zondag 23 juni 2013

Edna O’Brien, een meisje van buiten


Edna O'Brien
De Ierse schrijfster Edna O’Brien (°1930) heeft in 2012 haar memoires gepubliceerd. Het boek werd in 2013 in het Nederlands vertaald en uitgegeven als Een meisje van buiten. De titel verwijst naar De buitenmeisjes (The Country Girls, 1962), haar eerste boek.
‘De eerste alinea van mijn roman ging over de angst voor de vader — “Ik werd wakker en zat meteen rechtop in bed. Alleen als ik me ergens zorgen over maak word ik zo gemakkelijk wakker en even wist ik niet waarom mijn hart sneller klopte dan normaal. Toen herinnerde ik het me weer. Dezelfde reden als altijd. Hij was niet thuisgekomen.”
Maar mijn moeder kwam in mijn eerste boek prominent in beeld, van haar was het boek doortrokken. Tijdens het schrijven voelde ik al dat ze het zou afkeuren, omdat ze argwaan koesterde tegen het geschreven woord. “Papier weigert geen inkt”, was een van haar meest sarcastische uitspraken.’ (p.156)
We bevinden ons te midden van het katholieke Ierland dat we kennen uit The Magdalena Sisters, een film over misdadige nonnen die tot in de jaren zestig ongestoord hun gang konden gaan.
Het eerste boek van O’Brien was meteen een schot in de literaire roos, maar de Ierse goegemeente zag dat enigszins anders: ‘De dag van de publicatie was niet anders dan andere dagen, recensies druppelden binnen, lovende woorden, verstoord door geluiden van thuis. Mijn moeder schreef over de reactie van buren, hoe geschokt, gekwetst en vervuld van walging ze waren. Ik had haar een exemplaar gestuurd, maar ze had de ontvangst nooit bevestigd; na haar dood vond ik het in een kussensloop, de aanstootgevende woorden doorgehaald met zwarte inkt. Wanneer ik met de kerst thuis zou komen, zouden velen zich van me afkeren, schreef ze. De directrice van het postkantoor, toevallig en protestantse, liet mijn vader weten dat ik als passende straf naakt door het stadje geschopt zou moeten worden. Stenigen kwam dan later.’
‘In de fragiele toestand was ik gelukkig niet op de hoogte van de correspondentie tussen de deugdzame aartsbisschop McQuaid en de toenmalige minister van Justitie, Charlie Haughey, die het er samen over eens waren dat het boek een en al vuiligheid was en niet in nette huisgezinnen thuishoorde.’ (p.169)
Zoals al die andere kunstenaars die het haar voorgedaan hadden, ontvluchtte Edna O’Brien de beklemming van deze gesloten maatschappij. Wanneer ze er later terugkeert is alles veranderd: ‘De heerschappij van de bisschoppen en hun priesters was voorbij. Er waren net twee rapporten verschenen, het Ryan Report en het Murphy Report, waarin talloze grimmige en pijnlijke details gedocumenteerd stonden over het systematische misbruik van kinderen door priesters, christelijke broeders en zusters, in weeshuizen, wasserijen, novicehuizen en op scholen, gedurende de afgelopen vijftig jaar. De talloze onthullingen over mishandeling, uithongering, kastijding en niet-aflatend seksueel misbruik waren des te schrijnender omdat ze hardnekkig ontkend waren door de samenzwerende Kerk en Staat. Er was ziedende, hartverscheurende woede. Op Paaszondag werden voor de St Mary’s Pro-Cathedral in Dublin de hekken behangen met kinderschoentjes, met zwarte linten omwonden, als symbool van verloren kinderjaren, en op diverse aanplakbiljetten stonden bittere levensverhalen te lezen, (…) Op een ander aanplakbiljet werd het katholieke geloof bestempeld als een “nazigodsdienst”.’ (p.369)
Flor Vandekerckhove

Edna O’Brien, Een meisje van buiten. De Bezige Bij Amsterdam. ISBN 9789023477372. 14,99 euro.
Een reactie plaatsen