woensdag 20 december 2017

Nog heeter dan de negerinnen


— Leven en dood van Jan-Jacob Slauerhoff. Veel tijd ligt er niet tussen beide beelden: de dichter werd nauwelijks 38. —

Jan-Jacob Slauerhoff (°1898 - †1936) was ‘Bijna veertig en nog bevangen/ In verlangen naar maagdelijkheid,/ Naar zuiverheid, naar rust, naar vrede,/ Naar een tuin aan zeeën blauw/ Waar een ongerepte vrouw/ Toelaat tusschen breede,/ Volle en toch slanke dijen/ Mij voor eeuwig neer te vlijen/ In oneindige omhelzing,/ Waaraan ook het water deelneemt.’
Wanneer Slauerhoff dit vers neerschrijft is hij aan ’t einde van zijn korte leven gekomen, want hij wordt nauwelijks 38. Een jarenlang genegeerde tuberculose, malaria, een aandoening aan zijn nieren… De scheepsdokter heeft nagelaten zichzelf te verzorgen en daar betaalt hij op jonge leeftijd de rekening voor.
Terwijl hij de wereldzeeën bereist, en zich onderweg te buiten gaat aan seks, drugs & rock’n roll, werkt hij aan een literair oeuvre dat van hem ‘een van de werkelijk groten van de Nederlandse poëzie’ maakt. In Nederland houdt hij zich ver van de andere dichters, niet alleen doordat hij een zeeman is, maar ook als ‘franc-tireur in een wereld en een samenleving die hem benauwden.’ Baudelaire, Byron, Jean Genêt, Dylan Thomas, Malcolm Lowry, Jack Kerouac… Dat zijn de namen die vallen wanneer hij met anderen vergeleken wordt. 
Schrijven is een passie, zegt Slauerhoff, en dan nog een die hij omschrijft als ‘van de slechte soort, een die haar slachtoffer maatschappelijk benadeelt en soms ten verderve voert.’ Schrijven is, zegt Slauwerhoff, een verslaving.
Wie iets van deze dichter wil lezen moet daarvoor niet eens naar de winkel, zijn Verzamelde gedichten staan hier op ’t internet. Daar valt mijn oog op een gedicht dat hij aan de havenstad Konakry wijdt. Ik haal er twee strofes uit. 
De eerste strofe gaat alzo:
O Konakry, wat was je heet;
Nog heeter dan de negerinnen,
Die gingen, glanzend van het zweet,
Heeter dan langgespeende zinnen,
O Konakry!
En de laatste:
O Konakry, zoo stil en heet,
Wij hadden niets elkaar te geven;
Wie zonder hoop geen uitkomst weet,
Die moet maar troostloos verder leven,
Niet, Konakry?

Flor Vandekerckhove
Een reactie posten