maandag 11 november 2019

Altijd iemands vader, altijd iemands kind

— Links vader Lucien Meeuws, rechts zoon André. —
De titel leen ik van Willem Vermandere: ‘Ja 't is den oorlog da j' hier were vindt / en 't graf van duizend soldoaten / altied iemands voader altied iemands kind (…)’ (°) Ja, dat is waar en in ‘t geval van vader en zoon Meeuws is het zelfs waar in de overtreffende trap.
Lucien Meeuws wordt op 7 april 1889 in Leisele geboren, een gemeente in de Westhoek. Hij groeit niet alleen op Bachten de Kupe, hij blijft er ook als volwassen man wonen. Hij wordt kleermaker en wanneer hij met Elodie Depuydt trouwt vestigt het jonge gezin zich op een boogscheut van de ouderlijke woning.
Bachten de Kupe trekt hij ook ten strijde. Bij het uitbreken van De Groote Oorlog is de twintiger dienstplichtig, hij wordt opgeroepen om het land te verdedigen. Hoe de legerdienst voor Lucien Meeuws verloopt, ligt verscholen in de nevelen van de geschiedenis, althans tot halverwege 1917. We weten dat hij dan een wijle verlof krijgt en zijn echtgenote thuis mag opzoeken.
Voorwaar een vruchtbaar bezoek, want negen maanden later wordt hun zoontje geboren: André Meeuws ziet het levenslicht op 28 januari 1918. Of hij ooit zijn vader gezien heeft is zeer onzeker, want exact acht maanden later, op 28 september, sneuvelt Lucien Meeuws in Poelkapelle.
Minder dan twee maand later wordt achter die oorlog eindelijk een punt gezet. Daar heeft de kleine André wellicht geen boodschap aan, hij moet opgroeien zonder dat hij zijn vader heeft gekend, met alle gevolgen van dien. Als tienjarige komt hij, net als zoveel andere wezen en halfwezen, in Bredene, in IBIS terecht, waar men van hem een zeeman maakt. Wanneer hij op 30 november 1932 dat instituut verlaat is het om in te schepen. André is veertien als hij als marconist aan boord van het Oostendse vissersvaartuig O.76 stapt (°°). Daarmee komt evenwel geen einde aan zijn scholing, André Meeuws zal zichzelf uiteindelijk onderwijzer mogen noemen. Niet slecht voor een kansarm jongetje uit de Westhoek.
Het ziet er zelfs goed uit voor de jongeman, ware het niet dat zich alweer een oorlog aandient. De jongen is in 1940 tweeëntwintig, hij woont nog bij zijn moeder in de Brugsesteenweg in Vinkem. Hij is op dat moment twee jaar jonger dan zijn vader was toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak. En net als de vader is ook de zoon dienstplichtig. Hij komt bij de Eerste Jagers te Paard terecht. Als Wachtmeester neemt hij deel aan de Achttiendaagse Veldtocht en ’t is in Watervliet, aan de Nederlandse grens, dat hij op 25 mei 1940… sneuvelt.
Moeder Elodie is niet alleen de oorlogsweduwe van een man die ze verliest als deze nog geen dertig is, ze verliest nu ook haar enige zoon (22) op het slagveld van alweer een nieuwe oorlog: altijd iemands vader, altijd iemands kind.
Flor Vandekerckhove
Met dank aan Daniël Eyland voor de informatie.

(°) Willem Vermandere. Duizend soldaten. Song (1989). Tekst op: https://muzikum.eu/nl/123-290-3872/willem-vermandere/duizend-soldaten-songtekst.html Het lied werd mede gecomponeerd door Guido Desimpelaere.
(°°) Eddy Eneman stuurt me een foto van dat schip. Het betreft de O.76 Prosper, een stoomvaartuig, gebouwd in 1917. Rederij is de S.A. Pêcheries à Vapeur.



zaterdag 9 november 2019

Vader en zoon (III) (Work in progress)

Nog steeds is het thema ‘boot’ bij Bert niet uitgewerkt. Zijn jongste creatie is tegelijk een commentaar op de plastic soep. 
Maar of het vaart?    

[Enige tijd geleden schreef ik een lyrisch stuk over een boekje dat ik wil maken, geïnspireerd door schetsen & ontwerpen van mijn zoon. Meer erover staat daar. Nu ga ik op zoek naar het moment waarop ik voor het eerst ervaar dat die zoon over een merkwaardig artistiek talent beschikt, het moment van de epifanie als ‘t ware.]


Epifanie met taart

De toekomst moet nog komen, maar hij komt hij komt hij komt
Waar binnenkort de Chunnel komt delft men al een put
De Golfoorlog bestaat nog niet (wel bijna) en Willy Vandersteen leeft nog een beetje
We eten taart met tante taart en Bert komt ons een plankje tonen.

Ik nip van zwarte koffie en van een stukje taart en luister naar een fonoplaat
En naar Bert die me een plankje toont, een houten plankje met een spitse snuit
Neem ook maar een stukje taart, zeg ik aan Bert die naast me staat
Ja, zegt hij, die scherpe kant dat is de boeg en langs die kant gaat het vooruit.

Jongen, zegt tante taart nu ook aan Bert, eet toch een stukje taart
En achteraan, in een holte die daar uitgehouwen is, zie ik een as
Dwars door een houten blokje. Ja, dat is een rad, zegt Bert, dat draait
Dat draait en we eten allen nog een stukje taart van tante taart.

We draaien aan het rad, dat draait, en Bert eet nog een stukje taart
en wijst ons op de motor die het rad aandrijft en die boven op het plankje staat
Waarvan we erg onder de indruk zijn, allemaal, en niet in ‘t minste tante taart
En onze waardering niet verhelend eten we samen nog een stukje taart.

Vanaf nu is alles mogelijk echt alles, zegt tante taart, alles alles alles
En in een visioen ziet ze banken crashen echt crashen en een koppel torens
In een land waar er een president op komst is die godbetert Donald heet
En we zeggen dat het straf is, zo’n visioen, en we eten samen nog een stukje taart.

Dezelfde dag nog, na de afwas, gaan we samen het bootje testen in een plas
Het plankje hangt aan een touw dat te zwaar is en het motortje ohlala blokkeert
Het rad blijft steken in lis & modder & praktische bezwaren en Berts laarsjes in het sop,
Waarna we samen huiswaarts keren voor nog een laatste stukje taart.

Flor Vandekerckhove


Twee eerder geplaatste stukjes 
in de cyclus Vader en zoon 
zijn te beluisteren op podcast. 
Klik op de titeltjes in rood 
en u wordt ernaartoe geleid: 

donderdag 7 november 2019

F.C. Avondgenoegen leeft verder in O.S.C. Avondgenoegen


Op de foto herkennen we bovenaan van links naar rechts: Dave Driesmans (KRAAK), Pascal Vandenheede, doelman Luc Martinsen, een Spaanse kunstenaar op verplaatsing, Glenn Dierendonck, Hans Demeulenaere. Onderaan hurken van links naar rechts Hugo Van Loock (met zoon Floris), slingerback Flor Vandekerckhove, James De Coninck, een ons onbekende gastspeler, Maarten Loy en de vegetarische hond Tzara. Ontbreken op de foto, maar maken evengoed deel van het team uit: Jan Deconinck, Annie Vanhee, Els Milh — ja, de club is gemengd — en wijlen Peter Dergeloo. Samen vormen ze op het einde van de vorige eeuw de one & only voetbalclub van de Oostendse kunstscene: F.C. Avondgenoegen.
De eerste match — tegen Brugse rockers nota bene — winnen de kustjongens glansrijk: 3-2. Die match is helaas ook de laatste. Een voor een haken ze af, de schilders, beeldhouwers, dichters en levenskunstenaars; steeds omwille van lichamelijke letsels: spierscheuren, tennisellebogen, ontstoken kniegewrichten, gespleten teennagels, ziekte van Korsakov en vele andere, waarvan sommige nog door de geneeskunde benoemd moeten worden. Ge moogt gerust stellen dat FC Avondgenoegen op doktersbevel ontbonden is.
Zo’n kort bestaan! De kans is derhalve klein dat de club sporen nalaat in het collectieve geheugen van voetbalminnend Vlaanderen. Toch zal de naam Avondgenoegen nimmer vergeten worden. Dat komt door een tweetal dat op 23 augustus de Ostend Social Club Avondgenoegen opricht, een duo dat tijdens spetterende optredens de woorden van Flor Vandekerckhove koppelt aan pianonoten van Dimer Geedts.
Ge kunt dat duo boeken, ’t zij om uw vernissage op te vrolijken, ’t zij als voorprogramma voor uw eigen optreden, ’t zij voor een avondvullende poëzieavond, ’t zij voor een auteurslezing … Richt uw aanvraag aan liefkemores@telenet.be. We kijken dan samen hoe we een en ander kunnen epibreren, en alzo een vervolg breien aan de never ending tour van O.S.C. Avondgenoegen. Ik dank u.

Flor Vandekerckhove


O.S.C. Avondgenoegen treedt dit jaar nog op in OOSTENDE, House Gallery, Mijnplein, 17 november om 15 uur — WENDUINE, Persepit (in de duinen), 24 november, 14 uur — OOSTENDE, De Grote Ruutten, 1 december, van 18 tot 21 uur … Mocht je een idee willen hebben van wat dat geeft, luister dan eens naar Drie variaties op een vernissage: klik hier !

dinsdag 5 november 2019

Napoleons officieren spraken ook een mondje Vlaams (°)

— Fort Napoleon op de Oosteroever van Oostende. —

In de duinen staan vijf knapen rond een vierkant gat, een diepe verticale schacht met ijzeren sporten die er uitnodigend uitzien. Een van de jongens laat een steen vallen. De doffe plof, diep in de put, verandert helaas niets aan het ongewisse.
Doen ze het, doen ze het niet? Wie durft, wie durft niet?
Ze durven, ze gaan, ze doen het! Een na een dalen ze de ladder af, tot diep in de buik van het duin, op zoek naar avontuur. Beneden mondt de schacht uit in een pijp die zich horizontaal door het zand boort, een tunnel. Het gezegde heeft gelijk: op het einde van de tunnel is er licht.
Er is alleen kruipend door die tunnel heen te komen. Steunend op hun ellebogen manoeuvreren de vijf zich door het zand, het licht tegemoet. Ze zwijgen om geen instorting te veroorzaken.
Zo komen de knapen in een caponnière van het fort terecht. Wat een woord, wat een ontdekking! Een caponnière met schietgaten. Hier hebben Napoleons soldaten op de Britten geschoten. Of minstens geoefend om dat te doen.
— Het verhaal is gebaseerd op waargebeurde feiten.
De tunnel met onderaardse gang bestaat wel degelijk.
Nu is hij door struiken ingepalmd en niet meer te zien,
 maar tien jaar geleden kon ik hem nog fotograferen. —
De vijf trekken verder het fort in, dat zich in al zijn geheimzinnigheid voor hen ontvouwt. Veel indruk maakt een open haard waaraan officieren van Napoleon zich ongetwijfeld gewarmd hebben, op z’n Frans ohlala zeggend. Of in ’t Vlaams, want een tekst, boven de haard, op de muur luidt: Als koude dagen de paden vegen, met stramme zuchten van wind en regen, dan wordt mijn hart door leed omgeven, van zoeken naar de dageraad. De jongens zien er het bewijst in dat Napoleons officieren onze taal machtig waren. Zo’n ontdekking in de duinen is minstens tien geschiedenislessen waard, zegt een van hen; een andere zegt twintig.
Stro voor de stallen van Franse paarden. Peuken die Franse soldaten onachtzaam met hun laarzen uitgeduwd hebben, vlak voor ze naar het slagveld trekken om daar naar de dageraad te zoeken. En ook een generator die de jongens moeiteloos negeren omdat het niet in hun kraam past. Wat een ontdekking, wat een middag!
Dan haasten ze zich naar huis. Daar wacht hun het gewone pak slaag, omdat ze weer eens te laat aan tafel komen, daar wordt hun hart door leed omgeven, net als dat van die Franse officieren. Ohlala!
Flor Vandekerckhove

(°) Het verhaal werd in gang gestoken door de zin die Robert Coelus me opstuurde: Als koude dagen de paden vegen, met stramme zuchten van wind en regen, dan wordt mijn hart door leed omgeven, van zoeken naar de dageraad. Hij deed dat in het kader van een experiment dat ik enige tijd geleden aanvatte. Daarbij vroeg ik lezers of ze me een zin wilden geven. In ruil beloofde ik hun aan verhaal. Meer erover staat hier.



zondag 3 november 2019

Ik ontmoet nog even Louis Van Cleven (in memoriam)


Voor me ligt een klasfoto uit de tijd dat ik in Bredene school loop. 1959. Over elk van die jongens valt wel een verhaal te vertellen, dat weet ik zeker, en dat geldt ook voor wijlen Louis Van Cleven. In welk jaar is die ook alweer overleden? Omdat ik enig veldwerk niet schuw, ga ik zijn graf opzoeken. Ik ben even uit het oog verloren dat het vandaag, zaterdag, Allerzielen is. Volk volk volk.

Louis ligt begraven op het oude kerkhof van Bredene Dorp, tegen de achtergevel van de dorpskerk. Dat weet ik, ik heb de grafsteen daar nog gezien, maar 't is wel lang geleden. Vandaag kan ik alleen constateren dat het graf er niet meer is. Waardoor ik nu op Louis’ overlijden geen datum kan kleven. Ergens halverwege de jaren zestig, denk ik. Ik verlaat het kerkhof en vervolg mijn tocht naar de Colruyt.
Louis Van Cleven is een schoolmakker, die we om evidente redenen de rosten noemen. ’t Is een aanduiding, zoals de langen, de kleinen, de witten en de dikken. We zitten in hetzelfde klaslokaal, waardoor ik mag veronderstellen dat hij, net als ik, van 1949 is. Of een jaar ouder: 1948.
Op die vreselijke dag gaan we voetballen. Een groot voetballer ben ik nooit geweest en mijn plaats in het elftal is onzeker. In extremis word ik aan de ploeg toegevoegd. Het had evengoed Louis kunnen zijn, denk ik, veel slechter dan ik kan hij in dat spel niet geweest zijn. In plaats van de ploeg te vergezellen — ongetwijfeld naar een gewisse nederlaag, ik herinner me geen overwinningen — gaat Louis fietsen. Hij komt ongelukkig ten val en overlijdt.
Stel dat men niet mij, maar Louis voor die match geselecteerd had, dan was hij nu wellicht nog in leven. Tegelijk is de kans verwaarloosbaar klein dat ik op die dag aan mijn einde zou komen. We zouden vandaag allebei boodschappen doen en elkaar toeknikken terwijl we ons lijstje in de Colruyt afwerken. 
Een mens zou daar beter niet aan denken terwijl hij met zijn kar in die winkel rondrijdt. Er staat fruit op mijn lijstje, ik duw mijn winkelkar de koelruimte binnen. Is ’t door de kou dat er een rilling over mijn rug trekt?

Flor Vandekerckhove



vrijdag 1 november 2019

In memoriam Joost Vandommele

— Joost Vandommele, ° St.-Niklaas 28.05.1956 — † Ledeberg 28.10.2019.
Ik maak de foto in Ons Huis, op de achtergrond: zijn geliefde Gent.—
Wanneer ik Joost Vandommele in de jaren zeventig leer kennen is hij actief in de Werkgroep Arbeid, een groep van linkse flaminganten, die mee vorm geeft aan de Beweging voor de Progressieve Frontvorming. Daardoor komt het dat je in die tijd op linkse betogingen al eens een rode vaan ziet wapperen met in de bovenhoek een geborduurd Vlaams Leeuwtje. Joost wordt een makker.
Later worden we beiden forenzen. Voor hem gaat de rit naar de personeelsadministratie van de spoorwegen. Op de trein vertelt hij me dat zijn gratis treinbiljetten hem goed van pas komen om in Ierland linkse republikeinen op te zoeken; ik wil maar zeggen …
Joost is een stamboomflamingant, kleinzoon van schrijver-dichter René De Clerq, grootvader waarop hij bijzonder trots is. In een van zijn laatste mails wijst hij me erop dat die grootvader Jet Holst vrij goed gekend heeft.
Het laatst ontmoet ik Joost Vandommele tijdens de voorstelling van zijn boek over Gent (°), want hij is niet alleen flamingant, syndicalist, links en ambtenaar, hij is ook stadsgids. (°) Over die merkwaardige bijeenkomst heb ik hier een stukje gepost. Omdat er in dat boek ook een hoofdstuk over West-Vlaamse opstandelingen staat, overwegen we samen iets rond het beeldje van de Bredense boerenleider Zeger Janszoone te doen. De ziekte van Joost beslist er anders over.
Frans Vanheddeghem, een makker van evenveel jaren, zoekt Joost eind september nog op: We hadden een aangenaam gesprek over onze beider interesses: zijn boek, de sociaaldemocratie, Vlaamse Beweging en socialisme, WO I en het Vlaams activisme, Edward Anseele en het Gentse socialisme, Hendrik De Man, de RAL, de huidige PVDA, het kapitalisme dat uit alles winst wil halen…’ Vanheddeghem meldt ook dat Joost, samen met dr. prof. Jan De Maeseneer, nog een tekst over het wijkgezondheidscentrum Ledeberg heeft klaargemaakt. Waaruit blijkt dat Vandommele zijn engagement tot het einde toe volhoudt. Chapeau!
De afscheidsplechtigheid gaat door op zaterdag 9 november om 14 uur, in de aula van het crematorium van Lochristi. Ik kan niet nalaten een passage uit de doodsbrief te citeren: ‘Joost was een heel speciale man. Zijn uitdrukkelijke wens was dat na zijn uitvaartdienst iedereen met elkaar zou kunnen spreken. Dus iedereen is uitgenodigd voor een drankje en een hapje.’ Ja, zo hebben we hem gekend: als iemand die mensen bij elkaar brengt.
Flor Vandekerckhove


(°) Joost Vandommele. Gent een bakermat van democratie  en socialisme. 2017.

donderdag 31 oktober 2019

De honden en ik

Telkens ik uit Vabre terugkom, mijn geliefkoosde Franse dorp, breng ik een stapeltje nieuwe verhalen mee. Dat is nu niet anders. Ik heb al iets gepubliceerd over een Vreemd feest in de Languedoc; over een helse rit door de bossen; over een meisje in Toulouse; over een uitkijkpunt dat zich niet gemakkelijk laat zien en ik heb het ook al gehad over de veranderingen in het dorp. [Wie op de rode woorden klikt wordt naar het betreffende stukje geleid.] Ik moet er nog eentje aan toevoegen, iets wat mij overkomt terwijl mijn vriendin daar paard gaat rijden.


Tania is maar net op tijd, ze stapt meteen in de bestelwagen die haar naar de paarden brengt. In de laadbak liggen zadels en andere paardendingen. Tegen de tijd dat ik besef dat ik geen autosleutels op zak heb is de bestelwagen al in de bossen verdwenen. Ik blijf achter, bij de honden die hun wantrouwen niet verhelen, een wantrouwen dat wederzijds is. Nog een geluk dat de autodeuren niet op slot zijn. We komen overeen, de honden en ik: zij houden zich buiten de auto op en ik erin. Al wat ik verder kan doen is wachten tot Tania van de paardenrit terugkeert, wat enkele uren kan duren. De honden houden nauwkeurig mijn bewegingen in ’t oog, die miniem zijn: al wat ik doe is een stukje schrijven over mezelf die in de auto een stukje over die honden schrijft. En dit is wat ik daar over honden & mensen leer. Als een mens lang genoeg in een auto zit en daar niets anders doet dan schrijven, en als de honden dat lang genoeg aanschouwen, dan valt het wederzijdse wantrouwen weg. De mens kan dan gewoon uit de auto stappen om buiten een plasje te maken, de honden kijken daar nauwelijks van op. De lezer mag van mening zijn dat zoiets nauwelijks ’t schrijven waard is, maar de lezer zit daar niet twee drie uur lang in een auto te wachten en ik wel.

Flor Vandekerckhove


dinsdag 29 oktober 2019

Moh how zeg

Op weg naar De Laatste Vuurtoren loop ik, in de duinbossen van De Haan, meneer Delanghe tegen het lijf. Ik vraag: ‘Waarom zijt gij verkleed als Parsifal?’ Hij antwoordt: ‘Omdat ik mij naar Camelot begeef.’ Dat vind ik straffe tubak. Helaas heb ik geen tijd om dieper op die onzin in te gaan, ik moet mij haasten om De Laatste Vuurtorenlamp aan te knippen. Ik vervolg mijn levenspad en meneer Delanghe doet hetzelfde, maar dan met het zijne. Terwijl hij in de nevelen van Avalon oplost, hoor ik hem nog roepen: ‘Waar & wanneer is het eerstvolgende optreden van Avondgenoegen?’ Met mijn handen vorm ik een trechter rond mijn mond en roep doorheen het lover: ‘Ik zal het hieronder zetten.’

Flor Vandekerckhove



O.S.C. Avondgenoegen treedt dit jaar nog op in — OOSTENDE STAD, House Gallery, Mijnplein, 17 november om 15 uur — WENDUINE, Persepit (in de duinen), 24 november, 14 uur — OOSTENDE STAD, De Grote Ruutten, 1 december, van 18 tot 21 uur … Mocht je een idee willen hebben van wat dat geeft, luister dan eens naar Drie variaties op een vernissage: klik hier !

zondag 27 oktober 2019

Intussen op de Oosteroever in Oostende


Oostende Oosteroever — Wellicht ken ik het gebouw beter dan degenen die er nu de lakens uitdelen, in elk geval ken ik het al langer. Toen ik het voor het eerst betrad was daar een magazijn voor scheepsbenodigdheden, boven waren er kantoren en ook die waren met de visserij verbonden: SCAP (wellicht Société Coöperative d’Armateurs de Pêche) en Hulp in Nood (coöperatieve verzekeringsmij.). Later vestigen North Sea Bunkers en de flamboyante Vlaamse Vissersbond zich in het pand… Ja, het torst een geschiedenis. Met de teloorgang van de visserij kwam het leeg te staan, de alom toeslaande gentrificatie nam de Oosteroever over.
Inmiddels heeft de O.666 haar tenten in het gebouw opgeslagen. Wie daar meer over wil weten moet hier maar eens kijken; zelf ben ik gecharmeerd door de naam die met de beginletter O. naar de Oostendse vissersvaartuigen verwijst. Nog meer ben ik gecharmeerd door 666, getal van het beest, ge moet maar durven, zeer rock 'n roll.
Beneden kun je in die O.666 een glas consumeren. Wat je daar ook kunt doen is genieten van opvoeringen en concerten. Zoals onlangs nog van Ostend Social Club Avondgenoegen, het duo waarin u onder het nummer 2 De Laatste Pianoman en ondergetekende herkent. Het publiek was daar zeer over te spreken en zelf waren wij dan weer zeer te spreken over het warme onthaal dat zaalmanager Anke (onder nummer 3) voor ons in petto had.
Ik wil iets langer stilstaan bij de foto onder 4. Jean-Paul Chemin toont ons een boekje. (°)

—  Illustratie uit Une bonne heure
de bonheur (Jean-Paul Chemin). —
Dat bevat twee CD’s, waarop hijzoals alleen Franstaligen dat kunnen, en geruggensteund door Les Pierrots Lunaires, eigen en andermans teksten zingt. In de O.666 is bovendien grafisch werk van Jean-Paul te zien: ontwerpen van leuk vormgegeven boekjes — echte hebbedingetjes — waarin hij een kunstenaar belicht, bijvoorbeeld Paul Delvaux. (°°)
Mijn ontmoeting in O.666 met deze Franssprekende medemens laat me als bij toverslag begrijpen dat er een interessante kruisbestuiging plaats kan grijpen tussen enerzijds ons, noorderlingen, waarvan velen zich danig geërgerd hebben aan — zelfs verzet gepleegd hebben tegen — de spectaculaire ontwikkelingen op de Oosteroever, en anderzijds de zuiderlingen die juist door die ontwikkelingen aangetrokken worden. ‘t Is trouwens niet voor het eerst dat zoiets in Oostende zou gebeuren, het maakt zelfs deel uit van het DNA van die stad: er is Henri Vandeputte geweest die zelfs Hugo Claus beïnvloed heeft, Matthieu Corman is evenmin een ‘gebraakt & gescheten Oostendenaar’. Over Henri Storck, Felix Labisse en Henry van Vyve heb ik het hier gehad. En zelf zal ik nooit vergeten dat de francofone Yvon Kermarrec me destijds bij mijn eerste literaire stappen begeleid heeft. Wel dan!
Flor Vandekerckhove

(°) Jean-Paul Chemin. Une bonne heure de bonheur. Meer erover staat hier.
(°°) Jean-Paul Chemin. Paul Delvaux – Waar zijn penseel  stierf op het doek. Vertaald door Debbie Cosijns.

O.S.C. Avondgenoegen treedt dit jaar nog op in OOSTENDE STAD, House Gallery, Mijnplein, 17 november om 15 uur — WENDUINE, Persepit (in de duinen), 24 november, 14 uur — OOSTENDE STAD, De Grote Ruutten, 1 december, 19 tot 21 uur … Mocht je een idee willen hebben van wat dat geeft, luister dan eens naar Drie variaties op een vernissage: klik hier !

vrijdag 25 oktober 2019

‘’t Is niet omdat je een linkse meubelmaker bent, dat je linkse kasten moet maken.’


Jonge folksingers in New York. Van links naar rechts: Suze Rotoloe, onbekend (zie verder), Bob Dylan en Dave Van Ronk. Zowel Suze, Bob als Dave worden in de gaten gehouden door de FBI. Suze is een jonge communiste, Dave een trotskist en Bob Dylan is hun maat, redenen genoeg om verklikkers in te zetten die over hun reilen en zeilen rapporteren. Wie er meer over wil weten: ‘Newly Unearthed FBI File Exposes Targeting of Folk Singer Dave Van Ronk’ staat hier. Hoe de FBI Bob Dylan en Suze Rotoloe in ’t oog hield wordt beschreven in ‘FBI Tracking of Bob Dylan and Suze Rotolo Foreshadowed Future Abuses’ en dat staat daar.
Frans van den Muijsenberg stuurde me een interessante correctie: ‘De foto is een uitsnede, op het totale beeld staat links nog een vijfde persoon: de zangeres Karen Dalton. Bij de vrouw rechts wordt meestal vermeld: 'woman’. Nu is van Dylans leven ongeveer elke minuut geregistreerd, dus leek het me onmogelijk dat het personage onbekend gebleven is, en zie, het is Dylan's eerste manager, Thori Thal, die vijf jaar geleden als 75-jarige nog steeds actief was in de business.’

‘Politiek en muziek overlappen elkaar op veel manieren, en dat werd niet steeds begrepen door mensen die over de geschiedenis van de folkscene geschreven hebben. Sommige auteurs hebben bijvoorbeeld geconcludeerd dat degenen onder ons die ervoor kozen om geen politieke liedjes te zingen dit deden omdat we apolitiek waren. Het is waar dat deze keuze in sommige gevallen een reactie was op de vorige generatie en hun politieke voorkeuren, maar voor velen van ons was het een puur esthetische beslissing. Zelf was ik altijd bereid om naar een meeting, demonstratie of benefiet voor dit of dat te gaan, en daar mijn liedjes te zingen, maar ik heb heel weinig politiek materiaal gedaan. Het paste niet bij mijn stijl en ik heb nooit het gevoel gehad dat ik het overtuigend deed. Ik had gewoon niet dat soort stem of dat soort présence. Bovendien: hoewel ik een zanger ben en stevige politieke opvattingen heb, voelde ik aan dat mijn politiek niet relevanter voor mijn muziek was dan ze dat zou zijn voor het werk van een andere vakman. ’t Is niet omdat je een meubelmaker bent en links, dat je linkse kasten moet maken.’
Dit lange citaat komt uit de memoires van de Amerikaanse folksinger Dave Van Ronk (1936-2002). (°) Voor een oude trotskist als ik zijn het woorden om verliefd op te worden, ik herken de stem van een geestesgenoot. De woorden doen me ook aan ietwat verwante meningen denken, bijvoorbeeld deze van George Orwell, over wie ik eerder De onwelkome partizaan gepost heb, en aan de merkwaardige kronkels van de filosoof Georg Lukács waarover ik me hier verwonder. Het citaat raakt aan de discussies over de vermeende afvalligheid van Bob Dylan, wanneer hij de folkscene schoffeert. Het voert me bovendien terug naar het stichtingscongres van de Bond van Sovjetschrijvers, in 1934, waar Joeri Oljesja zijn collega’s uitlegt waarom het opgedrongen socialistisch realisme voor hem niet deugt: ‘Dit was niet mijn thema. Ik had naar een bouwproject kunnen gaan, in een fabriek onder arbeiders gaan wonen, ze in een schets hebben beschreven, zelfs in een roman, maar dit was niet mijn thema, het zat niet in mijn bloedbaan, dat was geen deel van mijn ademende zelf. Ik zou hebben gelogen, verzonnen; het zou mij gemankeerd hebben aan wat inspiratie wordt genoemd.
Het citaat van een Amerikaanse folksinger en dat van de Russische schrijver passen in een thema dat me danig interesseert; als je in de rechterkolom het label ‘geëngageerd schrijven’ aanklikt, vind je 85 stukjes over het onderwerp. De rus en de Amerikaan zijn het over dat onderwerp eens: je moet een kunstenaar vooral zijn eigen gang laten gaan. Dave Van Ronk zegt het wel mooier: ‘’t Is niet omdat je een meubelmaker bent en links, dat je linkse kasten moet maken.’
Flor Vandekerckhove


(°) Dave Van Ronk: The Mayor of MacDougal Street. Da Capo, 2005. Het boek werd na het overlijden van Dave afgewerkt door Elijah Wald. De Coen Brothers gebruikten deze memoires als hun voornaamste inspiratiebron bij het maken van de film Inside Liewyn Davis (2013). Iets wat de cover van het boek dan ook trots vermeldt.



O.S.C. Avondgenoegen treedt dit jaar nog op in OOSTENDE OOSTEROEVER, O.666, vrijdag 25 oktober, 19 uur — OOSTENDE STAD, House Gallery, Mijnplein, 17 november, om 15 uur — WENDUINE, Persepit (in de duinen), 24 november, 14 uur — OOSTENDE STAD, De Grote Ruutten, 1 december, 18-21 uur … Mocht je een idee willen hebben van wat dat geeft, luister dan eens naar Drie variaties op een vernissage: klik hier !