dinsdag 8 januari 2013

Flandriens uit Bredene


Flandriens ofte fransmans tijdens de bietenoogst in Frankrijk, wellicht tijdens WO II.We herkennen de Bredenaars Raymond Vansieleghem 
(derde van rechts) enEdmond Vandekerckhove (tweede van rechts, naast de militair). Herkent iemand andere Bredenaars?
Het is de legendarische wielerjournalist Karel Van Wijnendaele, zo leert me schrijfster Ann De Craemer, die ervoor verantwoordelijk is dat we bij de term flandrien allemaal aan heroïsche coureurs moeten denken. Oorspronkelijk werden daarmee evenwel de Vlamingen benoemd die destijds als seizoenarbeiders naar Frankrijk trokken om er in de bieten te werken of in de ast: ‘Rond de eeuwwisseling werkten ruim 50.000 Vlamingen op de Noord-Franse suikerbietvelden. Elk jaar lieten ze overwegend West- en Oost-Vlaanderen achter zich, de baluchon op de rug, een laatste keer omkijkend naar vrouw en kinderen die ze maandenlang niet zouden zien. (…) Vandaag kennen we de seizoensarbeiders als “fransmans” of “trimards”, maar door de lokale Franse bevolking werden ze “flandriens” genoemd.’ (1)
In 1901 trekt journalist August De Winne door Vlaanderen om er de werk- en leefomstandigheden van het volk te beschrijven. De reportage verschijnt eerst in Le Peuple en later in boekvorm. (2) Over de flandriens schrijft hij: ‘De Fransmans trekken vooral naar Brie (…). Ze trekken ook naar Beauce (…) en tot in de omstreken van Lyon en Morvan in Midden-Frankrijk.’
‘In Basse-Brie en Brie-Pouilleuse kom je boerderijen tegen van twee- tot driehonderd hectaren. Tarwe oogst men er met machines. In Haute-Brie laat de rotsachtige en beboste grond dat niet toe. Daar vind je de grootste landbouwondernemingen: boerderijen van 400, 600 en 800 hectaren. In Bonneval, dichtbij Meaux, ligt de grootste boerderij van Frankrijk: meer dan duizend hectaren. (…) Er werken zestig Belgen. Een tiental onder hen blijven er het hele jaar door.’
‘Beauce bestaat uit vlakke velden, honderdvijftig tot tweehonderd hectaren groot. Het is het land bij uitstek van tarwe en suikerbieten (…) In de departementen van het Noorden en het Nauw van Calais en Seine-Inférieure zijn de landbouwbedrijven niet zo groot. In Beauce en Brie kom je alleen Vlaamse arbeiders tegen, in het Nauw van Calais en in het Noorden zijn er ongeveer evenveel Walen als Vlamingen.’
De fransmans hebben hun sporen ook nagelaten in de Nederlandse literatuur. Stijn Streuvels schreef er in 1938 over in Leven en dood in den ast. Zonder toeven of verpoozen, ononderbroken, gehaast, vordert het werk in een baarlijk herhalen derzelfde beweging, het een door 't ander in gang gehouden, voortgestuwd, zonder zichtbaar doel of uitkomst, oneindig, streng en onmeedoogend gelijk de wanhopig gispende regen, 't lijfelijk blazen van den wind, de onafzienbare grauwheid der wolkenvracht die loodzwaar over de wereld weegt. Aan 't derve gelaat van den dag is de gang der uren niet te onderscheiden, - alle dagen der week zijn eender van uitzicht, vervuld met 't zelfde weerkeerend werk.’ (3) Hugo Claus, die in 1947 zelf als fransman werkte in een suikerfabriek in Noord-Frankrijk, schreef er in 1950 een novelle over, in 1952 worden er dat zelfs twee en in 1958 is Suiker de titel van een toneelstuk over de flandriens. (4) Zijn protagonisten werken voor een hongerloon van € 25 per seizoen. Ze moeten bieten rooien en in karren gooien. Daarom stelen ze vaak zakken suiker om een cent bij te verdienen. Dat geld gebruiken ze om naar de hoeren te gaan en om chocolade, sigaretten en goedkope wijn te kopen. Meestal bedrinken ze zich om de miserabele levensomstandigheden te vergeten. In de tijd die rest spelen ze kaart. Aldus Claus.
Ook in mijn familie zijn er flandriens geweest. Mijn nicht Nadine bezorgde me bovenstaande foto waarvan ze weet dat die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Frankrijk genomen werd. Daarop staat een groep flandriens afgedrukt waarop we de Bredenaars Raymond Vansieleghem (°1897-†1955) en mijn grootvader Edmond Vandekerckhove (°1897-†1960) herkennen. Helaas is dat ook het enige wat we over die foto weten. Waar in Frankrijk werd die genomen? Staan daarop nog andere Bredenaars afgebeeld? Gingen Raymond en Edmond regelmatig bieten kappen in Frankrijk of was het eenmalig? Wat doet die militair op de foto? Bewaakt hij de fransmans? Zoveel vragen die onbeantwoord blijven omdat we ze helaas te laat zijn beginnen stellen.
Flor Vandekerckhove

(1) Ann De Craemer, ‘Flandrien met de handen, niet met de benen’, in De Morgen, 23.11.2012.
(2) ‘A travers les Flandres’, Volksdrukkerij Gent, 1902. In 1982 in ’t Nederlands uitgegeven door Kritak als ‘Door arm Vlaanderen’. ISBN 9063030770. Er werden herdrukken van gemaakt. Een ervan is nog te koop bij www.standaardboekhandel.be.
(3) De novelle ‘Leven en dood in de ast’ van Stijn Streuvels is tweedehands te koop (ISBN 9789022309346) bij www.bol.com.
(4) De novelle ‘Suiker’ is tweedehands te koop (15de druk – 1973 - ISBN: 9023440129) bij www.2dehands.be/winkel/deboekenhoek.
Een reactie plaatsen