woensdag 27 december 2017

Oud en nieuw

— De Hendrik Baelskaai in Oostende. Een beeld dat bol staat van de symboliek. —


In 1957 werd in Oostende, op de werf van August Loy, een houten vissersschip gebouwd. Het kreeg bij de tewaterlating het nummer O.225 toegewezen en werd Siol gedoopt. Nadien veranderde het enige keren van eigenaar en van naam, tot het in 2005 uit de vaart genomen werd. Dat gebeurde niet te vroeg, want de O.225 was toen het oudste vaartuig van de Vlaamse vissersvloot.
Uitgerangeerd kwam het vervolgens in handen van gewezen visser Gerrit – Ricky — Lycke uit Zeebrugge, die het van de sloop redde. Hij verkocht het aan de bezielde Michel Beulens die met enkele geestesgenoten een stukje varend erfgoed van wilde maken. In december 2006 zei Beulens daar in Het Visserijblad over: ‘De O.225 is nog in zeer goede staat. Onder de waterlijn mankeert er niets. Aan het droge gedeelte zijn alleen wat planken aan vervanging toe en hier en daar is er een lek in de dekvloer.’ Hoe het met ‘s mans mooie intenties vergaan is weet ik niet, maar misschien past hier wel het vers van Willem Elsschot: tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren.
Wat er ook van zij, uiteindelijk kwam het scheepje in handen van de Oostendse reder Willy Versluys die het aldaar in ’t Vuurtorendok liet liggen tot het… zonk. Waarna het op de kaai gezet werd. Tot halverwege december lag het daar hoog en droog te wachten op wat komen zou. Ik fotografeerde het in oktober.
Het scheepje en de nieuwe omgeving waarin het terechtgekomen was leverden een indrukwekkend beeld op, vol symboliek: uitgedoofd kapitaal tegenover nieuw rendement, traditie versus nieuwlichterij, verleden tegenover toekomst, klein tegenover groot, hout versus beton, onmacht tegenover macht, poëzie tegenover zakelijkheid, beweeglijkheid versus vastgoed, nostalgie tegenover perspectief…
Halverwege december werd het schip van die kaai weggehaald omdat het er in de weg stond. Ook die daad staat bol van symboliek. De Hendrik Baelskaai is immers de plek waar de Oostendse visserij tot halverwege de XXste eeuw kon groeien & bloeien. Waarna het verval intrad, eerst weifelend, daarna in sneltreinvaart. Uiteindelijk, zo zegt de symboliek, kwam het zover dat een vissersschip daar in de weg stond.
Het scheepje staat nu op een plek waar het, samen met de slipway, een toeristische blikvanger kan worden. Als dat opzet slaagt dan wordt daarmee een relatief nieuw gat in de markt gedicht, met name dat van het industrieel erfgoedtoerisme dat volgens sommigen de plaats van de religieuze bedevaarten inneemt.
In The tourist gaze, een indrukwekkend standaardwerk over toerisme, 300 pagina’s dik, dat je hier gratis kunt downloaden, heeft de auteur het over dergelijke sites in Groot-Brittannië. Daar gaan massa’s mensen de plekken bekijken die hen herinneren aan de tijd dat ze nog werk hadden. Volgens de auteur heeft het kapitaal daarmee een middel gevonden ‘om het verleden tot koopwaar te transformeren’.
Of het aan de Oostendse Slipwaykaai zo’n vaart zal lopen is weinig waarschijnlijk, maar de visserij is er, zo leert een blik op de site, wel rijp voor. Misschien kunt u alvast een wervende slogan suggereren.

Flor Vandekerckhove
— Een confronterende fotomontage. Links: de inmiddels afgebroken redactielokalen van Het Visserijblad op de Oostendse Baelskaai.
Rechts: het flatgebouw dat op die plek zal verrijzen. —

Een reactie posten