donderdag 8 september 2016

Intussen in het rustoord

— In het rusthuis wilde niemand naast meneer Delanghe zitten. —

‘Mij hebben ze geliquideerd’, zei meneer Delanghe, ‘geliquideerd in stalinistische stijl!’ Het meisje luisterde niet. ‘Die klootzakken hebben me zoveel morele pijn bezorgd dat ik al mijn talenten zal gebruiken om…’ Ze duwde de rolstoel in de lift die hen naar de benedenverdieping moest brengen.
In die lift greep hij haar pols. ‘Ik beklaag jullie’, zei hij, ‘want jullie zijn allemaal processierupsen die achter een leiding aanhuppelen.’ Ze glimlachte vermoeid. ‘Bestudeer ze maar eens, de processierupsen’, voegde hij er dwingend aan toe, ‘je kunt daar veel van leren, a contrario.’
Toen ze beneden waren schoof de liftdeur open. ‘Je moet nu wel mijn pols loslaten, meneer Delanghe,’ zei ze. Waarna ze zijn rolstoel in de rij parkeerde. 
Mevrouw Dedoove, die hen al van verre had zien afkomen, had kwiek gereageerd en haar hoorapparaat meteen uitgeschakeld. Toen ging het meisje weer naar de lift om de laatste resident naar beneden te halen.
 ‘Waarom,’ vroeg Delanghe aan Dedoove, ‘loopt het hier vol met termieten die niet werken? Waarmee ik de termieten oneer aandoe, door hun vernietigende eigenschappen te beklemtonen in plaats van hun sociaal organische gemeenschapszin te huldigen. Ik kan je daar meer over vertellen, maar dat is misschien voor later.’ Meneer Delanghe zag dat Dedoove weer niet luisterde. Hij begon te schreeuwen: ‘Heb je je al eens laten onderzoeken? Ik ben er zeker van dat je La Tourette hebt!’ Mevrouw Dedoove knikte vriendelijk.
‘Ze hebben me verraden’, riep meneer Delanghe, die nu rood aangelopen was, ‘zoals alle revolutionairen van het eerste uur verraden worden in naam van die ene grote waarheid die de andere grote waarheid moet vervangen. En weet je wat? De vriendschap verraden in dit tranendal, dat kan nooit goed zijn, ook niet als het de spindoctor van Jezus betreft, Judas, die dacht dat Jezus van zijn kruis zou stappen, waardoor zijn rijk eens en voorgoed gevestigd zou zijn.’
Intussen was ook de laatste bewoner in de rij geplaatst. Meneer Delanghe concentreerde zich nu op zijn nieuwe buurvrouw. Stil, als vertelde hij haar een geheim, zei hij: ‘Lees eens iets van Paul Snoek. Die had een mooie taal, maar hij had helaas ook een aandoening: hij was een communist, niet een processierups van Trotski, maar een van Mao.’
De vrouw, die nog maar pas in het rusthuis woonde, begreep niet wat meneer Delanghe haar wilde verduidelijken, maar ze voelde wel aan dat hij enige respons verwachtte.  Daarom vroeg ze hem: ‘Waar zijn we hier eigenlijk?
Toen was het etenstijd. Tomatensoep, puree, blinde vink, biersaus, erwten & wortelen.
Flor Vandekerckhove
Een reactie posten