donderdag 26 november 2015

Kijk, kijk, het Duinengat



Eigenlijk weet ik niet of Duinengat de officiële naam is, maar zo noemen we in Bredene de weg die, tussen twee duinen in, vanaf de Koninklijke baan naar ’t strand leidt. Dit is het oudste beeld dat ik van dat Duinengat vind. Het wordt geschoten vanuit een kamer in het inmiddels verdwenen hotel Helvetia. Ik zie dat de foto 95 jaar oud is, hij dateert van 1920. Je moet al bijna honderd zijn om dat beeld in ’t echt gezien te hebben.
Er valt op die foto veel te bekijken. De kusttram is gearriveerd. Er stapt volk in en uit. Aan de overkant van de weg staan twee auto’s te wachten. Is er in die tijd een taxidienst die de gasten naar een van de grote hotels brengt, die nochtans op wandelafstand liggen?
Links van het paneel BREEDENE, waaronder je passeert om dat Duinengat in te trekken, staat iets wat ik percipieer als een wachthokje. Is dat een Dienst voor toerisme avant la lettre? Staat daar een politieagent in, klaar om het schaarse verkeer te regelen? Of is 't een ijskraam? Opvallend is dat het paneel aan deze zijde van de Koninklijke baan geplaatst staat en niet aan de overkant, zoals wij dat daar nog gekend hebben. Wat ook opvalt is dat er aan beide kanten van het Duinengat grote platte duinen liggen die nu verdwenen zijn, wellicht omdat de ontdubbeling van de Koninklijke baan eraan gevreten heeft. Maar zover zijn we in die tijd nog niet. Dit zijn de pioniersdagen. In het Duinengat ontbreken zelfs de banken waarop we allemaal wel eens gezeten hebben om 't zand uit onze schoenen te gieten.
De hotels die in de Kapelstraat en de Driftweg gebouwd zijn hebben aan de overkant van de straat een privaat stuk grond waarop hun gasten kunnen verpozen. Of er is een tennisveld, zoals dat het geval is voor het hotel d’Anvers. Dat tennisveld zie je niet op deze foto, maar vooraan rechts zie je wel het hofje van de Helvetia, een hotel dat de hoek van de Kapel- en Duinenstraat markeert. Het hofje van het Grand Hotel l’Espérance, dat daar tegenover langs de Driftweg ligt, zien we op bovenstaande postkaart evenmin, maar het is er wel, want op onderstaande foto zien we de parasols die de gasten van dat hotel tegen een al te felle zon beschermen.
Die tweede foto toont ons hoe de wijk er in die tijd uitziet wanneer je die vanuit het Duinengat bekijkt. Twee heren van stand staan centraal in beeld. Wachten ze op de tram of zijn ze op weg naar het ‘rustoord’ waarover die postkaart het heeft? Wordt daarmee het sanatorium Marin bedoeld, waarover ik hier eerder al een stukje geschreven heb? Een ding is zeker: hun kunnen we het niet meer vragen.
Flor Vandekerckhove


Een reactie posten