vrijdag 22 maart 2013

De razende reporter in Bredene


— 10 mei 1933. De boekverbranding door de nazi's. Wie in vrijheid wil schrijven, maakt zich beter uit de voeten. —

Halverwege juli 1936 verstuurt de Duits-Tsjechische journalist Egon Erwin Kisch vanuit Bredene een brief waaruit blijkt dat hij er maar moeilijk aan werken toekomt : ‘Je kan je de drukte hier niet voorstellen. O.a. zijn in Oostende en Bredene: Joseph Roth, Hermann Kesten, Stefan Zweig, Irmgard Keun, Arthur Koestler, Lou Eisler, Artners, een paar arbeiderskameraden, onder wie proletarische schrijvers, die natuurlijk een verschrikkelijke tijd meemaken. Ook verdachte sujetten sluipen hier rond, je kan je niet voorstellen hoe het er hier aan toegaat. Het liefst zou ik vertrekken, maar dat gaat om de meest uiteenlopende redenen niet.’ Mark Schaevers citeert de jammerklacht in zijn boek over Joodse schrijvers die, op de vlucht voor Hitler, in 1936 aan de Belgische kust belanden. (*)
Schaevers was niet de eerste die een boek aan deze kleine emigrantenkolonie wijdde. Die eer komt toe aan wijlen John Gheeraert (°1939-†2003). Lang voor Schaevers had deze Bredenaar al onderzoek gedaan naar Kisch en de zijnen. Gheeraert schreef er een boekje over dat in 1987 gepubliceerd werd. (**)
Pension l'Aurore, op de hoek van de Gent- en de
Kapel(le)straat waar Egon Kisch en Gisela in 1935 verblijven.
Egon Erwin Kisch en zijn levensgezellin Gisela verblijven in 1935 al eens in Bredene. In die zomer huren zij er een kamer in pension l’Aurore.  Hij werkt er aan een boek. Zij tikt het manuscript. Begin oktober vertrekken ze naar Parijs, maar in juni 1936 komen ze weer naar Bredene waar ze deze keer een kamer in hotel d’Anvers betrekken.
Kisch (°1884-†1948) schrijft reportages, romans en toneelstukken. De bundel die hij in 1924 onder de titel ‘Der rasende Reporter’ publiceert heeft hem beroemd gemaakt. In die reportages combineert hij literaire middelen met diepgaand journalistiek onderzoekswerk. 
De antifascistische strijd brengt hem in de jaren ’30 naar Duitsland. In 1933 wordt hij samen met duizenden tegenstanders van de nazi’s gearresteerd. Doordat hij een Tsjecho-Slowaaks paspoort heeft, wordt hij uitgewezen. Hij belandt in Parijs en groeit uit tot een sleutelfiguur van de exil-literatuur. En in de zomer van 1936 vinden we hem dus weer in Bredene.
In juni is het daar nog rustig. Kisch kan er goed werken. Op 22 juni laat Gisela haar moeder weten hoe draaglijk ’t leven in Bredene is: ‘We betalen dertig Belgische frank per persoon per dag, het eten is heel goed en het is ook genoeg, bij deze hitte voor mij zelfs te veel; koffie kost 1,50 fr. Tot 2,50 fr., al naargelang het café, en een pakje sigaretten, 25 stuks, 2,20 fr. En meer hebben we niet nodig, want we hebben geen gelegenheid tot “uitgaan”.’
Egon Erwin Kisch, de razende reporter, verblijft in 1936 in Bredene.
Die rust blijft niet duren. Ook Arthur Koestler komt in Bredene zijn intrek nemen. Hij wil er werken aan het vervolg van Jaroslov Haseks bekende verhaal De avonturen van de brave soldaat Schweik. Het voorschot laat hem toe twee maanden in Bredene te verblijven. Het boek wordt nooit voltooid.
Arthur Koestler (1905-1983) is tot vandaag bekend gebleven. Het werk van deze Hongaars-Britse schrijver bestaat uit journalistiek, essays, romans en een autobiografie. In de tijd dat hij in Bredene verblijft zijn Kisch en Koestler geestesgenoten, want beiden hebben zich bij de Duitse communisten aangesloten.
Het duo werkt als een magneet op de vele emigranten die een beetje verder, in Oostende, verblijven. Uit de boeken van Gheeraert en Schaevers distilleren we de namen van degenen die regelmatig vanuit Oostende de tram naar Bredene nemen.
Tot de bezoekers behoort Irmgard Keun: ‘Ik was bij de Kischen. Betoverende mensen. Schrander, levendig, vol humor en eerlijk idealisme. Allebei zijn ze zo ongelooflijk lieve mensen — volkomen natuurlijk, geen spoor van snobisme (…)’  In haar memoires roemt Keun Bredene om de eindeloos weidse duinen en het idyllische strand.
Keun (°1905-†1982) had al twee bestsellers op haar naam staan toen Berlijn in 1933 politici ‘met de kracht van verandering’ over zich heen kreeg. Haar beide boeken werden in beslag genomen. Ze vluchtte naar Oostende waar ze een relatie begon met de schrijver Joseph Roth die haar wellicht graag naar Bredene vergezelde.
Roth (1894-1939) werd vooral bekend door zijn boeken 'Job' (1930) en 'Radetzkymars' (1932).  Ook hij was Duitsland ontvlucht nadat zijn boeken daar verboden waren. In tegenstelling tot zijn linkse lotgenoten in Bredene bestreed hij de nazi’s vanuit een conservatief en royalistisch standpunt. Het belette hem niet om een goede vriend van Kisch te worden.
Volgens Koestler hebben ook Willy Münzenberg en Otto Katz in Bredene verbleven. Die eerste was een uitgever die een vooraanstaande rol in de Comintern speelde. De tweede was, onder het pseudoniem André Simone, zijn rechterhand voor wat de ondergrondse activiteiten betreft en onder zijn echte naam militair attaché bij de Spaanse ambassade in Parijs. John Gheeraert vermoedt dat Bredene in die tijd ook bezoek kreeg van Nico Rost die de Belgische afdeling van Duitse emigrantenauteurs leidde.
Hotel d'Anvers waar Kisch in de zomer van 1936 verblijft.
Hoe is het die mensen nadien vergaan? Roth stierf in 1939 doodarm in Parijs ten gevolge van zijn alcoholisme. Koestler verwierp, in zijn roman Darkness at noon (1940), het communisme en verhuisde van uiterst links naar uiterst rechts. In 1983 pleegde hij zelfmoord. Münzenberg werd beschuldigd van trotskisme, waarna hij in 1938 uit het Centraal Comité van de KPD werd gezet. In 1939 hield hij de eer aan zichzelf en verliet de partij. In de zomer van 1940 werd zijn lijk in een bos gevonden. Vermoed wordt dat Stalin er de hand in had. Otto Katz werd in 1939 in Tsjecho-Slowakije tijdens een showproces veroordeeld en nadien geëxecuteerd.
Na een korte Amerikaanse episode bracht Keun de oorlogsjaren illegaal in Duitsland door. Het boek dat ze in Oostende geschreven had, Nach Mitternacht, werd later verfilmd. Haar laatste roman verscheen in 1950. Ze dronk en moest meermaals in instellingen opgenomen worden.  Ze stierf in Keulen in 1982. In 2005 werd haar in de jaren dertig verboden boek, Een kunstzijden meisje, nog in het Nederlands uitgegeven. 
Wanneer de oorlog begint, vlucht Egon Erwin Kisch naar Mexico. Daar krijgt hij te horen dat zijn twee broers door de nazi’s zijn vermoord. In 1946 keert hij weer naar Praag waar het hem duidelijk wordt dat ze de grote schrijver vergeten zijn. In 1948 bezwijkt hij aan een hartaanval.
Al die tragiek belette de emigranten niet om alhier in 1936 ten volle van de zomer te genieten. Keun beschreef die idyllische Bredense momenten: ‘We zaten aan het strand en dronken rosé, een wijn met de kleur van het avondrood, die lang niet zo goed smaakte als hij eruitzag, en lazen elkaar uit onze manuscripten voor.’ Zalig!
Flor Vandekerckhove

(*) Mark Schaevers, Oostende, de zomer van 1936. Uitg. Atlas A’dam/A’pen. 142 ps. 2001. ISBN 90-450-0595-6.
(**) John Gheeraert, Bericht uit Bredene. Vermaarde joodse emigranten in Vlaanderen. Uitg. C. De Vries – Brouwers A’dam/A’pen. 55 ps. 1987. ISBN 90-6174-358-3.
Een reactie plaatsen