zaterdag 31 december 2016

Waar je vis in ’t zwart kunt kopen

Maar weinig lezers van De Laatste Vuurtorenwachter weten dat ik nóg een blog heb. Die heet Het Voorlaatste Visserijblad. Enkele dagen geleden heb ik daar een tekst gepost die nogal wat ophef teweegbrengt.
Een journalist vraagt me of de kwestie met de verkoop van vis in ’t zwart te maken heeft. Vis in ’t zwart? Ooit heb ik daar onderzoek naar gedaan.
Omdat ik daar toevallig moest zijn startte dat onderzoek in de vismijn van Nieuwpoort. Daar legde men me uit dat het wel meeviel met het vermeende zwarte circuit, maar, zo zei men, in Oostende was dat toch wel anders.
Dus trok ik ’s anderendaags naar de vismijndirecteur en vroeg hem hoe het in Oostende zat. Hij zei me dat het vroeger inderdaad wel vaak gebeurde, maar dat het nu voltooid verleden tijd was. In Zeebrugge daarentegen…
In die tijd spraken de bazen van die Zeebrugse Visveiling nog met me en onder het nuttigen van een koffie weerlegden ze de Oostendse bewering. Er bestond wel degelijk een zwart circuit, zo heette het daar, maar dat bevond zich in Breskens.
Breskens ligt niet zover in Nederland en ik reed er dezelfde dag nog heen. Maar ze wisten er van toeten noch blazen en ze raadden me aan om eens in Vlissingen te informeren.
Daar had ik die dag geen tijd meer voor, maar ik nam me voor de zaak uit te spitten. Ik trok er een week voor uit, vulde een plastic zak met vers ondergoed en startte mijn Lada, want in die tijd bestond dat automerk nog.
In Vlissingen bleek geen zwart circuit te bestaan dat die naam waardig was. Maar ik kreeg er wel een tip: Scheveningen.
Aan het strand van Scheveningen hoorde men het in Keulen donderden. Zwart circuit? Den Oever zal je bedoelen. En in Den Oever wees men in de richting van Colijnsplaat. Die lieten me terugkeren naar IJmuiden, waar het, volgens de vissers van Colijnsplaat toch, echt de pan uitswingde.
Ik kende de directeur van die veiling persoonlijk. Een toffe kerel, die me in vertrouwen nam en zei dat ik mijn licht moest opsteken bij zijn grote concurrent, de vismijn van Urk.
In Urk haalde men er de bijbel bij. Neen, ze ontkenden niet dat er zo’n circuit  bestond, want dat zou gelogen zijn, maar ik zocht het wel op de verkeerde plaats. Waar moest ik dan zoeken, vroeg ik hen. Het antwoord staat voor altijd in mijn geheugen gegrift. Ze zegden: ‘Heb je ’t al in Nieuwpoort geprobeerd?'

Flor Vandekerckhove

donderdag 29 december 2016

Open Nieuwjaarsbrief aan de politiek

— Palermo, meer dan 700.000 inwoners, een haven, een universiteit, een burgemeester. —

Liefste politica, beste politicus,
Kent u Palermo? Wellicht wel, want u kent haast alles. Palermo is een Italiaanse stad met meer dan 700.000 inwoners. Meer dan Antwerpen! U weet dat de stad een haven heeft en een universiteit. Het is niet bepaald het hol van pluto, daarover zijn we het met elkaar eens.
Palermo ligt in Sicilië. Er komen veel vluchtelingen aan, veel meer dan in Antwerpen, Brussel en de Vlaanderens samen. Als het over vluchtelingen gaat dan hebben ze in Palermo recht van spreken.
De burgemeester van Palermo heet Leoluca Orlando. Een tafelspringer kun je die mens niet noemen, een gauchist evenmin. Hij is 69 en hij is christendemocraat, een kaloot. Ik heb zojuist een interview met de man gelezen. Ik wil enkele citaten met u delen. Omdat ik weet dat u het druk hebt, en weinig tijd overhoudt om te lezen, heb ik een en ander in vetjes gezet.

° ‘Het Europese migratiebeleid is misdadig, dom, onmenselijk en faciliteert criminele activiteiten zoals illegale arbeid en uitbuiting.’
° ‘Wat ik hoor van migranten die hier aankomen, is vergelijkbaar met de keuze tussen leven en dood die mensen in Auschwitz moesten maken. Die verhalen veranderden mijn leven. Zoals dat van een 14-jarig meisje uit Congo dat bij het omslaan van de boot moest kiezen tussen haar eigen leven of dat van haar moeder. Europa maakt zich schuldig aan misdaden tegen de mensheid. Op een dag komt er een Neurenberg, een nieuw historisch proces waarbij politici hiervoor zullen worden veroordeeld.’
° ‘Dat begint al bij het hypocriete onderscheid tussen vluchtelingen en economische migranten. Wij zeggen: als je je leven riskeert om voor de oorlog te vluchten zal ik je helpen, maar als je vlucht voor armoede, onderdrukking en onrecht zoek je het maar uit. Ik ben volkomen tegen dit hypocriete onderscheid en het blijkt ook een leugen. De mensen die zogenaamd recht hebben op asiel in Europa, zijn helemaal niet welkom. Ze kunnen niet zomaar op een vliegtuig stappen naar een veilige Europese stad. Nee, ze moeten vaak honderden kilometers te voet vluchten over land, al hun spullen verkopen om smokkelaars te betalen om de woestijn en de zee over te steken.’
° ‘Europa is stervende. De mensen zijn er oud. We hebben migranten nodig; 1 miljoen, 3 miljoen, 5-, 10- en zelfs 30 miljoen. Europa kan het gemakkelijk aan. Laat migranten op het platteland wonen, groente en fruit produceren. Niemand wil nog in de landbouw werken, jongeren wonen in de stad. Er zijn zoveel plekken in Europa waar mensen niets doen, waar huizen en winkels leegstaan, waar niets meer gebeurt. Gebruik die panden, knap ze op alstublieft en revitaliseer die gebieden.’

Hoezo Wir haben es nicht gewusst ?
Voor de rest wens ik u en de uwen een hoogstaand 2017 toe.

Flor Vandekerckhove



woensdag 28 december 2016

Fait divers

Hij had de indruk dat hij haar al eerder gezien had, maar meer dan een indruk was dat niet. Ze had een fototoestel bij zich. Ze drukte af. De flits verblindde hem. Hij hoorde een mannenstem. Hij haalt het, zei de stem.
Hij probeerde iets te zeggen, maar het lukte hem niet. Hij probeert iets te zeggen, zei de vrouw.
Hij kon nu niets meer zien, maar andere zintuigen vertelden hem wat er aan de hand was. Hij hoorde rokken ritselen en hij voelde lucht die zich verplaatste wanneer de ritselende rokken hem passeerden. Hij rook ontsmettingsmiddelen. Hij was in goede handen.
Het duister week. Weer zag hij die vrouw, eerst vaag, daarna iets beter. Hij had de indruk dat hij haar kende, maar meer dan een indruk was dat niet. Onder het verband, dat rond zijn hoofd gewikkeld zat, voelde hij zijn bloed kolken. Hij keek om zich heen en zag dat hij in een grote ziekenhuiszaal lag met wel vijftig bedden. Hij hoorde mensen kermen.
De dokter zegde hem dat hij het zou halen en de verpleegsters droegen ritselende rokken. Voor hem stond een fotografe. Hij had de indruk dat hij haar al eerder gezien had, maar meer dan een indruk was dat niet. Ze stelde het toestel af en nam een foto. Hij vroeg zich af hoelang hij daar al lag en wie de rekening zou betalen.
’s Anderendaags stond de foto in de krant. Het onderschrift vermeldde dat de journalist naar een plaatselijk hospitaal overgebracht was, waar hij dezelfde dag nog overleed, wat het aantal dodelijke slachtoffers op 324 bracht.

Flor Vandekerckhove

dinsdag 27 december 2016

De vuist en het kruis


Kerstmis combineert twee zaken waar ik forse bedenkingen bij heb. Enerzijds is het een periode van ongebreidelde consumptie, vooral van prullaria, en anderzijds herdenkt die dag de komst van een redder, een messias, een sterke man die van boven gedropt wordt om de problemen op te lossen.
Dat betekent uiteraard niet dat de kerstboodschap geen waardevolle facetten bevat en dat velen erdoor geïnspireerd worden. Talrijk zijn de christelijk geïnspireerde individuen en stromingen die de linkerzijde versterkt hebben.
Tijdens ons miltante bestaan hebben we veel tijd doorgebracht in de volkshogescholen van Elcker-Ik, die veelal geanimeerd werden door priesters (Flor Fischer in Anwerpen, Jan Rombouts in Gent…). Daar leerden we ook de beweging Christenen voor het socialisme kennen. Stakingsposten werden mee bemand door priester-arbeiders, zoals de vervaarlijke Frans Wuytack.
Het betrof christenen die deel uitmaakten van indrukwekkende linkse stromingen, zoals deze van de Bevrijdingstheologie en die soms in lange tradities wortelden, zoals dat het geval is voor de Catholic Worker Movement. Ze hadden beroemde voorgangers, zoals Thomas J. Hagerty die een belangrijke rol speelde in de vorming van de beruchte Amerikaans vakbond Industrial Workers of the World of, nog verder terug in de tijd, de opstandige protestantse theoloog Thomas Müntzer. En uiteindelijk bouwden ze allemaal op de basis die de Joodse rebel Jezus de Nazarener zoveel eeuwen eerder gelegd had.
De kerk vond het allemaal maar niets. In 1949 vaardigde paus Pius XII een decreet uit dat katholieken verbood om geschriften van communisten te lezen! (Dat decreet staat hier in ’t Latijn en in ’t Engels.) 
Wanneer de Bevrijdingstheologie, enkele decennia later, mede door toedoen van aartsbisschop Oscar Romero erg prominent in beeld komt, vindt het Vaticaan het nodig om te benadrukken dat de verschijnsel niet met de kerkleer strookt. Chapeau voor de katholieken die zich al die banbliksems niet aangetrokken hebben, en nog steeds niet aantrekken. 
Ik surf over het internet op zoek naar christenen die de muren slechten en stoot op Andrew Collier (1944-2014), die Christianity and Marxism geschreven heeft, waaruit ik, via de toverknop van Google Boeken, een mooi citaat zoek om dit stukje af te sluiten. Collier wijst op het gevaar van verburgerlijking dat zowel christendom als marxisme bedreigt. De noodzaak om deze ‘bourgeoistification’ tegen te gaan ‘moet christenen naar betrokkenheid leiden bij politieke arbeidersbewegingen waar ze ook bestaan. Omdat hun zaak gerechtvaardigd is, maar ook omdat deze inzet het gezonde effect heeft dat ze de zelfvoldane vooringenomenheid van de bourgeoisie ten aanzien van de werkelijkheid van het arbeidersbestaan verbrijzelt.’

Flor Vandekerckhove  
Over Frans Wuytack


maandag 26 december 2016

De vergankelijkheid van Ernest Mandel

 — Links: Ernest Mandel ontmoet de Peruviaanse boerenleider Hugo Blanco (rechts), net als Mandel lid van de Vierde Internationale. 
Midden: een Spaanse uitgave over het debat tussen Che, Mandel en Bettelheim. 
Rechts: Mandel spreekt op een vergadering van de Vierde Internationale. —   

In 1964 nodigt Che Guevara Ernest Mandel uit om in Cuba deel te nemen aan een debat over de economische organisatie van de Cubaanse revolutie. De Vlaamse econoom houdt er lezingen en spreekt vier uur met Che. Mandel en Guevara werken een antwoord uit op de kritieken van de Franse econoom Charles Bettelheim. Dat debat is overigens niet zo lang geleden nog in ’t Engels uitgegeven als The Great Debate on Political Economy.
U begrijpt dat bovenstaande paragraaf een belangrijke gebeurtenis ter linkerzijde beschrijft en dat de vermelde personen geen lichtgewichten zijn. En toch… 
Ernesto — Che — Guevara (1928-1967) herinnert u zich wel, maar er is weinig kans dat het ook voor de twee anderen geldt. Charles Bettelheim (1913-2006)? Ernest Mandel (1923-1995)?
Voor wat laatstgenoemde betreft vraagt Vincent Scheltiens zich af hoe het komt dat Mandel ‘geen deel uitmaakt van de maîtres à penser van de contestatiebewegingen die de afgelopen jaren straten en pleinen deden vollopen om tegen het neoliberale soberheidsoffensief te protesteren.’ (*)
Om te begrijpen waarom Scheltiens zich die vraag stelt moeten we een stap terug in de tijd zetten. Zowel Scheltiens als ik hebben een deel van ons leven doorgebracht op het hoofdkwartier van de Socialistische Arbeiderspartij (SAP), een kleine trotskistische organisatie die deel uitmaakt van de Vierde Internationale.
Lang voor de SAP (en voorheen de Revolutionaire Arbeidersliga, RAL) bestond behoorde Ernest Mandel al tot de leiding van die Internationale. Omdat hij ouder was dan wij, en vooral geleerder, keken we naar hem op. Ja, hij was wat wereldvreemd en ja, zijn overdreven optimisme was legendarisch, maar we waren toch trots dat hij een der onzen was.
De invloed van Ernest Mandel bleef niet tot die kleine Internationale beperkt, anders had Che hem nooit voor dat debat uitgenodigd. Mandels werken verschenen in vele talen: ‘Naar verluidt was hij na Hergé (Kuifje) en Simenon (Maigret) de meest gelezen Belg ter wereld.’
Dat is nu voorbij. Is dat vreemd? Eigenlijk niet: ‘Vele van zijn geschriften en analyses werden geproduceerd in en bepaald door de bipolaire wereld van de Koude Oorlog. (…) Het ‘reëel bestaande socialisme’ behoefde in Mandels opvatting een ‘politieke revolutie’. Dat betekent dat de arbeidersklasse zich opnieuw moest meester maken van de politieke macht die de ‘stalinistische bureaucratie’ zich in naam van die arbeidersklasse onrechtmatig had toegeëigend.’ De basis van deze visie werd door Leon Trotski gelegd en Ernest Mandel mocht zich daar terecht de erfgenaam van noemen.
Wat ‘had moeten’ gebeuren is echter niet gebeurd. ‘Toen de massa’s achter het IJzeren Gordijn, vooreerst in Oost-Duitsland, dan toch in beweging kwamen, verkeek Mandel zich op de uitkomst. (…) Het ontwaken van de Vierde Internationale was hard, waarna de implosie van de Sovjet-Unie volgde die met de wederinvoering van een bandietenkapitalisme, (…) een heel andere wending nam.’
Een einde is altijd tragisch. Onderaan dit stuk plaats ik een markante foto. Hij dateert van 4 november 1989. Op de achtergrond zien we een betoging in Berlijn. Een miljoen mensen nemen eraan deel. Op de voorgrond zien we Ernest Mandel die zich naar die betoging haast. Alleen!
Is het dan allemaal waardeloos geweest? Heeft zijn — en ons — politieke engagement een puinhoop opgeleverd? Dit is wat Scheltiens me daarover schrijft: Er zit veel waardevols onder dat puin, dat moet gekoesterd en doorgegeven worden. In die zin maak ik ook helemaal geen negatieve balans (…) en tracht ik trouw te blijven aan dat engagement.’
Flor Vandekerckhove

—  Foto (collectie van Bruno Coppieters) uit Ernest Mandel, Rebel tussen droom en daad, de biografie die Jan Willem Stutje schreef. Uitg. Houtekiet/Amsab, 2007. —
(*) Vincent Scheltiens Ortigosa in Ernest Mandel en de moeilijke strijd tegen de  vergankelijkheid in Vlaams Marxistisch Tijdschrift, winternummer 2016, jg 50/4. Het artikel verscheen eerder in Aktief, het ledenblad van het Masereelfonds, jaargang 2016, nr 5.



zaterdag 24 december 2016

Villa Marie-Louise


In Bredene sta ik halverwege de Hendrik Consciencelaan, vlak naast het schooltje dat zich links van me bevindt. Vanaf het midden van de straat kijk ik uit op de Prinses Marie-Josélaan. Ik druk af.
Op krek dezelfde plek heeft meer dan honderd jaar geleden een andere fotograaf gestaan. Hij heeft daar de villa Marie-Louise vereeuwigd, alsmede de onmiddellijke omgeving.  
Die villa bestaat niet meer, maar ik herinner me hem wel nog als de pastorie van Bredene Duinen. Later wordt er een kinderdagverblijf in ondergebracht. Nu staat er een flatgebouw.
Het huis is weg, maar ook de omgeving heeft een verbazende verandering ondergaan. Rond de villa Marie-Louise zien we de kleutertijd van de wijk. Wat opvalt is de grote leegte; veel ruimte, je hoort de stilte.
Hoe anders is het daar nu. Ik zie buurhuizen, muurtjes, veel beton, houten en plastic paaltjes. Ik zie een verlichtingspaal, een verkeersbord, auto’s, een zebrapad… Veel tekens die voetgangers, fietsers en auto’s op het rechte pad moeten houden.
De vergelijking tussen de twee beelden maakt ons duidelijk dat we dicht op elkaar gaan leven zijn. Ik haal er enkele cijfers bij. Het oudste dateert van 1846. In dat jaar wonen in Bredene 2.509 mensen. Maar niet op de plaats waar ik de foto maak, want daar woont in 1846 niemand, dat is een gebied waar de natuur over de dingen heerst.
Die wijk wordt pas vanaf 1903 aangelegd. De straat waar ik sta heet in die tijd de Vandersmissenlaan, zo genoemd naar een beheerder van de S.A. Breedene die de wijk verkavelt. De villa Marie-Louise staat in de Marc Samdamlaan. Die Samdam is een nijveraar die in de straat meerdere villa’s heeft, ik weet niet of de Marie-Louise er een van is.
Hoe dan ook, vlak voor de projectontwikkelaars er aan ’t bouwen slaan, wonen er in Bredene nog maar 3.173 mensen. In 1910 zijn het er al 4.271. Wanneer ik in 1949 het moederhuis verlaat en de Bredenaars vervoeg zijn ze al met meer dan 7.000. In mijn kindertijd gaat dat getal vlot over de 8.000. Wanneer ik trouw laat ik hier meer dan 9.000 mensen achter. Nadat ik zo’n beetje overal gewoond heb keer ik naar Bredene terug. Het is er drukker dan destijds, voel ik meteen en ik heb gelijk, want in 2016 telt de gemeente 17.360 inwoners.
Van drieduizend naar bijna achttienduizend! Er zijn veel paaltjes, strepen en bordjes nodig om dat allemaal in goede banen te leiden. Marie-Louise zou nogal kijken mocht ze terugkomen.

Flor Vandekerckhove

donderdag 22 december 2016

De rondtrekkende arbeider van John Dos Passos

— John Dos Passos (1896-1970) —
Enkele weken geleden heb ik me hier toegang verschaft tot de volledige collectie van Partisan Review, een cultureel tijdschrift dat van 1934 tot 2003 in de Verenigde Staten uitgegeven wordt. Nu en dan schrijf ik er een stukje over.
In een eerste post heb ik het, hier, over het jongensclubje dat de redactie vormt en in een tweede over Mary Mc Carthy die in dat clubje haar mannetje moet staan; dat vind je daar.
Intussen ben ik in het januarinummer van 1938 beland. Daarin valt me The Migratory Worker op, De rondtrekkende arbeider, een kort verhaal van John Dos Passos, een van Amerika’s grote schrijvers.
Ook omdat ik eerder nog nooit iets van die John Dos Passos gelezen heb, buig ik me nu over diens kort verhaal, een staaltje van proletarische literatuur, genre dat vooral in de jaren dertig opgang maakt. Soms verwijst die term naar literatuur die door arbeiders geschreven wordt, soms naar verhalen over de arbeidersklasse. In beide gevallen is het literatuur die zich voor het socialisme of het communisme uitspreekt.
John Dos Passos komt uit een gehoed gezin, maar hij wordt als jongeman erg beïnvloed door het communisme. Eerst door de Moskougetrouwen, daarna door de trotskisten. Zoals we dat wel meer zien gebeuren, schuift hij, ouder wordend, naar rechts op. Maar in 1938, wanneer hij The Migratory Worker schrijft, zijn we zover nog niet.
In dat verhaal beschrijft John Dos Passos de belevenissen van Ike Hall, een ongeschoolde jongeman die door het land trekt op zoek naar werk. Hij bekwaamt zich in de elektriciteit, sluit aan bij de beruchte Industrial Workers of the World — de Wobblies —, een vakbond die het socialisme, de revolutie en het anarcho-syndicalisme genegen is. Hij ontmoet Jinny Connor die, ondanks weerwerk vanuit haar familie, zijn gezellin wordt. Ze moeten er wel voor naar Kansas City uitwijken. Daar keren de kansen en niet bepaald in de goeie richting. ’s Nachts slapen ze buiten.
Wanhopig als hij is kiest Ike uiteindelijk voor een werk in de olievelden van Oklahoma. Hij moet er wel zijn lidmaatschap van de vakbond voor opgeven en wordt zodoende iemand die de solidariteit ondergraaft, ‘a scab’, een onderkruiper: ‘Ike felt worse than he’d ever felt in his life, but what the hell could he do? Looked like it was scab money or no money.’

Flor Vandekerckhove

dinsdag 20 december 2016

Nodig een eenzame uit

Elk jaar een kerstverhaal. Ik handhaaf die traditie wanneer ik in 1988 Het Visserijblad overneem. Ook nadat ik met pensioen gegaan ben blijf ik de traditie trouw: jaarlijks een kerstverhaal, maar nu in de blog.
Dat dient ruim geïnterpreteerd te worden. Het kan een klassiek verhaal zijn, zoals Kerst op de Oostendse Oosteroever, een lied zoals Kerstmis kan de boom in of een gedicht zoals Kerst op Pasen. En wat het dit jaar wordt, weet ik nog niet.
Om inspiratie op te doen ga ik joggen, want het is zoals Peter Ampe het hier in ’t Engels zegt: The Mind Works Best At Running Speed. Tegen de tijd dat ik onder de douche sta hoop ik een idee te hebben, een aanzet, iets…
Ik woon op een boogscheut van een van ’s werelds mooiste natuurgebieden, de Noordzee. Daar loop ik regelmatig enkele kantjes van af, een tocht van acht, hooguit tien kilometer, altijd weer dezelfde weg.
Onderweg kom ik altijd weer dezelfde mensen tegen: de dikke man, de jonge vrouw met het hondje, de oude man met de rollator, de Brusselse buurman en zijn hondje…
Het zijn eenzaten zoals ik. De jonge vrouw en ik knikken elkaar toe, de rollatorman laat me stoppen voor een babbel, altijd dezelfde babbel. De dikke man kijkt me na al die jaren nog steeds niet aan; dat vind ik vreemd, net zoals ik het vreemd vind dat hij zo dik blijft zijn, je zou denken, van al dat wandelen…
Mijn Brusselse buurman is in de tachtig en zijn hondje is in hondenjaren nog ouder. Dat wil zeggen, wás ouder, want het is onlangs overleden. De Brusselse buurman blijft dezelfde wandeling maken, maar nu zonder hondje. Best zielig.
Kerst nadert en daarmee ook de dwingende gedachte Nodig Eens Een Eenzame Uit. Wie ook nadert is de jonge vrouw met het hondje. Ze knikt, ik knik. Ze is een eenzaat, maar ik zie er geen eenzame mens in. Eenzaat, eenzaam, da’s niet ’t zelfde. De rollatorman is dat misschien wel, eenzaam, maar ik weet dat hij een echtgenote heeft waaraan hij met zijn rollator probeert te ontsnappen. De dikke man, ja, dat is een eenzame eenzaat en de Brusselse buurman is dat ook, zo zonder zijn hondje.
Nodig Eens Een Eenzame Uit. Ik zou die twee kunnen uitnodigen. Ik zou een kalkoen kunnen kopen en een boomstronk in crème au beurre, dat zou die dikke wel lusten. Ik zou mijn venster kunnen versieren met lampions en aan de gevel zou ik zo’n kerstman kunnen hangen. Ik zou een kerstboom in huis kunnen halen. Ik zou er dan ook cadeautjes onder kunnen leggen, eentje voor de Brusselaar en eentje voor de dikke man, ik zou dit en ik zou dat… maar ik ga dat allemaal niet doen.
Heb ik overigens al gezegd dat veel van mijn kerstverhalen eigenlijk antikerstverhalen zijn?

Flor Vandekerckhove

zondag 18 december 2016

De Russen komen!


— Van links naar rechts: Hillary Clinton, Ann Soete, Donald Trump, Pol Van Den Driessche. De overeenkomsten zijn duidelijk. Mengen de Russen zich in de komende gemeenteraadsverkiezingen? — 
Op 16 december werpen 491 mensen een blik op De Laatste Vuurtorenwachter. Dat getal haalt de blog wel meer, vooral wanneer iemand met een druk bekeken Facebookpagina ernaar verwijst. De bezoekers van 16 december zijn er evenwel niet door te verklaren. Facebook blijkt die dag maar 23 keer de verkeersbron te zijn.
Wat is er dan wel gebeurd? Ik roep de statistieken op die me iets over de herkomst van het publiek leren.
Dat is vreemd! Onder de 491 bezoekers bevinden zich die dag maar 90 Belgen. Dat is maar een fractie van het aantal pageviews dat uit Rusland komt: 263! Dat gaat al heel de week zo. Eergisteren: 364. Deze morgen waren het er alweer 286. Wat zoeken al die Russen in mijn blog?
Ook in de krant is er veel te doen rond Russen op het internet. In Amerika zijn ze het erover eens, lees ik, dat die Russen zich via internetpraktijken in de presidentsverkiezingen gemengd hebben. (Alleen Trump ontkent.)
Ik zie dat ikzelf maar één stukje aan die Amerikaanse verkiezingen gewijd heb. Dat staat hier. Daarin valt te lezen dat ik aan een betoging tegen Trump deelneem, maar dat is, zo moeten ze in Rusland toch ook begrijpen, een geval van overmacht geweest.
Moet ik het elders zoeken? Bereiden de Russen nu al de Belgische gemeenteraadsverkiezingen van 2018 voor? Proberen ze via De Laatste Vuurtorenwachter hun geprefereerde kandidaten naar voren te schuiven?
Enkele pagina’s verder lees ik in die krant iets wat daar op wijst. In Brugge is er een afluisterschandaal ontstaan in de N-VA. De openingszin luidt: ‘Beschuldigingen van spionage en afluisterpraktijken vallen niet enkel Vladimir Poetin te beurt, maar ook Ann Soete (N-VA), de tegenkandidate van Pol Van Den Driessche voor het Brugse lijsttrekkerschap.’
Zouden de Russen er voor iets tussen zitten? Komt het door een blogpost die ik hier in 2012 al aan de Pol gewijd heb?
Ik bekijk de foto’s van de protagonisten. Ann Soete & Hillary Clinton versus Pol Van Den Driessche & Donald Trump. De gelijkenissen zijn te opvallend om van een toeval te spreken. 
Kandidaat-burgemeesters wees waakzaam, want de Russen zijn weer bezig.
Flor Vandekerckhove

vrijdag 16 december 2016

Een huis genaamd Honoré Mafalda

— Villa Honoré Mafalda (links) en villa Duyn Rust. De postkaart stamt uit de tijd waarin men blijkbaar niet alleen de achterkant benut om het thuisfront over de vakantie aan zee te berichten. —

Wie Honoré Mafalda is weet ik niet, maar er staat in Bredene een huis dat naar hem genoemd is: villa Honoré Mafalda. Je kunt die woning in de Peter Benoitlaan bekijken, maar niet lang meer, want aan de gevel hangt een bord dat ons diets maakt dat daar een flatgebouw komt.
Als we van villa Honoré Mafalda zeggen dat ze zo oud is als de straat, doen we haar onrecht aan, want ze is veel ouder. De Peter Benoitlaan wordt na de Eerste Wereldoorlog aangelegd en de villa staat er al van 1907. Zo staat het op de site die de inventaris opmaakt van 's lands onroerend erfgoed.
— De destijds vernieuwde gevel doet de architect oneer aan. —
Aangezien we voor die huizen wel degelijk een straat zien liggen, weten we dat bovenstaande foto na WO I gemaakt wordt. [Onderstaande reactie van Erwin Mahieu leert me nu dat mijn datering van foto en postkaart niet correct is en dat de informatie die de inventaris van het onroerend erfgoed ons geeft bijgevolg niet per se betrouwbaar is.
Die Peter Benoitlaan heet overigens eerst August Pedelaan, naar een van de beheerders van de S.A. Breedene, de vennootschap die de wijk verkavelt.
Wat we van dat oude huis nog weten is dat het gebouwd wordt naar een ontwerp van de Oostendse architect André Daniels. Die André is ook de eerste die in de verkaveling een stuk grond aankoopt. Waarschijnlijk koopt hij daar nog meer loten, zoveel zelfs dat hij een straatnaam aangeboden krijgt, de André Danielslaan die thans Strandlaan heet. [Over de oude straatnamen van die wijk heb ik eerder al een stuk geschreven en dat staat hier.]
Heb ik het huis in zijn oorspronkelijke staat gekend? Ik denk het niet. Het winkelhuis — in mijn kindertijd een fotowinkel — dat er nu in de bocht aan vast hangt, is er in mijn herinnering altijd geweest. Heb ik de oorspronkelijke gevel van villa Mafalda gekend? Wie zal ‘t zeggen, maar wie de hiernaast staande foto’s van vroeger en nu met elkaar vergelijkt zal het met me eens zijn dat het vernieuwde gevelparement het ontwerp van architect Daniels oneer aandoet.
Ook onderstaande foto's zijn merkwaardig. Op de foto die ikzelf genomen heb, staat de kerktoren tussen het goed geconserveerde Duyn Rust (Duinrust) en de af te breken villa Mafalda. Die toren ontbreekt op het oude beeld. Die stamt bijgevolg van voor W.O.II, toen de parochiekerk nog niet gebouwd was.
Ah, er is zoveel veranderd in al die tijd. Nu verstuur je postkaarten waarop je achteraan iets schrijft. In die tijd schrijft men blijkbaar ook de voorkant vol. De mens die dat kaartje verstuurt, heeft blijkbaar veel te vertellen, al blijft het voor mij een raadsel wat dat mag zijn.
Hoe dan ook, binnenkort zullen we ons niet meer herinneren dat die villa daar gestaan heeft, net zoals we nu al niet meer weten wie Honoré Mafalda is.
Flor Vandekerckhove


— Op de recente foto zie je tussen villa Honoré Mafalda (links) en villa Duinrust de kerktoren piepen. Die staat er
nog niet wanneer de eerste foto gemaakt wordt. Hij dateert bijgevolg van voor de Tweede Wereldoorlog. —

woensdag 14 december 2016

Over het hoofd en de benen

Peter Ampe leer ik kennen terwijl hij zijn eerste stappen in de schrijverij zet. Hij doet dat als reporter van Tips, een reclameblad dat zichzelf het meest gelezen weekblad noemt. Daarnaast schrijft Peter verhalen en gedichten. Manga, die ook mijn uitgever is, geeft Ampes eerste dichtbundel uit, Romeins mozaïek. Dat geschiedt in 1991.
Een wijle later gebeurt dit: de echtgenote van onze gemeenschappelijke uitgever ontvliedt het echtelijke dak, waardoor ’s mans ondernemingsdrift danig bekoelt. De uitgeverij houdt op te bestaan. Ampe blijft met een onuitgegeven dichtbundel zitten en ik met een novelle.
Het is niet mijn eerste negatieve ervaring met een uitgever en ik richt De Lachende Visch op, die mijn werk voortaan in omloop zal brengen en ook enkele andere boeken die door de trapatsen van de schuinsmarcherende uitgeversechtgenote in de schuif blijven liggen. Een ervan is De Oostendse kapers van Walter Debrock en ik denk dat de naam van De Lachende Visch ook voorkomt op Ampes tweede dichtbundel. Aan dat laatste twijfel ik een beetje, want ja, ’t is lang geleden.
Hoe dan ook, Peter Ampe blijft niet schrijven voor het meest gelezen weekblad, maar hij blijft wel in de reclamesector. Met veel succes overigens. Hij wordt een van de meest bekroonde Belgische reclamemakers genoemd en werkt nu als creatief directeur van het reclamebureau DDB Brussels.
Sindsdien heb ik hem niet meer gezien, maar in die tijd kruisen onze paden zich regelmatig terwijl we aan ’t joggen zijn.
Ik herinner me een ontmoeting in de Duinbossen van De Haan. Ik heb mijn kilometers gemalen op ’t moment dat Peter er aan begint. We hebben het daar even over creativiteit & joggen en we zijn het er over eens dat het tweede het eerste bevordert.
We zijn daar uiteraard niet alleen in. Ik heb hier eerder al een stukje gepost over een Japanner die het er ook over heeft.
Ik verneem nu dat ook Peter daar een boek over publiceert, in ’t Engels nog wel: ‘Ik heb altijd graag gelopen’, vertelt Ampe. ‘En heb zowat alle officiële afstanden gedaan, van de 60 meter indoor tot de marathon. Maar om eerlijk te zijn, de laatste jaren loop ik niet meer om tijden te verbeteren. Dat heeft me een pak andere positieve elementen leren kennen van het lopen. Ik vroeg me altijd af of ik de enige was die dit ervoer. Maar bij navraag bleken ook andere creatieven hetzelfde fenomeen te ondervinden. Er waren ook evenveel lopers die beweerden dat lopen totaal geen ideeën opwekte. Maar ook daar is een goede reden voor: de ideeën komen pas als je aan de juiste snelheid loopt. Die snelheid is voor iedereen anders, ook dat wordt helder uitgelegd in het boek.’ Het is allemaal waar. En wat ook waar is, zo heb ik toentertijd kunnen aanschouwen: bij mij ligt die snelheid een pak lager dan bij Ampe.
Wie het nog trager doet dan ik — die zijn er ook, al zijn ze zeldzaam — hoeft niet te wanhopen, want wat Peter Ampe over het hardlopen zegt, beweert Rebecca Solnit hier even overtuigend over het wandelen.
Flor Vandekerckhove