vrijdag 6 november 2015

Een blauwtje lopen in de Zeelaan




Dit is wat je overvalt wanneer je als 65-plusser naar die oude postkaarten kijkt: alles is veranderd en tegelijk is alles ’t zelfde gebleven. En er is nog iets: aan elk beeld kleeft een herinnering. Hier heeft de politie je uit een boom geschud, daar ben je met je fiets tegen het wegdek gegaan, ginder heb je school gelopen, op die plek heb je je eerste sigaret gerookt en daar je laatste.
Voor me liggen twee postkaarten van de Avenue le Grand. Beide werden gemaakt op de hoek met de Avenue de France. De Avenue le Grand heet inmiddels Zeelaan en de Avenue de France is al lang de Frankrijklaan geworden. Dat laatste is overigens geen vertaling van de oorspronkelijke naam, want die straat is in den beginne niet naar Frankrijk genoemd, maar naar Antoine de France, de landmeter die de gronden van de familie le Grand opmeet. Over de naamsveranderingen in die wijk heb ik eerder al een stukje geschreven dat je hier vindt.
En nu iets over mijn herinneringen. Dat zijn er veel, want zowel aan de linker- als aan de rechterkant van die laan woonden speelkameraden, waar ik al eens over de vloer placht te komen. Sommige huizen hadden eerst lang leeggestaan en daar waren we wel eens door een gat in de haag gekropen om er dingen te doen die streng verboden waren: een appel plukken bijvoorbeeld.
Beklijvend is de herinnering die ik aan het hoekhuis Le Clos Fleuris overgehouden heb. Mijn herinnering hangt vast aan een vensterraam op de bovenste verdieping. Ik ben pakweg vijftien. Le Clos Fleuris is ook in die tijd al een vakantiehuis voor kinderen. En in dat jaar zijn dat Britse tieners. Ik ontmoet ze op de schaatspiste van het Bredense casino. Het is ook daar dat ik aan de praat geraak met een bijzonder mooi Brits meisje dat net als ik vijftien is. Het klikt tussen ons — of ik denk dat het klikt. Ik trek mijn stoute schoenen aan en ritsel een afspraakje. Dat vindt ze wel oké — of ik denk dat ze dat oké vindt. Enkele dagen later bevind ik me op ’t afgesproken uur, gewassen en gekamd — scheren is er nog niet bij — op het kruispunt, vóór Le Clos Fleuris. Ik wacht en wacht ook nog ruime tijd na het uur waarop we afgesproken hebben. En net wanneer ik er de brui aan wil geven, trekt ze op de bovenste verdieping een raam open — wellicht omdat ze denkt dat ik anders nooit zal weggaan. Uit de hoogte spreekt ze mij toe met de onvergetelijke woorden: I have to wash my hair.
Ik had beter moeten weten. Zo’n mooi meisje had thuis wellicht al oudere vriendjes die haar, als ’t rockers waren, met de moto kwamen afhalen of met de scooter als het mods betrof. En ik, ik stond daar met mijn fiets.
In de uitdrukking een blauwtje lopen is dat blauwtje de verkorting van een blauwe scheen. Je gaat er niet van dood, maar deugd doet ’t evenmin. 
Flor Vandekerckhove

Een reactie posten