vrijdag 14 maart 2014

Reuzensprong


Neil Armstrong: ‘That's one small step for [a] man, one giant leap for mankind.’
Ik herinner me nog goed wat ik aan ’t doen was toen de Russen in 1956 Hongarije binnenvielen. Ik heb er ten bewijze een kort verhaal over geschreven. (*) Ik weet nog waar ik me bevond toen de spoetnikhond Laika in 1957 de ruimte ingestuurd werd. Ook dat momentum leverde een stukje op. (**) Tot vandaag heb ik ook onthouden wat ik aan ’t doen was toen Armstrong op 21 juli 1969 op de maan voet aan wal zette. Laat het me je vertellen.
Het was zomer, we waren jong en dus aan ’t feesten, Michael, Neil, Buzz en ik. Na de obligate kroegentocht waren we in dancing Cosmo aan de toog blijven plakken. Veel volk, want 21 juli is aan de kust het absolute toppunt van het zomerseizoen.  We wierpen benevelde blikken naar de meiden die zich uitdagend rond de dansvloer ophielden. Dansen wilden wij echter niet, want straks werd de maanlanding op de TV uitgezonden. Neils ouders waren ’t land uit en hij had het huis vrij. Daar zouden we, zo hadden we afgesproken, die uitzending bekijken. Daar was het nu nog een beetje te vroeg voor. We hadden nog een uurtje vol te maken.
Terwijl dat uur vorderde werd mijn lonkende blik opgevangen door een wondermooie Walin die me stoutmoedig in de ogen keek. En keek. En bleef kijken.
Ik was twintig en had daartegen geen verweer. Maanlanding of niet, ik schoof voorzichtig in haar richting op, tot wanneer de feromonen het helemaal overnamen en ik haar, tegen de televisieafspraken in, toch ten dans vroeg. Ik werd daarin geholpen door Tom Jones die de hit Love Me Tonight inzette met de toepasselijke zin: I know that it's late and I really must leave you alone. Als uitnodiging voor een vluggerdje valt er geen betere openingstekst te bedenken.
Om een lang verhaal kort te maken: ik nam de mooie Walin met me mee naar het huis van Neil. (Yes I know that our love is too new, but I promise it's going to be true.) 
Terwijl Michael en Buzz zich daar in de sofa nestelden en Neil de televisie scherp stelde, zocht mijn ondernemende Walin een geschikte kamer uit op de bovenverdieping. Terwijl de song van Tom Jones door mijn hoofd bleef spoken, volgde ik in haar spoor: ‘Please let me stay and don't you send me away, oh no, no.
In de slaapkamer van Neils ouders gingen we helemaal uit de bol, mijn Walin en ik. Zij bleek er heel bedreven in te zijn en ik liet het initiatief helemaal aan haar over, want ik was maagd, het was mijn eerste keer en ik moest uiteraard nog alles leren. Ik leerde daar bijvoorbeeld een pak Franse woorden die ik nooit eerder gehoord had (en die ik later, vreemd genoeg, ook niet in het woordenboek kon vinden).
Lang duurde het allemaal niet, want ik moest, zoals gezegd, nog alles leren. Net op het ogenblik dat Neil riep: ‘Vlug, kom vlug naar beneden, jullie missen de maanlanding. Kom!’… kwam ik klaar. Wat Armstrong daar verder op het scherm ook over gezegd mag hebben, voor de mensheid was dat maar een kleine stap, maar voor mij was ’t een reuzensprong.
Flor Vandekerckhove

Een reactie plaatsen