dinsdag 5 augustus 2014

Veertig

— Mijn dochter is een fanaticus — 
Nog voor ze tien geworden was wist ik dat mijn dochter een fanaticus was. Ze was nog maar acht of negen toen ze al niet meer met me naar de kerk wilde. ‘Neen,’ zei ze, ‘want de pau is daar enzo. Ik blijf liever thuis.’ Ik dacht dat ze het over de buren had. Op dat erf woonde de kleine Ivan, een leeftijdgenootje waarmee ze nu en dan in onmin leefde. Omdat ik haast zeker wist dat de familie Depauw niet kerkelijk was, drong ik een beetje aan. ‘Ik heb Depauw daar nooit gezien,’ zei ik, ‘ik denk niet dat Ivan daar zal zijn.’ Ze reageerde fel op zoveel onbegrip: ‘Ivan niet, maar de pau wel,’ riep ze, ‘hij is daar elke keer!’ Mij was dat dus nooit opgevallen en daarom vroeg ik: ‘En waar zit die dan wel elke keer?’ Ze rolde met haar ogen, ten teken dat ze me ook altijd alles moest uitleggen: ‘Hij zit niet, hij staat daar in een lang kleed met zijn armen te zwaaien.’ De pastoor? ‘Ja,’ zei ze, ‘de pau.’ Waarmee ze, zo begreep ik nu, de paus bedoelde. Ik zei het al: een fanaticus.
Het beterde niet toen ze ouder werd. Ze was nauwelijks zestien toen ze al ging samenwonen, met een — hoe moet ik dat zeggen? — hier zeggen we een brünn, ja ze ging samenwonen met een brünn. Zelf had ik liever gehad dat het met iemand van hier geweest zou zijn, met Ivan Depauw bijvoorbeeld die inmiddels een carrière bij de politie ambieerde; vast werk, vast inkomen. Maar Ivan bleef thuis wonen, op de boerderij bij zijn ouders en mijn dochter koos zowat voor het omgekeerde: samenhokken, in de stad, met een brünn. Werkloos uiteraard, ongetwijfeld een drugsdealer. Ze bewees daarmee eens te meer dat ze een fanaticus was.
Van studeren kwam daardoor niets in huis en toen ze twintig werd maakten haar moeder en ik ons grote zorgen omtrent haar toekomst. Op het erf kon ze niet blijven, want ze had nog nooit een koe gemolken. Moeder zei dat onz' dochter actrice wilde worden, want trendgevoelig als ze was voorvoelde ze dat de Vlaamse film over afzienbare tijd zou boomen. Zelf vond ik dat een belachelijke gedachte. ‘Ze zou dan beter coiffeuse worden’, zei ik tegen haar moeder, ‘het haar van de mensen boomt al sinds mensenheugenis, het zal altijd blijven boomen en er zullen altijd coiffeuses nodig zijn om dat te knippen.’ Maar dat vond haar moeder een te mercantiele benadering. Ik zei er verder maar niets over, want ik was al lang blij dat ze inmiddels van bij die brünn weg was.
Mijn dochter werd geen coiffeuse. Dat was haar niet fanatiek genoeg. Actrice werd ze evenmin. Ze werd een fanatieke beroepsactiviste. Ik mocht thuis geen gas meer gebruiken dat uit Rusland kwam, geen diesel uit Nigeria, geen sinaasappelen uit Israël, geen genetisch gemanipuleerd veevoer uit Amerika, geen stroom van Electrabel, geen kleren die in India gemaakt werden, geen pillen die ik op ’t internet kon kopen, geen vis die overbevist werd, geen kweekvis uit Vietnam, geen Renault, later geen Volkswagen, nog later geen Ford, omdat die hier om beurten hun fabrieken weghaalden… Zelfs toen ze al moeder geworden was en een kind (van een drummer!) op te voeden had, zelfs toen trok ze nog naar het zuiden van Frankrijk, de bergen in, om daar lijfelijk te beletten dat er in Millau een viaduct gebouwd kon worden die mijn jaarlijkse tocht naar het zuiden met een half uur zou inkorten. Een fanaticus!
Inmiddels is mijn dochter veertig geworden. Ze geeft daarom een feest. De uitnodigingen zijn onderweg. Mijn zoon heeft me al verwittigd: op die invitatie staat een naaktfoto. Van haar! Veertig! Naakt! Een fanaticus zeg ik.
Flor Vandekerckhove




Een reactie plaatsen