maandag 29 juli 2013

Kerkhofblommen


Het oud-kerkhof in Bredene-Dorp. —
In de tijd dat het neoliberalisme nog niet alles veranderd had lag het postkantoor vlak om de hoek. Dwars over het kerkhof liep er een korte weg naartoe. ’t Was in die tijd ook al een oud kerkhof en er werden daar nog nauwelijks doden begraven. Veel zerken lagen er schots en scheef bij. Andere daarentegen werden nog altijd goed onderhouden.
Op weg naar dat postkantoor zag ik er eens een man bloemen planten.  Hij leek me al enige tijd gepensioneerd te zijn. Het fotootje op de grafsteen was vervaagd, maar de inscriptie was nog goed leesbaar. De aflijvige bleek Maria te heten (zoals de meeste vrouwen die daar begraven liggen). De tekst leerde me verder dat de vrouw daar zestig jaar eerder ter aarde besteld was, maar niet voordat ze een hoge leeftijd bereikt had. 
In het passeren knikten de man en ik elkaar toe.  Ik stopte.  'Uw moeder?' vroeg ik.  'Neen', antwoordde de man.  Hij besprenkelde het perkje met water, waardoor het er weer fris uitzag. Ik verwachtte dat hij me de familiebanden zou uitleggen, maar dat deed hij niet. Een wijle stonden we daar samen in een ongemakkelijke stilte naar dat graf te kijken en toen zei ik geheel overbodig: 'Ik ga maar weer een eindje verder.'
Vanaf die dag kreeg het graf van die Maria een vaste plaats in mijn leven. Telkens ik naar het postkantoor trok werd mijn blik ernaartoe getrokken. Het perkje leerde me dat de man het bleef verzorgen. Het mag melig klinken, maar het gaf me een geruststellend gevoel. 
En zo vergingen de jaren.
Toen het in zo’n jaar weer lente werd zag ik de verandering. Het graf van Maria bleef er desolaat bijliggen. De aarde van het perkje bleef dor en de bloementuiltjes waren verschrompeld tot niet meer dan een verre herinnering.
Ik heb het een maand lang aangezien en toen werd het me te veel. Ik ging bloemen kopen, trok een werkpak aan, nam enig tuingerief en ging naar het kerkhof waar ik Maria’s perkje weer in eer herstelde.
Toen ik daar omzeggens klaar mee was, hoorde ik onverwachts een stem. 'Uw moeder?' vroeg die stem. 'Neen', antwoordde ik. Ik besprenkelde het perkje met water, zodat het er weer fris uitzag. Ik wist dat de mens achter me wachtte tot wanneer ik de familiebanden zou uitleggen.  Maar wat kon ik zeggen?  Een wijle stonden die mens en ik daar samen in een ongemakkelijke stilte naar Maria’s graf te kijken en toen hoorde ik de stem heel overbodig zeggen: 'Ik ga maar weer een eindje verder.'
Flor Vandekerckhove

[Wie op een van onderstaande labels drukt, vindt elders in de blog nog soortgelijke stukken.]
Een reactie plaatsen