zondag 21 juli 2013

Anders dan Elsschot



Het maal smaakte heerlijk.  Zijn vrouw vroeg hem hoe de dag geweest was. Zoals altijd rondden ze af met een stukje kaas, wat hem helaas nergens toe inspireerde. Samen deden ze de vaat en samen keken ze naar het nieuws. De economische toestand was hopeloos, maar de weersverwachting bleef gunstig, althans voor de tijd van het jaar.  
Ze zapten de avond rond. Hij ging de vuilniszak op straat zetten terwijl zij de boel opruimde. Aan de voordeur rookte hij een laatste sigaret. Drie vreemdelingen vroegen hem in ’t passeren de weg naar een adres dat hij niet kende. Terwijl ze in de nacht verdwenen, hoorde hij de misthoorn.  
Zijn vrouw lag al in bed. Zie haar liggen, zei hij tot zichzelf, ze lijkt wel op een stervend paard. Hij dacht niet na, niet aan wetten en niet aan praktische bezwaren; met zijn benen gespreid ging hij boven op haar zitten en met zijn handen kneep hij haar de keel dicht. Ze spartelde nauwelijks tegen. Toen alle leven uit haar verdwenen was, loste hij zijn greep. Hij ontkleedde zich, vleide zich naast haar neer, knipte het licht uit en begon aan een welverdiende nachtrust.
Flor Vandekerckhove

Een reactie plaatsen