donderdag 8 oktober 2015

De lijn

In Gent heb ik de keuze tussen de 3 en de 9. De 9 toert rond de stad en rijdt daardoor zachter dan de 3 die er dwars doorheen rijdt. Toch neem ik liever de 3 en niet alleen omdat die er minder tijd over doet. De 9 rijdt soepel, in een grote bocht rond Gent, over een egaal wegdek en, aan de overkant van de Brugse Steenweg, in en rond de betere wijken van Mariakerke, waar ze wellicht allemaal Je suis Charlie zijn, mensen die beter dan de moslims weten wat er in de Koran staat: je suis Etienne. Keurige huizen, keurig afgereden gazons, een beetje zoals het keurige wegdek, en borden die buschauffeurs aanmanen keurig hun snelheid te minderen omwille van de keurige kinderen. De 9 neem je aan Sint-Pieters en je moet er lang op wachten, zo lang zelfs dat er soms twee achter elkaar aankomen, een volle en een lege. Iedereen moet in de volle. Je leest het, alles aan de 9 is vervelend: het wachten, de omweg, de duur, het effen wegdek, het effen volk, de wijken die je kruist, die lege bus achter de volle… 
De 3 is anders. Die zit vol mensen die zelden Je suis Charlie zijn, volk dat luid telefoneert in talen die me vreemd zijn, terwijl de kinderwagens naast elkaar staan. De 3 neem je aan de Dampoort, vlak bij een plek waar daklozen, bierblik in de hand, de naderende winter bespreken, en van daaruit voert hij je dwars door Gent, zelden via dezelfde route, omdat daar altijd wel ergens een straat open ligt, altijd over hobbelige wegen, altijd hevig schokkend, omdat ze de Gentse binnenstad maar niet egaal krijgen. Op zo’n bus moet je de goeie plaatsen bezetten, want de 3 is slecht voor de vering en voor je rug.
Haast elke keer ontwaar ik op die weg mensen die ik meen te herkennen uit lang verleden tijden, wat niet zijn kan, want mensen kunnen niet dertig jaar lang onveranderd blijven. Misschien zijn het hun kinderen. Ze navigeren met omafietsen doorheen het stof, fijn en ander, van drukke straten waar veel winkels Market heten en waar je verschillende soorten waterpijpen kunt kopen, waar het vlees honderd procent halal is en affiches je oproepen om voor Fatima te stemmen. Een frituur die Pitta Bassan Baba heet, dagwinkels die nachtwinkels zijn en een café waarop de mededeling White Trash Only niet zou misstaan. Dikke mannen die tien meter voor hun dikke vrouw uitlopen. Kinderen met dikke snotneuzen en snotneuzen met dikke kinderen.
Wat me aan de 89 laat denken. Da’s de nachtbus die ik wel eens placht te nemen wanneer ik in Oostende naar de film geweest was. Een bus die me, via de Opex en de Groenendijk, uit Oostende weer naar huis bracht, waar ik net op tijd aankwam om nog rap de Uitzending van derden mee te pikken, een programma dat speciaal gemaakt werd voor het slapengaan. Die bestaat nu niet meer, de Uitzending voor derden, evenmin als het gratis lijnabonnement dat ik vroeger van de socialisten kreeg. We moeten nu allemaal besparen en een Golf Diesel van Volkswagen kopen, dat is beter voor het kapitaal. Op de 89 heb ik eens een vader met zijn kind gezien, twee tieners die samen een stapje in de wereld gezet hadden. Dat houd je niet voor mogelijk, maar ik heb het toch gezien. Ze hadden beiden zo’n cap op het hoofd, en de vader zag er net iets ouder uit dan zijn zoon; twee zwartrijders.
Flor Vandekerckhove
Een reactie plaatsen