zondag 6 september 2026

Zoeken naar Irving Stettner, ‘waar de gaspitten verstopt zitten met overgelopen erwtensoep’

Er zijn op ’t net nauwelijks foto's van Irving Stettner te vinden. Ik vond een wazig kopje en vroeg ChatGPT om het scherper te maken en in kleur. Ook vroeg ik een achtergond te creëren met exemplaren van Stroker, literair tijdschrift dat Irving Stettner van 1974 tot 2004 uitgaf.

EEN ESSAY VAN Guillermo O’Joyce gaat over een Amerikaanse dichter-schrijver-schilder waarvan ik nooit eerder vernomen heb: ‘Irving Stettner is de oorspronkelijke straatjongen. En dat is hij al 70 jaar gebleven. Hij heeft geen socialezekerheidkaart, omdat hij weinig interesse heeft in zekerheid en hij zich nooit heeft laten meeslepen door het schadelijke socialisatieproces dat de meeste van onze zielen kenmerkt. Hij leeft uit twee koffers in eenkamerappartementen waar de gaspitten van het tweepitsfornuis verstopt zitten met overgelopen erwtensoep.’ O’Joyce erkent in Irving Stettner een geestesgenoot. Dat valt te begrijpen, hij is net zo: ‘Het leven van Stetttner getuigt van de kracht en vreugde die we zouden kunnen bereiken als we onze angst voor armoede zouden overwinnen. (°)
Wil deze Irving Stettner zijn huur betalen, dan moet hij zijn werk op straat verkopen. Dat komt doordat hij zich afzijdig houdt van de kunstscene: ‘Om een ​​echte kunstenaar, een “professional”, genoemd te worden, moet je je werk aan een publiek laten zien en er geld voor krijgen. Om deze prestigieuze titel te verdienen, moeten niet alleen de kunstenaar en zijn werk eerst door een ingewikkelde keten van ontmande idioten met de juiste connecties worden gefilterd, die allemaal geloven dat kunst een beschavingsmanoeuvre is. (…) Het aantal mensen dat schrijver of schilder wil worden is legio, stuk voor stuk zo hersenloos dat ze bij het minste of geringste bereid zijn hun overspannen emoties te temperen tot beheersbare proporties, als dat maar een beetje respect oplevert, zo niet garandeert.’ 
Niet zo Irving Stettner, althans volgens O’Joyce. Toch heeft Amazon niet weinig van Irving Stettner in de aanbieding: drie ‘pamplets’, drie boeken waarin hij heeft meegewerkt, een theaterstuk, enkele dichtbundels, waaronder een recente Pigeon Feature: Selected Poems 1967-2002. Op instagram staan hier ook drie gedichten te lezen en daar zie ik menig schilderij van hem op de reguliere kunstmarkt staan.
Wat zegt O’Joyce nog over hem? ‘Is Stettner een dwaas? Natuurlijk. Maar niet meer dan een Chaplin, Keaton of W.C. Fields. (...) Hij is een van die zeldzame schepsels, een vrij mens. Met vrij bedoel ik dat hij geloof heeft – niet geloof in de religieuze clichématige betekenis van dat woord, maar geloof dat hij zowel in de mens als in de natuur het royale kan vinden die hem blij maakt om te leven. En Stettner vindt dat royale overal.’ 
Op Wikipedia vind ik niets over Irving Stettner. Niet zonder moeite vind ik op ’t net een fotootje, ergens staat zijn geboortejaar (1922), geen sterfdatum. ChatGPT komt me helpen: Hij stierf op vrijdag 9 januari 2004 op 81-jarige leeftijd in zijn huis in Dallas, Pennsylvania. ‘Zijn overlijdensbericht in de lokale krant vermeldde dat hij vredig thuis stierf. Hij liet zijn echtgenote Mihoko Kato, zijn dochters May en Mona, en zijn tweelingbroer Louis (die destijds in Parijs woonde) achter. In overeenstemming met zijn wensen is er geen uitvaartdienst gehouden.’ 
Er valt meer over Irving Stettner te vertellen. Hij was redacteur van Stroker, een avant-garde tijdschrift met gedichten, proza ​​en kunst, dat tussen 1974 en 2004 verscheen. Het is het enige tijdschrift in Amerika waaraan Henry Miller de laatste jaren van zijn leven heeft bijgedragen. Ook over Irvings tweelingbroer, Louis, valt nog iets te vertellen. Ik denk dat ik die twee eens in een ‘imaginaire ontmoeting’ naar Oostende haal, naar de Chatelet bijvoorbeeld, zeer geschikt etablissement om over zo’n dingen te praten. Kortelings op dit scherm!
Flor Vandekerckhove

(°) ‘kiss me, I’m still alive: on irving stettner’ in O’Joyce, Guillermo. Miller, Bukowski and Their Enemies: Essays on Contemporary Culture. 160 p. Pinter & Martin, 2011.

Geen opmerkingen: