mensen die erg goed zijn in wat ze doen en ons toch niet bereiken. Ongetwijfeld genieten ze enige bekendheid, maar verder dan een kring van ingewijden reikt die niet, of ze zijn wat men noemt ‘wereldbekend in eigen streek’. Is dat ook het geval bij Cary Haun en Dameon Merkl? Ik vermoed van wel, maar dan in Amerikaanse verhoudingen, 'much bigger'; in elk geval vermoed ik dat ze zeer geschikt zijn om mijn poëtica op los te laten.
Voor zover ik dat kan inschatten verdient de eerste zijn bete broods met grafiek en de tweede als tekstschrijver, maar ze zijn vooral niet voor één gat te vangen. Beiden zijn actief in de muziekwereld: punk. Ik begin bij Cary Haun. Kunstenaar, schrijver en musicus, ontsproten aan Long Beach, California. Maakt illustraties, doet studiowerk, schrijft essays en hij heeft ook een roman gepleegd: Some Tales & Travels of Captain Fakehead (2016, 374 pp). Ik zou wel eens een bladzijde van die mens willen lezen. Er is een website, Daar haal ik ’s mans mailadres op. Wellicht kom ik bij een anarchistische medemens terecht.
Dan is er Dameon Merkl, uit de Amerikaanse staat Colorado. Ook hij heeft een website. Maar wat een stem! Van hem vind ik ook deze beschrijving (die hij wellicht zelf schrijft): ‘ziet eruit als de lange, knappe zoon van Orson Welles en heeft de donkere vocale intensiteit van Nick Cave. Zijn diepe stem heeft een (…) timbre waar late-night jazz radio-show gastheren een moord voor zouden plegen (…) de broeierige maar duivels humoristische frontman van Bad Luck City (…) bestrijkt meesterlijk het terrein van avant-punk en lugubere lounge.’ Avant-punk en lounge dus: geen idee. In The Denver Post (waarvoor hij nog geschreven heeft) vind ik hier een kort interview, maar daarmee weet ik nog niet want Avant-punk is. Weet je wat? Ik vraag of hij een song op youtube heeft staan, zodat ik hem eens in volle doen kan bezig zien.
Benieuwd of een van die twee me gaat antwoorden. Misschien wel in een opmerking onder dit stuk.
Flor Vandekerckhove

PS.: Ik schrijf die twee een briefje. Dat gaat als volgt:
Dear Dameon and Cary, You will not understand the blog post I wrote, it’s written in Dutch by a Belgian blogger who calls himself The Last Lighthouse Keeper. But, with a little help of GoogleTranslation, you may understand what it is about. And you may also understand what I am asking you. I read that Cary has ‘an assortment of essays’. I'm curious to know what he writes about & how. And maybe I'll try to translate a page in Dutch. What is Haunted Robot Ltd.? Is it a group? Is it a one man? Is it a company? Is it just a name? Can Dameon lead me to a place on the worldwide web where I can see him at work with Bad Luck City? (Or can see him in other performances) Can he send me some song lyrics? I’m interested in ‘The stories he weaves in song are spun from the urban-underbelly mythos of film noir, Cormac McCarthy and James Ellroy.’ You’re both totally unknown here. But I’d like to see more of of you, both of you. En ik sluit af met het internationale Toodeloo.

vrijdag 6 september 2019

Finnegans Wake: de gezongen versie

— James Joyce kon er zelf ook wat van. —
Dat ik iets met Finnegans Wake heb, weet u, want dat staat hier; dat ik in dat boek op zoek gegaan ben naar Oostendse woorden, weet u ook, dat staat daar. U weet nog meer: ginder maak ik kond dat het boek als een schilderij te lezen valt en onlangs wist ik te melden dat de Amerikaanse rocker Jeff Tweedy er al eens inspiratie uit haalt bij het schrijven van een song. Niet slecht, zou ik zeggen, voor een boek waarin ik nauwelijks enkele paragrafen ver geraakt ben.
Deze zomer, tijdens een van de hittegolven, ben ik, met de jaloezieën dicht om de zon buiten te houden en in mijn ondergoed om het zweet te ventileren, op zoek gegaan naar nog andere muzikanten die zich door Finnegans Wake laten inspireren. In die zoektocht stoot ik op de wonderbaarlijke website Waywords and Meansigns, geredigeerd door fanaten die heel het boek op muziek zetten. Ze verzamelen een nog steeds uitdeinend aantal muzikanten & schrijvers, kunstenaars & geleerden, rare mensen in 't algemeen & avontuurlijke in 't bijzonder om de klus te klaren. En ze creëren al doende iets wat tegelijkertijd een audioboek is, en een muzikale aanpassing. Ze hebben het niet een keer gedaan — alle 628 pagina’s op muziek gezet! — maar twee keer, en de tweede keer weer met een hele nieuwe cast van muzikanten en lezers. En ze houden niet op. Ze zijn nu bezig aan de derde editie, die heet de Opendoor Edition. En geloof het of niet: u kunt daar zelf aan meewerken. Wie de sprong waagt komt in een indrukwekkende bende terecht, waaronder acteurs als — hierAbigail Hopkins. Of Dameon Merkl, een merkwaardig personage, wiens bijdrage aan het gezongen boek je daar kunt beluisteren; en vele, vele anderen: de lijst staat ginds.
Wie met muziek bezig is of met literatuur of met kunst in ’t algemeen, moet zeker eens in Waywords and Meansigns spitten, het kan haast niet anders of dat je daarbij op inspiratie stoot.

Flor Vandekerckhove

woensdag 4 september 2019

Het laatste avontuur van de straatloper



Luister maar: Klik hier !
1. Je bevindt je in een vreemde slaapkamer. Vreemde vrouw aan de ene kant van ’t bed, jij aan de andere. Beiden naakt. Opeens denk je aan je echtgenote. Je denkt: wat sta ik hier eigenlijk te doen? De vrouw denkt: waarop wachten we eigenlijk? Je kijkt in ’t rond, zoekt hulp en ziet opeens de weegschaal staan, hij steekt een beetje onder de rand van ’t bed uit, een personenweegschaal, een analoge personenweegschaal. Je bukt je, haalt de weegschaal van onder het bed en gaat erop staan: ‘Godver’, zeg je, ‘weeral vijf kilo bijgekomen, ik ga maar eens naar huis.’

2. Vlak voor het huis van die vreemde vrouw kom je onverwachts je echtgenote tegen. ‘Wat doe jij hier?’ vraagt ze terecht. Je antwoordt naar waarheid: ‘ik heb me zojuist op een analoge personenweegschaal gewogen.’ Ze zegt: ‘Analoog? Dat het nog bestaat! En,’ voegt ze er benieuwd aan toe, ‘hoeveel weeg je daarop?’ Je antwoordt: ‘Vijf kilo meer dan thuis.’ Ze wuift het verschil weg. ‘Dat komt,’ zegt ze, ‘doordat het een analoge personenweegschaal is.’ Opeens zie je haar schrikken. ‘Ik denk,’ zegt ze, ‘dat iemand achter je iets door ’t raam gegooid heeft.’  jij denkt: dat zal die weegschaal zijn.

3. ’s Avonds, thuis, in de echtelijke slaapkamer, weeg je je op de digitale personenweegschaal. Je echtgenote vraagt: ‘Hoeveel weeg je nu?’ Je zegt: ‘Ik sta weer op mijn normale gewicht.’ Ze keert zich op haar andere zij en zegt: ‘Die analoge weegschalen zijn niet te vertrouwen.’ En ze knipt het licht uit. Zelf denk je in ‘t donker nog een wijle na over de betekenis van de term ‘een voltooid leven’ en over de beperkingen van de wet die niet toestaat omwille van een voltooid leven euthanasie te krijgen, want zo voelt je leven op dat moment wel aan: voltooid.


Flor Vandekerckhove