maandag 18 december 2017

Wat ik zoal kan

— Sloeber was een hond met heel veel capaciteiten. —

Er zijn veel dingen die ik kan. Ik kan bijvoorbeeld erg goed wandelen. En hardlopen kan ik ook. Ik loop over het strand, door het water, in het zand, en over de duinen; berg op, berg af; ik val, spring recht en leg er nog een sprintje bovenop. En zwemmen! Dat kan ik als geen ander. Ik kan dus wel een en ander.
Toch lig ik ‘t liefst van al heel dicht bij het vuur, gewoon op de grond, uitgestrekt op het tapijt. Dat is echt wat ik het beste kan. Als het kon bracht ik daar de rest van mijn leven door, vlak voor het vuur. Dat is helaas niet vol te houden. Je hebt beweging nodig en dan moet je eropuit.
In de zomer is ’t gemakkelijk, dan kan ik overal in het zonnetje liggen, dan lijkt de wereld wel een reuzengrote kachel. ‘s Winters is er minder zon, maar dan is er de kleine kachel. De tussenseizoenen, die zijn pas erg. Rond Pasen gaat de kachel uit. ‘t Is dan nog niet warm. Dan lijd ik kou. Ik lig eens hier, dan daar, maar koud is ’t overal.
Pas na de herfst breekt mijn favoriete seizoen aan. ‘t Is winter en ik koester me in de warmte van de kachel. Sommigen vragen zich af hoe ik dat kan, zolang voor de kachel blijven liggen, maar ’t is simpel.  Ik lig neer en laat de ene kant schroeien en als dat te erg wordt keer ik me om, dan schroeit de andere kant en enige tijd later draai ik me weer. Intussen kijk ik doelloos rond, naar de muur of het plafond, naar een vlieg op de grond of naar de kont van een andere hond. Als het maar rijmt. Want ik kan ook dichten, zonder mijn gat op te lichten.

Flor Vandekerckhove
Een reactie posten