donderdag 8 oktober 2015

In memoriam Camiel Vandekerckhove

Wanneer deze foto gemaakt werd weet ik niet. Ik heb lang gedacht dat het vóór WO II was, maar ik zie nu dat de kerk van Bredene-Duinen, op de achtergrond, al helemaal gebouwd is, dus dateert de foto ten vroegste van 1946. We zien het gezin van Zoë Van Lysebettens en Edmond Vandekerckhove, in een sneeuwlandschap. Bovenaan, van l. nr r.: Marcel (†), Zoë (†), Alice, Edmond (†). Onderaan: Camiel (°Bredene, 22.09.1932 - †Oostende, 20.09.2015), Erna, Jenny.

Het was vrijdagmorgen en de klok sloeg tien. Telefoon. Of ik wel eens in mijn brievenbus kijk? En of ik dat deze week al gedaan had? Of ik wist dat Camiel overleden was? Of ik naar de dienst zou komen? Of ik wist dat die om 10 uur zou doorgaan — de daaropvolgende dag. Of ik na de dienst zou blijven eten? Maar dat het laatste geen verplichting was.
Uiteraard kijk ik in mijn brievenbus. Neen, daar was geen doodsbrief in gevallen. Neen, dat nonkel Camiel overleden was wist ik niet. Waar die dienst zou doorgaan wist ik evenmin. Over dat eten moest ik eerst een beetje nadenken, ook omdat het zo uitdrukkelijk geen verplichting was. En dat ik een extra doodsbrief zou krijgen. Ik moest beloven dat ik in m'n brievenbus zou kijken.
Ik legde de telefoon neer, keek voor alle zekerheid nog eens in de brievenbus en dacht aan nonkel Camiel die me een keer, toen ik tien was, in de bakfiets meegenomen had, om er vlug een te gaan kraken in café Sportwereld. Nonkel Camiel die me, toen ik twaalf was, naar het voetbal van A.S. Oostende meenam, waarvan hij een vurig supporter was. Nonkel Camiel die van mij een mens gemaakt had — een van de weinigen! — die in de XXIste eeuw nog altijd Een kusje bij het autobusje kan zingen, en dat tot ergernis van mijn vriendin: ik hou je vast omklemd tot het autobusje remt, / je stapt op de marchepied en trekt me met je mee, / je hangt al aan 't lusje en geeft me nog een kusje / ting, ting, doet de bel: schat slaap wel. Vooral dat ting, ting, doet de bel is onvergetelijk. Van nonkel Camiel komt ook de merkwaardige uitdrukking: Al wie geen haar heeft is een puit!, een kreet die nergens op slaat, maar waarmee ik in mijn studententijd toch veel succes gehad heb.
Mijn vader had veel gemeen met Camiel, zijn jongere broer, zelfs de stem. Kort nadat mijn vader gestorven was, kreeg ik een telefoontje van Camiel en ik dacht waarlijk dat ik mijn vader hoorde spreken. Een ervaring uit de twilightzone! Ook wij hadden veel gemeen, Camiel en ik. We konden fantaseren als geen ander. En we dronken graag een pint (in mijn familie dronken alle mannen graag een pint.) Zelf dronk ik zo graag een pint dat ik er al lang mee opgehouden ben. Fantaseren daarentegen doe ik nog altijd, daarvan getuigen ook veel stukjes in deze blog.
Naar die uitvaartdienst ben ik niet geweest en naar dat diner evenmin, want dat kreeg ik niet meer georganiseerd. Ik was, eerlijk gezegd, ook een beetje te veel in mijn gat gebeten — dat is een West-Vlaamse uitdrukking — om het nog te willen organiseren. En het had het bijkomende voordeel dat ik aan de tralala van de pastoors ontsnapt ben, wat ik anders ook wel gedaan zou hebben.
Ze hadden me gemist, zegden ze achteraf. En het was niet met opzet gebeurd. De doodsbrief was wel verstuurd, maar hij was helaas niet gearriveerd. Ah de post! Het gebeurt wel meer dat dingen niet aankomen. Ook mijn belastingbrief, die ik ruim op tijd verstuurd heb, is nog altijd onderweg, zo vernam ik van overheidswege. En da’s ieder jaar weer hetzelfde. Zwijg me van de post!
Flor Vandekerckhove

Louis Baret: Geef mij nog een kusje. (ca 1954)
Een reactie posten