donderdag 5 juli 2012

Garage Achille

Garage Achille. Voor de poort staat Jozef
Rosseel, gemeenzaam Tsjeppen genoemd.
In de Duinenstraat te Bredene, op het nummer 313, waar nu het flatgebouw De Dijk staat, werd eertijds de garage Achille uitgebaat. U hebt het al begrepen, dit is weer een stukje over de dingen die voorbijgaan… voorbijgegaan zijn.
De garage werd genoemd naar Achille Goethals die er, nog vóór de Tweede Wereldoorlog, de eerste eigenaar van was. De mens ging aan zijn ondernemingsdrift failliet en het gebouw werd aangekocht door de familie Vanblaere.
Henri Vanblaere (°1911) zou de garage verder uitbaten tot hij in 1942 door de Duitse bezetter naar het concentratiekamp Gros Rosen weggevoerd werd waar hij als politieke gevangene op 11 december 1944 om het leven gebracht zou worden. Op het internet komt zijn naam inderdaad voor op een lijst van Belgen die door de Duitsers geliquideerd werden (www.degefusilleerden.be). Zijn naam wordt eveneens vermeld op een gedenksteen die zich nabij de openbare bibliotheek van Bredene bevindt.
Henri Vanblaere liet een echtgenote na en twee dochters. Een ervan, Aline, stierf bitterjong en ook zijn echtgenote leefde niet lang. De andere dochter, Mireille, werd verder opgevoed door de grootouders.
Al wat ik hierboven over die garage schrijf, heb ik onlangs vernomen van mijn nicht Nadine. Maar ik herinner me zelf ook veel van de mensen die erbij betrokken waren. 
Als kind woonde Nadine boven de garage die na de oorlog uitgebaat werd door haar vader Robert Vansieleghem. Hij was getrouwd met Alice Vandekerckhove, zuster van mijn vader.
Ik herinner me Mireille Vanblaere die het imago meetorste een vrijgevochten wicht te zijn waarmee het, dixit mijn vader, slecht zou aflopen. Die zag zijn vooroordeel bevestigd op de dag dat ze zich in Bredene in een open sportwagen vertoonde, aan de zijde van een oudere, duidelijk welstellende Noord-Afrikaanse medemens, 'een algérien’.  Zelf begreep ik de logica van vaders redenering niet zo goed.
Eerder had Mireille inderdaad bij haar grootouders gewoond, schuin over ons huis in de Duinenstraat. Zij waren in die straat de eersten die een televisie in huis hadden en wij, straatlopers, verdrongen ons ’s avonds voor het raam om mee te kijken naar de bewegende beelden. Grootvader Vanblaere was beide benen afgezet, wellicht door suikerziekte. De mens jaagde ons daardoor een beetje schrik aan. Van zodra hij zijn kar in beweging zette om ons van voor zijn venster weg te jagen, stoven wij uiteen.
De garage was een plek waar de mannen uit de buurt zich ’s avonds, na de dagtaak, aan de poort verzamelden om er te palaberen: René Olders, Jef alias Tsjeppen en Camiel Rosseel, Georges Cornelis, Robert Vansieleghem, mijn vader… Voor mij waren dat mooie momenten.  Ik mocht er getuige zijn van een mannelijke camaraderie die me ook vandaag nog kan bekoren.  Ook de garage zelf staat me nog levendig voor de geest: de smeerputten waar altijd water in stond en die avontuurlijk oogden, ook omdat we er op ouderlijk bevel ver van moesten wegblijven; de hydraulische brug die er later kwam, het traliehek waarachter de werkbank stond en het materiaal; het bureautje waar het naar rubber en olie rook. Ook zie ik nog de bruine, steile trap die naar het appartement leidde en uitkwam op een halletje.  Rechts ervan was er een veranda-achtige ruimte met stenen vloer die als waskot dienst deed en ook als speelruimte, daar was ook een volière, want Robert kweekte zangvogels.  Ik herinner me de living en zelfs de bruin geverniste lage kast met gebombeerde deuren en centraal de zware eettafel.  Daar heb ik voor het eerst in mijn leven mosselen gegeten. Ik weet nog dat ik al de kleine, bruine stukjes eruit losgepeuterd had omdat ik dacht dat het oogjes waren. 
Ik kwam er veel spelen met mijn nicht en 's avonds liep ik in het donker naar huis, toen nog in de Golfstraat, waarbij ik de 'garre van Cornelis' moest passeren; een donker gat, waar ik voorbij sprintte omdat de dreigende leegte ervan me schrik aanjoeg. Ik schreef er eerder in de blog al een stukje over (http://florsnieuweblog.blogspot.be/2012/04/de-garre-van-cornelis.html).
Later, zo meen ik me te herinneren, werd de garage uitgebaat door ene Hermy, die er zijn naam aan gaf en nu is er niets meer dat aan die garage herinnert, behalve dit stukje in de blog van De Laatste Vuurtorenwachter.
Flor Vandekerckhove

Wie op een van onderstaande labels drukt, vindt elders in de blog nog dergelijke stukken.
Een reactie plaatsen