dinsdag 30 oktober 2012

Het werk van Luc Martinsen: alles behalve… vijftig tinten grijs (*)


Luc Martinsen en Flor Vandekerckhove in het atelier
van de schilder. (foto Jo Clauwaert)

Misschien vindt u het flauw dat ik hierboven naar een erotische bestseller verwijs. Tegelijk moet u toegeven dat ik er uw aandacht mee gekaapt heb. Bovendien dekt deze titel ook de lading. In het werk van Luc Martinsen is inderdaad alles weer te vinden, behalve vijftig tinten grijs. Dat geldt voor de concrete schilderijen die hij hier tentoonstelt en het geldt evenzeer voor de achterliggende esthetica die hij al een schildersleven lang hanteert.
‘s Mans schilderijen herken je meteen. Zet honderd doeken naast elkaar en je haalt er deze van Luc Martinsen uit. Niemand anders legt de kleurlagen op deze manier op elkaar, niemand anders laat de kleuren op die wijze van het doek afspatten (en neen, dat laatste woord wordt hier niet als een gemakkelijk cliché gebruikt).
Ik volg het werk van Luc Martinsen al heel lang. En nog altijd word ik verrast door het kleurenpalet waaraan hij de voorkeur geeft. De kleuren van Martinsen blijven vragen oproepen. Wat is er eigenlijk aan de hand met het geel dat hij veelal combineert met blauw? (Micha, Denkend, The Border…). Wat is er aan de hand met het kleur in ogenschijnlijk doodsimpele doeken waarop nauwelijks meer dan wit en blauw te zien is (De hoofden, Hoog water, Het ontwaken)?
Die kleuren lijken wel exclusief deze van Martinsen te zijn. Vreemd is dat, want de verf die hij gebruikt is overal voor iedereen te koop. Mag ik wit even tot de kleuren rekenen? Waarom vind ik datzelfde wit nooit op doeken van andere kunstschilders? Waarom herken ik het geel van Luc Martinsen uit al de gelen die elders gebruikt worden? Zelfs wanneer hij die kleuren laat samengaan met hem minder kenmerkend oranje, roze, bruin, paars… (Het diner, Sirene, Sleep well, Winter…) dan nog blijven die kleuren de werken definiëren als zijnde deze van Martinsen en van hem alleen.
Dat komt natuurlijk ook door al wat (al dan niet verscholen) onder de bovenste lagen zit, en zijn kleuren worden mee bepaald door het volume dat hij op een doek aanbrengt. Het komt doordat hij onmatig met de verf omspringt, laag op laag, maar zelden in elkaar overvloeiend. Het komt door de manier waarop Luc de kleuren afbakent om de essentie ervan vast te houden. Het komt met andere woorden door het metier dat Martinsen ten volle beheerst. Hij zet zijn eigen kleurstempel op het canvas. Dat is wat van hem de kunstenaar maakt die hem van zijn collega’s onderscheidt.
Dan is er nog de inhoud die in zijn vormtaal weergegeven wordt. In elk schilderij van Martinsen zie je dat er levensdrift aan ‘t werk geweest is, libido, eros, passie. Elk schilderij getuigt van een primaire drang tot zelfbehoud en draait bij uitbreiding om voortzetting van de soort. Heb ik het verkeerd voor wanneer ik schat dat 80% van de afbeeldingen in de cataloog vrouwen betreft? Lieflijke wezens zijn dat evenwel niet.  De naakte vrouwen in het oeuvre van Martinsen zijn uit storm geboren en ze baren op hun beurt weer storm. Vandaar dat ikzelf hem graag een vitalist noem. Zijn schilderijen getuigen alle van de drang om intens, intuïtief, vurig, driftmatig en gevaarlijk te leven. Neen, hier is geen plaats voor vijftig tinten grijs.
Kunst is dit dus, want kijk eens wat Rainer Maria Rilke daarover zegt: ‘Ongetwijfeld is kunst altijd het resultaat van in gevaar verkeerd te hebben, van een ervaring helemaal tot het uiterste doorleefd te hebben, tot waar geen mens verder kan gaan.’  Daar valt bij Luc Martinsen niet naast te kijken.
Flor Vandekerckhove
(*) Deze tekst verscheen eerder in Martinsen, Les éditions de l’Espoir, 2012.
Een reactie plaatsen