woensdag 25 juli 2012

Henriëtte & de missing link


Het sanatorium Marin op de Driftweg te Bredene
In 2006, kort voor mijn moeder sterft, kom ik tot de verontrustende conclusie dat ik nauwelijks iets over haar verleden afweet, haar afkomst, kindertijd, jeugdjaren… En hoe heeft ze Marcel leren kennen, de man die haar echtgenoot wordt en kort daarna mijn vader?
Aan die vader, al in 1989 overleden, kan ik het niet meer vragen, maar tussen moeders papieren vind ik documenten die me haar verleden kunnen verhelderen. Ik vul ze aan met de verwarde herinneringen die ze me er nog bij kan vertellen. Het wordt een wedloop tegen de tijd, want dr. Alzheimer luistert in toenemende mate met ons mee.
Henriette wordt, zo leert mij haar trouwboekje, op 5 maart 1923 in Gent geboren als dochter van Josephus De Clercq en Adelaïde Adolphina Joanna Hofman.
Zelf heb ik die Joseph nooit gekend. Moeder beweert dat het een mooie man was, maar het is vooral duidelijk dat Adelaïde (Aline) er geen goeie partij aan heeft, want in de Gentse wijk Ekkergem groeit de kleine Henriette op in wat al vlug een éénoudergezin werd. Vader Joseph — Tjeef — gaat er al gauw weer vandoor om zich fulltime te weiden aan het consumeren van sterke drank en lichte meisjes. Zo godsvruchtig als strijkster Aline is, zo wild is nachtwaker Joseph.
De jaren dertig zijn crisisjaren en het armlastige gezin moet buiten de stad gaan wonen om aan eten te geraken. Op zoek naar een onderkomen komen Aline en haar dochter in Oedelem terecht waar Aline huishoudster wordt. Nadat de eigenares van dat huis overleden is, moet er weer werk gezocht worden en die zoektocht leidt de twee in 1934 naar Bredene waar dr. Blanckhoff het sanatorium Marin uitgebouwd heeft. Aline wordt er strijkster en haar dochter begint in Bredene school te lopen.
In 1920 heeft de ‘Association Nationale Belge contre la Tuberculose’ het voormalige hotel Glibert langsheen de Driftweg aangekocht. Al heel vlug breidt het sanatorium uit en langs de zuidzijde worden terrassen gebouwd. Bedlegerige patiënten worden er in hun bed naartoe gerold en krijgen er een zonnekuur.
Mijn moeder is elf wanneer ze te Bredene aankomt. Henriëtte speelt met de autochtone jeugd en met de kinderen die in het sanatorium verblijven. In de bescherming van dat instituut geraken Aline en haar kind zonder veel kleerscheuren doorheen de crisisjaren. Zo groeit Henriette op tot een jonge vrouw van zeventien die in de werkzaamheden van het sanatorium ingezet wordt.
Haar eerste vriendje is wellicht Henri Bogaert, waarvan ik voor het eerst hoor wanneer ze de tachtig al voorbij is. Dat deze Henri indruk op haar gemaakt heeft is een feit, want op het einde van haar leven verwart ze de mens voortdurend met haar overleden echtgenoot Marcel.
Op 1 mei 1940 verwerft ze het stamboekje van de ambulanciers van het Rode Kruis. De opleiding loopt van 2 juni tot 11 juli 1940 in het ‘Hopital Croix Rouge à Clermskerke’ en dokter Blanckhoff merkt in de marge op dat Henriette De Clercq een ‘bon élément’ is.
Het uitbreken van WO II betekent het einde van het sanatorium. Patiënten en personeel vertrekken om aan het oorlogsgeweld te ontsnappen. In de kortste keren wordt het gebouw leeggeplunderd en na de oorlog blijft er slechts een ruïne over. Tegen het begin van de jaren vijftig is alles opgeruimd en worden de gronden verkaveld.
Vanuit het sanatorium trekt het hele gezelschap met de tram naar De Panne, waar Aline en Henriëtte voorlopig in een hotel ondergebracht worden. Daar krijgen ze de raad om naar hun plaats van herkomst terug te keren. Aline en Henriëtte trekken met hebben en houden naar Gent (ze doen het met de vrachtwagen van de familie Vandekerckhove, wat betekent dat ze Marcel al kent).
Over de oorlogsjaren van Aline en Henriette is mij verder weinig bekend. Ik probeer die gegevens wel nog uit het wrakke geheugen van moeder te vissen, maar het gaat van kwaad naar erger. Feit is dat persoonlijk contact tussen de kust en het binnenland tijdens die oorlog verbroken wordt. De kust wordt door de Duitse bezetter uitgeroepen tot ‘Sperrgebiet’. Alleen wie een speciale pas heeft kan uit het binnenland naar de kust komen en omgekeerd. Dat ze tijdens die oorlog Marcel nog gezien heeft is ook weinig waarschijnlijk omdat hij in de loop ervan door de bezetter verplicht wordt in Duitsland te gaan werken.
Aline en haar dochter worden in Gent opgevangen door een tante Romanie, maar daar kunnen de twee niet lang blijven. Hebben ze vervolgens de oorlog in Gent doorgebracht? Dat kan, want op 25 juni 1946 behaalde ‘Mej. De Clercq Henriëtte’ het bewijs dat ze in de Gentse Volkshogeschool van bestuurder A. Mussche met voldoening de ‘overgangsproef Fransch II’ aflegt. Ze is 23.
Hoe Henriëtte vervolgens, na de oorlog, weer naar Bredene afgezakt komt, is onzeker. Wel weten we dat ze vlak voor de vlucht voor het oorlogsgeweld een aantal persoonlijke bezittingen ten huize Bogaert achtergelaten heeft en dat ze na de oorlog met een groep vriendinnen naar Bredene gefietst is, waar ze enkele dagen bij dat gezin verblijft of… althans soep gekregen heeft (alleen dat laatste herinnert ze zich goed). De Gentse meiden hebben in Bredene de bloemetjes buitengezet, waarschijnlijk naar aanleiding van de plaatselijke kermis of tijdens het zomerseizoen, en Henriette gaat er dansen, in gezelschap van de autochtone meisjes.
Het kindrijke gezin Vandekerckhove woont in de Duinenstraat waar vader Edmond en moeder Zoë een groentewinkel uitbaten. Een van Henriettes vriendinnen is Alice, de zuster van Marcel, en waarschijnlijk hebben Marcel en Henriëtte elkaar via zuster Alice, beter leren kennen, misschien wel in alle betekenissen van het woord.
Wie haar in Gent vervolgens is komen ‘halen’ is haar niet meer duidelijk. Soms zegt ze dat het mijn vader is, maar dan blijkt ze Marcel en Henri Bogaert weer met elkaar te verwarren. Dit is meteen de ‘missing link’ uit haar persoonlijke geschiedenis. Zelf vermoed ik dat het wel degelijk Marcel is die, nadat hij had vernomen dat Henriëtte zwanger is (een gevolg van de danspartij?), haar ten huwelijk komt vragen.
Feit is dat ze uiteindelijk, op 11 september 1948, in Gent getrouwd is met de Bredenaar Marcel Vandekerckhove. Het is ‘van moeten’, want nauwelijks vijf maanden later word ik geboren.
Flor Vandekerckhove 

Geen opmerkingen: