zaterdag 1 maart 2014

Lijsternest (interludium 2)


Stijn Streuvels in zijn Lijsternest.
Eigenlijk zou ik een gevierd schrijver van korte stukjes moeten zijn, zoals mijn held A.L. Snijders. In de brievenbus zou ik dan een uitnodiging vinden om een wijle in het Lijsternest te resideren, ten huize van Stijn Streuvels, net zoals de grote Snijders dat op de Angora Hoeve van Henriette Roland Holst gedaan heeft.
Ik zou daar over de beemden uitkijken, zoals ik hier nu ook al doe, en korte stukjes schrijven zoals dit. ’s Middags zou ik de fiets — misschien wel de gerestaureerde velo van Stijn zelve — uit de berging halen en ermee naar de Aldi rijden, zoals Snijders dat gedaan heeft, maar dan op zijn eigen fiets en naar de Albert Heijn. En daarna zou ik weer een stukje schrijven zoals dit. ’s Avonds zou ik, naast de haard, zo’n stukje voorlezen aan cultuurtoeristen en naar huis verlangen, naar mijn gewone stek bij het raam, waar de dingen, naar het woord van de jonge Nyk de Vries, gebeuren omdat ze rijmen.
Ik herinner me opeens dat ik wel degelijk, en meer dan eens, in het huis van Streuvels geslapen heb. Niet in zijn Lijsternest natuurlijk, want daar slaap je niet, daar resideer je, maar in de bakkerij in Avelgem, waar de schrijver gewoon Frank heette, net zoals de zoon van de bakker die er woonde toen ik daar sliep. 
Die bakker is zeven jaar lang mijn schoonvader geweest. In de winkel hing een opschrift: Hier schreef, bakte en kakte Stijn Streuvels. Nyk de Vries zou daar zeker een stukje over geschreven hebben, en A.L. Snijders ook. En ik, mocht ik een gevierd schrijver zijn, eveneens.
Flor Vandekerckhove
Een reactie posten