vrijdag 18 januari 2013

Een vrijheidsstrijder uit Bredene


— Gentenaars brengen hulde aan Zegher Janszoone.  —

Ook Bredene heeft een Vlaamse held. Hij is minder bekend dan Jacob Van Artevelde, Jan Breydel & Pieter De Coninck, maar toch. Hij heeft hier een monumentje. 
In 1323 kwamen de boeren uit de kuststreek in opstand. De opstandige Kerels van Vlaanderen plunderden kastelen en bestreden baljuws en belastingontvangers. Leiders waren o.a. Nicolaas Zannekin, Lambert Bonin, Hughe Blauwel zoon Beukels en de Bredense boer Zegher Janszone.
De opstand blijft niet tot de kust beperkt. Al van bij de start is er steun van het gemeen uit de steden. De doelstellingen veranderen ook tijdens de rebellie. 
In een eerste fase (1323-1324) richten de opstandelingen zich uitsluitend tegen corrupte ambtsdragers. Vanaf 1325 wordt de bevoorrechte stand als zodanig geviseerd. Nu worden ook de graaf en de clerus doelwit van acties. ‘Deze fase kunnen we een “sociale revolutie” noemen: het willen omverwerpen van de bestaande orde.’
Begin 1325 zwicht Gistel onder de druk van de troepen van Zegher Janszone. Dit is het startsein voor een optocht langs de kust. Hij verovert Nieuwpoort, Veurne, St.-Winoksbergen, Duinkerke en Cassel.
De koning van Frankrijk probeert orde op zaken te stellen. In 1326 komt er een verdrag (de Vrede van Arques), maar de opstandelingen hebben daar geen oor naar. De laatste fase van de opstand wordt gekenmerkt door een verdere radicalisering: geen enkel wettig gezag wordt nog erkend.
Uiteindelijk worden de opstandelingen in de Slag bij Cassel (1328) verslagen. Zannekin sneuvelt en Janszone vlucht naar Zeeland. Hij wordt pas in februari 1329 gevat wanneer hij een nieuwe opstand probeert te ontketenen. Zeger Janszone vluchtte naar Zeeland maar na Onze Vrouwe Lichtemisse kwam hij tot Oostende met wel 500 kloeke gasten en deden ze die van Bredene met hun zweren en die zulks niet zou doen en wilden ze dood smijten, zo komende naar Oudenburg. De baljuw van Brugge dit horende, kwam daar naar toe om met hen af te rekenen en hij werd voor het klooster van St. Aernouts gevangen met zijn zoon en met 20 van zijn principaalste medeplichtigen en dan zijn ze naar Brugge gebracht waar hij met gloeiende ijzers gestoken is geweest en is hij gesleept tot aan de galg. De andere zijn geradbraakt geweest en daarna onthoofd, de lichamen onder de oksels gebonden met koorden aan nieuwe galgen en de hoofden op staken gesteld.’ 
De goederen van al de opstandelingen werden verbeurdverklaard. Het land had meer dan 3200 doden te betreuren. 
Flor Vandekerckhove
Een reactie plaatsen