zaterdag 21 juli 2018

De coiffeur van James Ensor en van mij

— Duinenstraat Bredene. Nu is 't daar
een tattooshop, maar in mijn prille
kindertijd was 't een kapperszaak. —
Nu is daar een tattooshop, maar in mijn prille kindertijd was ’t een kleine kapperszaak. Die werd uitgebaat door François Van Outryve, door ons ’t coiffeurtje genoemd. Ik herinner me die mens en na enig doordenken herinner ik me ook zijn echtgenote; een ouder koppel, aan het einde van het actieve leven.
François Van Outryve was onze buurman en hij was mijn eerste coiffeur. Ik herinner me dat de mij opgelegde coupe en brosse heette, kort geknipt haar dat achterover werd gekamd. Mede door een ietwat pijnlijk aangebrachte harde zeep bleef het borstelig rechtstaan.
’t Coiffeurtje was een minzaam man. Van hem kreeg ik regelmatig kapotte spullen cadeau, door mijn moeder brol genoemd, maar waarmee ’t wel leuk spelen was. Ronduit indrukwekkend was de filmprojector die hij me schonk, inclusief filmpjes die de projector helaas niet weer oprolde, zodat de vloer na ’t bekijken van zo’n filmpje vol pellicule lag. Al die filmpjes toonden beelden uit de kolonie, want ’t coiffeurtje had een zoon die missionaris (geweest?) was.
Die zoon herinner ik me niet, maar doordat hij memoires gepubliceerd heeft, weet ik dat hij Lucien heette. Die memoires bevinden zich hier in het Oostendse stadsarchief.
Enkele dagen geleden wees Luc Blomme me erop dat François Van Outryve zich de coiffeur van James Ensor mocht noemen. Ten bewijze voegde hij er een kopie van een tekening bij, een zelfportret van Ensor waarin deze de lof van ’t coiffeurtje bezingt: François Van Outryve possède plusieurs mains pour raser, peigner, arroser, frictionner, bouchonner, étriller, doucher, asperger, torchonner le Br.James, son client récalçitrant et content.’ En getekend door de meester zelve.
De baron kwam uiteraard niet naar de Duinenstraat in Bredene om zich te laten bijknippen. Dit is wat de memoires van Lucien Van Outryve me daarover leren: Ik ben geboren in de Langestraat 44 op 9 December 1923 op de plaats waar nu het Europacentrum staat. (…) Er waren dancings, cinema’s, er werd al eens een robbertje gevochten, maar alleen 's nachts, en meestal zonder veel schade. En het was een handelsstraat, toch zeker van het Kursaal tot de Capucijnenstraat. Mijn vader was er kapper, dames en heren, en verdiende de kost voor zeven monden, want na mij kwamen er nog vier meisjes bij.’ Het is daar, in de Oostendse Langestraat, dat 't coiffeurtje Ensors haar mocht knippen. Betalen deed de baron, minstens één keer, in natura.
Luc Blomme kreeg de kopie pakweg veertig jaar geleden van zijn schoonzus, een verpleegkundige die in Brugge een Van Outryve placht te verzorgen. Zegt Luc daarover: ‘In die tijd waren fotokopieën uitsluitend zwart/wit, maar Van Outryve had de kopie achteraf zelf zo getrouw mogelijk ingekleurd.’
Enter Karel Mestdagh, zoon van Francine Van Outryve die destijds in de Duinenstraat mijn — toen al volwassen — buurmeisje was: De tekening werd inderdaad door James Ensor gemaakt voor mijn grootvader. Ensor was regelmatig klant, en mijn moeder vertelde met trots dat ze nog op zijn schoot had gezeten. De originele tekening heeft na de dood van mijn grootvader altijd bij nonkel Lucien aan de muur gehangen. Lucien deelde ook met groot enthousiasme kopieën van de tekening uit. Mijn broers, mijn zus en ikzelf hebben er allemaal een hangen. Toen nonkel Lucien naar het woonzorgcentrum verhuisde heeft hij het origineel aan zijn jongste zus Liliane gegeven. Het hangt nu in de inkomhall van haar huis in Somerset, Kaapstad Zuid Afrika, waar ze al vele jaren woont.’
Flor Vandekerckhove


Een reactie posten