zondag 4 oktober 2015

Het pad waarvan de boeken spreken



 Op kamp in Nijlen, 1965 — 1. Chris Stuyts (†); 2. Marc Loy; 3.Gilbert Boey; 4. ‘Jocketje’; 5. Ivan Schamp; 
6. Roland Vanmassenhove; 7. Jan Vangeluwe; 8. Koenraad Leveque (†)9. Flor Vandekerckhove
10. Lucien Leroy; 11. Erik Poppe; 12. Willy Versluys; 13. Hugo Pauwels; 14. Danny Crabeels; 
15. Bert Tas; 16. Serge Schout; 17. Paul Vangeluwe; 18. Lucien Geryl. —

Soms moet er echt niets aan toegevoegd worden. We volgen de vijftienjarige François Seurel op diens tocht, een queeste waarin zijn zeventienjarige vriend Le Grand Meaulnes hem voorgegaan is. Dit is het punt waarop ook bovenstaande jongens zich bevinden: een mysterieuze tussentijd, ergens tussen klein en groot. Een fietstocht, een bos, een landhuis, een avontuur, een momentum.
‘Soms is er een klein stukje fijn zand waar ik loop. En in de oneindige stilte hoor ik een vogel — ik verbeeld me dat het een nachtegaal is, maar dat kan niet, want die zingen alleen ’s avonds — een vogel die hardnekkig hetzelfde wijsje blijft fluiten: stem van de ochtend, zacht gesproken woord in de schaduw, lieflijke uitnodiging tot een reis tussen de elzenbomen. Onzichtbaar en koppig schijnt zij mijn tocht onder de bladeren te begeleiden.’
‘Voor het eerst ben ook ik nu op avontuur uit. Het zijn geen schelpjes meer, door het water achtergelaten, die ik onder toezicht van meneer Seurel zoek, geen kruiden die de onderwijzer niet kent, zelfs geen uitgedroogde bron, zo diep verborgen onder de bladeren en zoveel onkruid dat het elke keer meer tijd nam haar te vinden, zoals die op het land van de oude Martin… Ik zoek iets nog geheimzinnigers. Het is het pad waarvan de boeken spreken, de oude, verborgen weg, die de uitgeputte prins niet heeft kunnen ontdekken. Die vind je op het meest verloren ogenblik van de ochtend, als je al lang vergeten bent dat het elf uur wordt, en twaalf uur… En plotseling, als je met aarzelende handen, ter hoogte van het gezicht, de takken van het dichte lover uiteenschuift, heb je hem voor je, als een lange, sombere laan, waar je aan het uiteinde een kleine, ronde lichtplek ontwaart.’
Na je zestigste moet je dat boek herlezen. Je moet !
Flor Vandekerckhove

Alain Fournier. Le Grand Meaulnes. In ’t Nederlands vertaald door Max Nord als Het grote avontuur.



Een reactie plaatsen