woensdag 6 augustus 2014

Dit zijn de regels

‘De rode morgenzon blonk twijfelachtig in het oosten, en was nog met een kleed van nachtwolken omgeven, terwijl haar zevenkleurig beeld zich glinsterend in elke dauwdruppel herhaalde; de blauwe dampen der aarde hingen als een onvatbaar weefsel aan de toppen der bomen, en de kelken der ontwelkende bloemen openden zich met liefde om de jongste straal van het daglicht te ontvangen.’ 
Dat veredelde weerbericht is absoluut niet bruikbaar om er een boek mee aan te vatten, zegt Elmore Leonard. Deze succesvolle Amerikaanse pulpschrijver heeft ‘10 rules of Writing’ geschreven. Bovenaan staat: je mag nooit een boek openen met het weer. Nochtans is het met bovenstaande zin dat Hendrik Conscience De leeuw van Vlaanderen opent. Is Conscience dan een slechte schrijver? Sommigen zeggen van wel, anderen van niet, maar niemand kan beweren dat De leeuw een onbetekenend boek is. Het heeft zijn auteur in Vlaanderen wereldberoemd gemaakt en het werd tot lang na diens dood gelezen; het boek is belangrijk geweest voor de ontwikkeling van het Vlaamse nationalisme. Ik mag daar wel een tegenstander van zijn, maar ik mag niet zeggen dat het boek geen maatschappelijke invloed heeft uitgeoefend. Het is daarenboven ook een boeiende ridderroman die ik in mijn jeugd graag gelezen heb. En ja, het start met het weer.
Ik zie dat Conscience trouwens ook Leonards tweede regel aan zijn laars lapt: vermijd prologen. Wie De leeuw begint te lezen moet normaliter eerst door Consciences voorwoord heen, een bittere pil trouwens, waarin hij het over de ‘transferts’ van Vlaanderen naar Wallonië heeft. Neen, er is niets nieuws onder de Vlaams-nationalistische zon.  
Elmore Leonard mag dan een pulpschrijver zijn, hij heeft wel keiharde meningen. Regels drie en vier: gebruik alleen maar het werkwoord zeggen om een dialoog doorheen de tekst te voeren, gebruik geen bijwoorden om dat zeggen bij te kleuren.  Vijf: hou je uitroeptekens onder controle. Ik denk niet dat Louis-Ferdinand Céline van deze regel op de hoogte was toen hij Dood op krediet schreef. Zes: Gebruik nooit het woord ‘opeens’ of ‘ de hel brak los. Dat is spijtig, want elke schrijver die vastraakt wordt veel geholpen door een zin als: ‘Opeens ging de bel.’ Waarna alles weer mogelijk wordt. Zeven: wees spaarzaam met dialectwoorden. Daar staat Finnigans Wake van James Joyce nochtans vol van, er staat zelfs verkeerd begrepen Oostends dialect in dat boek. Acht en negen zijn er die Marcel Proust in zijn zak mag steken: vermijd gedetailleerde karakterbeschrijvingen en hou je niet onledig met het uitvoerig beschrijven van plaatsen en dingen. Leonard besluit met een raad die ik alleen maar kan beamen: probeer weg te laten wat lezers in een boek neigen over te slaan. Wanneer die lezers echter lezen zoals ik dat doe, dan krijg je wel zeer, zeer dunne boekjes.  
De tien regels van Elmore Leonard inspireerden in 2010 de Britse krant The Guardian om een aantal auteurs te vragen wat hun persoonlijke do’s and don’ts waren. Onder anderen Elmore Leonard, Diana Athill, Margaret Atwood, Roddy Doyle, Helen Dunmore, Geoff Dyer, Anne Enright, Richard Ford, Jonathan Franzen, Esther Freud, Neil Gaiman, David Hare, PD James en AL Kennedy gingen op de invitatie in.
Ian Rankin geeft beginnende schrijvers de raad om hardnekkig te blijven proberen. Hij wordt daarin bijgetreden door Jeanette Winterson: stop nooit wanneer je vastzit: blijf proberen! Geoff Dyer denkt daar helemaal anders over: als ’t niet gaat dan moet je iets anders doen. Hij is ook van mening dat je best een computer gebruikt omdat die je schrijffouten corrigeert. Annie Proulx daarentegen is van oordeel dat je beter zonder computer schrijft. Michael Moorock meent dat een schrijver alles moet lezen waarop hzij de hand kan leggen, Will Self daarentegen meent dat je beter ophoudt met het lezen van fictie (’t zijn toch allemaal leugens). Deze Will raadt je wel aan om altijd een notitieboekje bij de hand te houden. Dat vindt AL Kennedy onnodig: ‘the good things will make you remember them.’
En dan moet ik nog het boekje van Mereith Maran beginnen lezen. In Why We Write stelt ze een gelijkaardige vraag aan twintig auteurs, maar ze voegt er ook nog eens de waarom-vraag aan toe. Ondertitel: hoe en waarom doen ze wat ze doen. Ongetwijfeld vallen ook daar veel tegenstrijdigheden in te ontdekken, want de waarheid is natuurlijk dat er geen regels zijn. Schrijven is de anarchistische daad bij uitstek. Literatuur groeit & bloeit dank zij het overtreden — over-treden — van de regels: eerst leer je de regels kennen en dan treed je erover.
Schrijven? Er zijn uiteraard ook veel redenen te bedenken waarom je het niet zou doen. De zuipschuit Charles Bukowski maakte daar een mooi gedicht over. Ter lering heb ik het hieronder gezet.
Flor Vandekerckhove



Een reactie plaatsen