vrijdag 25 mei 2012

Plaats voor velo’s

Bredene, het erf van boer Lagast. Geen plaats voor velo's meer.
Lang geleden, toen ik een knaap was, woonden mijn ouders in een straat die toepasselijk Duinenstraat heet, een verbindingsweg tussen het hinterland en de Noordzeeduinen.  Het was een drukke straat, niet in het minst tijdens de zomervakantie wanneer honderden dagjestoeristen via die straat naar de kust afzakten.  Dat afzakken gebeurde veelal per fiets, want ik heb het over een tijd waarin auto’s alleenlijk gekocht werden door mensen die daar echt nood aan hadden (alsmede door rijkaards, maar die kwamen niet naar Bredene, die gingen elders zonnen).
Tussen mijn ouderlijk huis en dat van de buren lag een afgesloten stuk grond te wachten op bebouwing. Aan de poort hing een bordje waarop Plaats voor velo’s aangekondigd werd.  Elke zondagmiddag werd naast dat bord een stoel gezet en op die stoel zat ik.
Kort na het middageten kwamen ze toegestroomd.  Ze kwamen van heinde en ze kwamen van ver; van Oudenburg en Westkerke, Ichtegem en Eernegem, van het Sas en van het Dorp; vaders met hun zoon op de buis, moeders met hun dochter op de bagagedrager, bromfietsers die zwoeren bij het onvolprezen merk Superia, jonggezellen, veel mannen die Wervik rookten en vrouwen met een hoofddeksel dat foulard heet en hun permanent beschermde tegen ’t zand. 
A rato van vijf frank konden ze hun fiets bij ons achterlaten. Op zonnige topdagen werden er zodoende vele tientallen en (in mijn misschien wel vervormde herinnering) zelfs meer dan honderd fietsen aan mijn hoede overgelaten.
En er was concurrentie. In diezelfde straat, vijftig meter voor ons huis, stond de woning annex woonerf van boer Jerome Lagast.  Ik herinner me dat daar jaarlijks graan gedorst werd. Voor de rest gebeurde er op dat erf niet veel. Dus was ook daar plaats voor velo’s.  Daar werden de zaken geregeld door Martha, een leeftijdgenote van mijn ouders en dochter van de oude Jerome.
Martha heeft het lang volgehouden.  De grond naast mijn ouderlijke woning was al lang bebouwd, zelf was ik al een man op zijn retour, boer Jerome was al lang dood & begraven, maar Martha bleef pal naast haar bordje Plaats voor velo’s staan. 
Jaarlijks verminderde het aantal fietsen dat op het erf van Lagast geparkeerd werd.  Kwam dat doordat het fietsslot intussen uitgevonden was?  De tijd had inderdaad niet stilgestaan, al was dat aan de kledij van Martha niet te zien.  Het merk Superia bestond niet meer.  De mensen uit de polderdorpen namen nu het vliegtuig naar Benidorm. Het zal vooral aan het toenemende autobezit gelegen hebben…
Het kon hoe dan ook niet blijven duren. Toen ik na veel omzwervingen terug in Bredene kwam wonen, zag ik haar nog altijd naast het bordje staan, waarop nu evenwel geschreven stond: Plaats voor auto’s.
Flor Vandekerckhove
Wie op een van onderstaande labels drukt vindt in de blog nog soortgelijke verhalen

Een reactie plaatsen