zondag 26 mei 2013

De vismijn was een 'cierk'


Vissersvrouwen poseren voor de 'cierk', een gebouw dat zijn naam
dankt aan de ronde bouwvorm. Op de achtergrond staat een wagen
van de ijsfabriek De Naeyer uit Bredene.
In 2014 zal het tachtig jaar geleden zijn dat Oostende voor het eerst een vismijn op de Oosteroever in gebruik nam. Dat gebouw opende daar inderdaad de poorten in september 1934.
Voor die tijd had Oostende ook al een vismijn. Die werd in 1879 gebouwd en omwille van zijn ronde vorm door de Oostendenaars meteen ‘de cierk’ gedoopt. Die cierk lag evenwel niet op de Oosteroever, maar in de stad. Louis Vande Casteele weet nog precies waar dat was: ten zuiden van het huidige Montgommerydok, op de plek waar je nu de infrastructuur van de oude ferryterminal kunt zien (en de parking voor gebruikers van de ferry), dus tussen de havengeul en de nieuwe Mercatorsluis.
Frans Verbanck werkte in die oude vismijn en wijdde er memoires aan. Zijn zoon, Richard, zorgde ervoor dat die herinneringen ook hun weg vonden naar Ter Cuere, de Bredense Kring voor heemkunde. (*)
Zowel bij de afslagers als bij de kopers liepen nogal wat merkwaardige personages rond. In zijn memoires loopt Verbanck de pakhuizen van die vismijn af en per lokaal meldt hij ons wat hij er zich van herinnert. We vernemen op die manier wie ‘een brave mens’ was, wie ‘geen slag deed’ en waar zich ‘typische vrouwtjes met kaketuutkes’ bevonden.  Ook leren we dat papa Degraeve zich meer bezighield met paardenkoersen dan met zijn werk en eraan te gronde gegaan is. En wat moeten we denken van Matille Rence die het pakhuis nr 11 bezette? ‘Ze was in haar jonge jaren nogal een schuwe broeder, en heeft, zoals nog anderen, menig kampje geslagen. Met ouder worden is ze natuurlijk verstild.’  Matille die een schuwe broeder genoemd wordt en die menig kampje geslagen heeft, da’s allemaal heel inspirerend, maar wij hebben hier helaas de plaats niet om dat allemaal uit te spitten. Wij moeten ons beperken tot enkele veelzeggende gevallen en enkele namen die ook vandaag nog een belletje laten rinkelen.
Pakhuis nr 10 behoorde toe aan de ‘firma Auguste Pede – Christiaan. Groothandel in vis en wijnen.  Dat waren toen rijke mensen die zich in de vismijn niet vertoonden. Er was hoofdzakelijk handel in fijne vissoorten en gedurende de winter hadden ze nog daarbij de uitvoer van ijle haring naar Duitsland. De zaakvoerder was Louis Dierickx-Vissers, gekend als Louis van Pede. Hij was een geboren farceur maar hij kon er niet goed tegen als hij zelf het slachtoffer werd van een poets. Zoals de meeste bedienden van firma’s die buiten de vismijn gevestigd waren, had hij nooit gedaan met zijn werk voor half negen ’s avonds, want Madame zou gereklameerd hebben zo men vroeger ging de brieven laten tekenen. Nu, Louis was maar één voorbeeld. Als er geen werk meer te doen was dan ging men maar biljarten of zo. Om 6 of 7 uur keerde men dan maar terug naar het bureel om zeker te zijn niet klaar te wezen voor het gewenste uur.’
Dat die Auguste Pede tot de Oostendse elite behoorde is een feit.  Hij was ook medebeheerder van de S.A. Breedene, de projectontwikkelaar die de wijk Bredene-Duinen verkavelde. Hij kreeg er zelfs een straatnaam toegewezen. Over die verkaveling schreef ik eerder in deze blog al een stuk onder de titel Van de Opex naar de Avenue le Grand (**). (De Auguste Pedelaan heet nu Peter Benoitlaan.)  
Verbanck vertelt ons dat reder John Bauwens in 1908 besliste om zelf in de vishandel te stappen. Hij deed het onder de firmanaam ‘Piscator’ ‘maar de co-directeuren, Gustaaf Vandenberghe en Tjeppen Graefschepe waren, wat commerciële geest betreft, niet van de strafsten. Tjeppen had waarschijnlijk een vijs los. De dagen dat hij welgezind was zou je je kreupel gelachen hebben met zijn spreuken en liedjes, maar wee als hij slecht gezind was! Dan was hij gevaarlijk en we vreesden werkelijk dat er eens iets ergs zou gebeuren met hem – of met ons.’  Moet het gezegd dat het met de viswinkels van Bauwens niet echt goed gekomen is?
Ook vismijndirecteur Valschaerts (!) wordt bijzonder plastisch beschreven: ‘Hij was een brave man die meer van muziek kende dan van vis want hij was muziekmeester van de garde-civiek (…) Hij was daarbij erg bijziende. Hij heeft nooit een mens zeer gedaan in de vismijn maar hij heeft ook nooit iets verbeterd of gemoderniseerd. Hij kwam zelden uit zijn bureel.’ Het werd niet beter toen hij opgevolgd werd door Pol Swaels: ‘Dat was ook een brave mens, dat wel, maar anders een zero!
In de onmiddellijke omgeving van de cierk waren er uiteraard nogal wat cafés. De Verbancks hielden daar zelf Het Meivisje open, waar je naar verluidt veel soorten bier kon verkrijgen. Na de Grote Oorlog kwamen er in dat Meivisje veel Pannenaars ‘omdat we een soort heel goedkoop bier verkochten, “Sterck”, dat te verkrijgen was aan veertig centiem voor een halve liter. De Pannenaars waren in dat opzicht niet kieskeurig want gedurende de ganse oorlog hadden ze stinkend bier gedronken dat de Pannesche brouwerijen massaal voortbrachten ten behoeve van de Belgische soldaten in de Westhoek. Deze categorie vormde een wild volkje dat tegen buitensporig drinken niet bestand was. Hele dagen was er ruzie bij ons en moeder-de-vrouw, de waardin, die ook tot een onvervaard ras hoorde, moest ze een na een bij de nek nemen en buiten zwieren.’  
Ambiance! Maar ook commerce en uitbuiting.  ‘Er werden veel zaken gedaan in de herbergen want de burelen van de handelaars waren ver van gezellig. Ook de vislossers werden in sommige cafés uitbetaald, hetgeen leidde tot vele misbruiken die ook in andere bedrijven, hoofdzakelijk het bouwbedrijf te vinden waren. Geen pinten drinken, geen werk! Nadien werd zulks wettelijk verboden en het was maar goed ook.’
Negenentwintig bladzijden lang gaat Verbanck door. ’t Is teveel voor een stukje in deze blog, maar niet voor Het Vrije Visserijblad dat er in de editie van juli veel plaats aan gewijd heeft.
Flor Vandekerckhove

 (*)  Frans Verbanck, Herinneringen aan de oude vismijn rond de eerste Wereldoorlog. 29 ps. (Beschikbaar in de bibliotheek van de heemkring Ter Cuere.) Alle citaten komen uit dat werk.
(**) U vindt deze bijdrage weer in de stukken die in november 2012 gepubliceerd werden.  http://florsnieuweblog.blogspot.be/2012/11/van-de-opex-naar-de-avenue-le-grand.html


Een reactie plaatsen