woensdag 19 maart 2014

Alles geht vorbei


Het café van Alida en de groentewinkel van Zoë zijn in het gat verdwenen.
We schrijven 15 maart 2014. In de Duinentraat van Bredene, op een steenworp van de Golfstraat, landinwaarts, ter hoogte van ‘t café van Alida en de groentewinkel van Zoë, recht tegenover de krantenwinkel van Paula, is een gat van wel twintig meter breed geslagen, misschien meer. Het café en de groentewinkel zijn in dat gat verdwenen en behoren nu voorgoed tot de herinnering. (*)
Vanuit de Duinenstraat kijk je door dat gat recht in de Prinses Marie-Josélaan. Rechts zie je het schooltje liggen in een nooit eerder gezien perspectief. Dat ook maar van korte duur zal zijn, want het gat wordt gauw weer bebouwd.
’t Is de vooruitgang meneer.
In de Duinenwijk vertaalt die vooruitgang zich als volgt. Telkens ik mijn fiets uit de berging haal blijkt ergens een huis afgebroken te zijn. Op die plek wordt vervolgens dag & nacht water uit de grond gepompt. Na enige tijd wordt dat lawaai overstemd door een werfradio waaruit even luide als afschuwelijke heu muziek klinkt, nooit Klara. ’s Avonds, altijd na zes uur, komen rijdende betonmolens dat radiogeluid naar de achtergrond brullen. Nooit voorheen ging vooruitgang met zoveel lawaai gepaard.
Naar Bredene-Dorp dan maar? Telkens ik naar ’t Dorp rijd, wordt daar een nieuw huis gebouwd. Waar eertijds de landman over de beemden heerste, staan nu eengezinswoningen. Het Dorp reikt daarmee tot aan de campingzone van de Duinen, waardoor beide wijken, eertijds door vruchtbare poldergrond van elkaar gescheiden, thans aaneengeklonken zijn.
Een vriendin die aan de rand van dat Dorp woonde, zag het met tegenzin gebeuren. Ze vond dat ik er iets tegen moest ondernemen. Dat vond ik ook. Hier lag een taak weggelegd, een engagement. En dus produceerde ik een naar vorm en inhoud perfecte haiku, een kleinood waartegen, zo zou je denken, projectontwikkelaars geen verweer hebben.
er liggen velden
aan de voorkant van het huis
en ook erachter
Het mocht niet baten. De verkavelaars waren daar niet vatbaar voor. Een wijle later lagen die velden daar niet meer, niet ervoor en niet erachter. Konijnen kozen het hazenpad, hazen het konijnenpad en de vriendin verkocht haar huis. De poëzie werd gesmoord in ’t geweld van de bouwsector. Het woord verloor het van de daad, de poëzie verloor het van het geldgewin.
Komt het daardoor dat ik nu geen haiku’s meer schrijf? Misschien wel, maar toch vooral omdat het genre me teveel aan Herman Van Rompuy laat denken. Ik heb er veel voor over, voor de literatuur, maar er zijn wel grenzen.
Flor Vandekerckhove

(*) Over het café schreef ik eerder Hoe de Ronde van Frankrijk eruit zag bij Alida: http://florsnieuweblog.blogspot.be/2012/07/hoe-de-ronde-van-frankrijk-eruit-zag.html.  
(*) Over de groentewinkel vindt u elders in de blog een stukje dat Sluipweg heet: http://florsnieuweblog.blogspot.be/2012/08/sluipweg.html
(*) Over Paula die de krantenwinkel uitbaatte, staat iets in het stuk Kroonwachtmeisjes: http://florsnieuweblog.blogspot.be/search/label/Wackerbout.

Een reactie plaatsen