zaterdag 24 november 2012

Geen buit, geen fluit


‘Gedurende de “Gouden eeuw” van de piraterij, tussen de XVIIe en de XVIIIe eeuw, plunderden bemanningen, de eerste proletarische rebellen, uitgestotenen van de beschaving, de zeeroutes tussen Europa en Amerika. Ze opereerden vanuit landelijke enclaves, vrije havens, “piratenutopieën”, gesitueerd op eilanden en langs de kust, buiten het bereik van elke beschaving. Vanuit deze mini-anarchieën — “Tijdelijke Autonome Zones” —  lanceerden ze raids die zo vruchtbaar waren dat ze een crisis van het imperium veroorzaakten doordat ze de Britse handel met de kolonies aanvielen, het globale uitbuitingssysteem van de slavernij en het opkomende kolonialisme indrukwekkende slagen toebrachten.’ Zo luiden de eerste zinnen van het Franstalige boekje ‘Piratenbastions’. (*)
Het citaat maakt al duidelijk dat we een partijdig standpunt voorgeschoteld krijgen, maar dat laat ons wel toe de piraterij eens van een andere kant bekijken, namelijk vanaf de onderkant.
‘De euro-amerikaanse maatschappij van de XIIe en XVIIIe eeuw is deze van het kapitalisme in volle ontwikkeling, van oorlog, slavernij, de landbouwrevolutie; honger en miserie gaan schouder aan schouder met een onvoorstelbare rijkdom.’ De matrozen op de schepen die deze onvoorstelbare rijkdom uit de nieuwe wereld naar de Nederlanden, Spanje, Frankrijk, Portugal en Engeland verschepen, hebben een hondenleven; ze worden tiranniek behandeld en slecht betaald. Sommigen slaan aan het muiten en vluchten met schip en al naar de nog maar pas ontdekte eilanden van de Caraïben waar ze voor de overheid ongrijpbaar zijn.
Daar ontmoetten deze drop outs andere verworpenen der aarde. Veelal betrof het radicalen die ontevreden waren met de uitkomst van de Engelse burgeroorlogen uit de XVIIde eeuw. Die radicalen werden, om ervan af te zijn, door de Engelse overheid naar de nieuwe wereld gedeporteerd. Ze troffen daar duizenden andere Europeanen aan, armoelijders die contractueel in de nieuwe kolonies tewerkgesteld werden. Later kwamen zwarte slaven hun plaats innemen.
Deze ‘soep’ van muiters, radicalen, slaven en proleten blijkt moeilijk onder controle te houden. Velen onder hen gaan zich verstoppen op een van de paradijselijke eilanden waar ze, zo stellen de auteurs, vrije, autonome gemeenschappen stichten. Dat zou veelal op basis van gelijkheid en broederschap gebeurd zijn. Het zijn deze egalitaire gemeenschappen die de basis vormen voor de piraterij van de Caraïben die in de XVIIde eeuw ontstaat.
De zeelui die ontsnapt zijn aan de tirannie van de koopvaardij, moeten nu hun eigen gedragscode opstellen. Merkwaardig is dat deze door de hele bemanning vrijwillig onderschreven moet worden, wat getuigt van een nooit eerder ongeziene democratische ingesteldheid. Ook solidariteit zou hoog in het piratenvaandel gestaan hebben, want In deze charters worden voorzieningen opgenomen voor gekwetsten die niet meer in de mogelijkheid verkeren aan de piraterij deel te nemen.
Volgens een boek uit 1724 zou de code van de piraat Bartholomew Roberts volgende passage bevatten: ‘Elkeen heeft zijn stem in de lopende zaken; heeft evenveel recht op vers eten en op sterke drank, op elk moment te gebruiken, tenzij een tekort ons ertoe noopt te stemmen over een beperking ervan.’
De piratenschepen werken volgens het principe ‘Geen buit, geen fluit’. Het is een principe dat ook elders bestaat, maar bij de piraten is er een extra. Er wordt geen deel weggelegd voor reder, investeerder of handelaar. Iedereen ontvangt een gelijk deel; alleen de kapitein krijgt anderhalf part, wat relatief weinig is. Zij onderscheiden zich daardoor van andere kapiteins, bijvoorbeeld van kapers (dit zijn zeerovers met een overheidsvergunning), die veertig delen voor zichzelf nemen. De auteurs van deze tekst menen trouwens te weten dat de piratenkapiteins verkozen worden en door de bemanning afgezet kunnen worden als ze misbruik maken van hun autoriteit.
Er ontwikkelde zich dus een piratencultuur. Het lijkt erop, zo lezen we in dat boekje, dat deze gemeenschappen een eigen taal proberen te ontwikkelen, een mengelmoes van de vele talen van herkomst, aangevuld met overdadig veel gevloek.
Uiteraard was het de piraten om de buit te doen, maar sommige tekenen wijzen erop dat ze ook culturele motieven hadden, zoals… wraak! Dat blijkt uit sommige scheepsnamen, waarin het woord ‘revenge’ (wraak) voorkwam. Zwartbaards schip heette de ‘Queen Anne’s Revenge’, Piraat John Cole heette zijn schip New York Revenge’s Revenge’, het schip van William Fly heette Fame’s Revenge.  Geldgewin? Zeker, maar sommigen zagen zichzelf blijkbaar als een Robin Hood ter zee. Vandaar wellicht dat het schip van piraat John Ward ‘Little John’ heette, naar de helper van Robin Hood.
De gouden eeuw van de piraterij is tegelijk ook de gouden eeuw van de slavenhandel. Sommige piraten nemen aan die handel deel, maar anderen bevrijden juist de slaven door er… piraten van te maken. Een kwart van de mannen aan boord van het piratenschip Bellamy zou zwart geweest zijn. Sommige ex-slaven klimmen op in de piratenhiërarchie en worden tweede man aan boord. Wanneer Zwartbaard in 1718 gevangen genomen wordt,  ziet men dat vijf van de achttien bemanningsleden zwarten zijn.
Andere elementen van de piratencultuur zijn de uit de hand lopende feesten. in 1669 bijvoorbeeld houden piraten een feest langs de kusten van Hispaniola (thans Haïti) waarbij ze het zo bont maken dat ze hun eigen schip laten ontploffen. Ook hadden ze muzikanten aan boord en er zijn getuigenissen waaruit blijkt dat er muziek gespeeld werd tijdens de aanval. Er wordt ook stevig gedronken. Zo is er het verhaal dat een piratenschip er drie dagen over deed om een prooi te enteren omdat er nooit genoeg nuchter volk was om de klus te klaren.
De Gouden Eeuw van de piraterij heeft van 1650 tot 1725 geduurd, met een piek rond 1720. De ontwikkeling van het kapitalisme in de XVIIde eeuw vraagt evenwel om sterke staten. Het begin van het einde wordt gemarkeerd door de terugkeer van de oude piraat Sir Henry Morgan naar Jamaica. Hij wordt er tot gouverneur benoemd en heeft tot taak de piratennesten te elimineren. In 1700 wordt in Engeland een nieuwe wet gestemd waarbij het toegestaan wordt piraten ter plekke te oordelen en te doden. Ze worden dan ook met tientallen tegelijk opgehangen. In 1722 bijvoorbeeld worden 169 bemanningsleden van kapitein Bartholomew Roberts veroordeeld. 52 ervan worden opgehangen. Het Gouden Tijdperk van de piraterij is afgelopen.
Flor Vandekerckhove

(*) ‘Do or Die, Bastions pirates, Une histoire libertaire de la piraterie’. 2001. Het boekje werd samengesteld op basis van uittreksels uit het tijdschrijft Do or Die nr. 8. De Franse vertaling draagt het anti-© label. Alle citaten komen uit dat boekje.

Wie op een van onderstaande labels klikt, vindt elders in de blog nog soortgelijke stukken.
Een reactie plaatsen