vrijdag 28 februari 2014

Pralines (Verhalen uit het Sparrenbosje 3)


Met drugs mogen ze niet knoeien. Ze mogen geen ammoniak in de tabak mengen; er mag geen talkpoeder, krijt, kalk of Pepsi doorheen de coke geroerd worden en in pralines mag nooit ofte nimmer methanol te vinden zijn. Ik ben daar principieel in, al sinds mijn kindertijd. Ja, op prille leeftijd heeft dit principe zich al in me verankerd; hoe jong ik toen juist was, valt misschien nog te achterhalen want er werd proces-verbaal van opgemaakt.
We waren op weg naar het Sparrenbos, Ivan en ik, en in het struikgewas vonden we drie dozen vol pralines, pakweg honderd stuks, gevuld met heerlijkheden van het type praliné, likeur, karamel en marsepein. De dag kon niet meer stuk. Althans dat dachten we. Het was teveel om in een dag verteerd te krijgen. We aten ons buikje rond en verstopten de rest onder ’t zand. We markeerden de plek met een stok (de GPS bestond nog niet). We staken twee vingers in de lucht en zwoeren de vondst geheim te houden. Terwijl we huiswaarts keerden keken we al uit naar het weekend dat ons weer naar deze heerlijkheden zou brengen.
Ik had nog maar pas de deur achter me dichtgetrokken of daar ging de bel: de moeder van Ivan. Of mijn ouders wel beseften wat die twee nu weer uitgericht hadden. En dat in een tijd waarin malafide stokers onzuivere alcohol op de markt zetten. Onze moeders waren van het doortastende type en twee minuten later zaten we al in het politiebureau waar Ivan en ik apart ondervraagd werden. Wáár we de dozen gevonden hadden. Wáár we ze verstopt hadden. Hoevéél we ervan genuttigd hadden. Ik plooide niet, want ik had een eed gezworen. Ik bleef staalhard ontkennen; iets wat ik later, tijdens de korte periode van mijn huwelijksleven, wel meer gedaan heb.
Ivan brak. Eerst bekende hij dat hij een stukje geproefd had, vervolgens vijf, dan tien, twintig, vijfentwintig… Het was teveel, niemand geloofde hem. En mij geloofden ze uiteraard nog minder. Onder politiebegeleiding gingen we de buit opgraven. Er ontbraken zestig stuks. De distributeur werd opgespoord. De pralines waren, zo verklaarde hij, door de hitte in zijn bestelwagen enigszins onverkoopbaar geworden, en hij had de dozen aan de graskant achtergelaten. Hij werd ervoor beboet.
Nooit, nooit eerder heb ik toegegeven wat ik nu wel doe. Ik beken! Ik heb die middag minstens dertig pralines tot mij genomen. U vindt dat overdreven veel, maar we spreken dan ook over een tijd waarin het smout op tafel naast de levertraan placht te staan. Daar hou je als kind een sterke maag aan over.
Flor Vandekerckhove
Een reactie plaatsen