vrijdag 6 december 2013

Bobbejaan Schoepen zien en sterven


In Bredene kunnen ze het zich vandaag haast niet meer voorstellen, maar er is wel degelijk een tijd geweest dat daar geen Meeting & Event Center (MEC) bestond. Hoezo, hoor ik u nu luidop vragen, hoe deden ze het daar dan? Waar gingen al die evenementen door, de filmvoorstellingen, theateropvoeringen, shows en schilderijententoonstellingen?
De vraag is interessant, maar valt moeilijk te beantwoorden. We hebben het over een tijd waarin het internet het menselijk gebeuren niet tot in de details vastlegde. Dat betekent evenwel niet dat er in die gemeente geen culturele activiteit te ontwaren viel. In de parochiezaal werd al eens een film gedraaid of er werd een toneelstuk opgevoerd. De harmonie gaf nu & dan van jetje. We kregen regelmatig bezoek van het laatste Belgische circus. Er waren De Lachzaaiers die aan cabaret deden en Nonkel Jerome bezette regelmatig het kiosk alwaar hij zich, lang voor het woord uitgevonden werd, aan stand-upcomedy te buiten ging. In café Monaco werd door de Fiorines al eens een lied aangeheven en in zijn casino deed Bob Benny iets soortgelijks. De jeugd had The Swallows die verdraaid goed de pasjes van The Shadows konden imiteren en voor de ambiance zorgden insgelijks de jaarlijks terugkerende cavalcade, autozegening en lampiontocht richting vuurwerk.
Zelf was ik in die tijd vooral onder de indruk van Bobbejaan Schoepen (1925-1980) die gedurende een aantal opeenvolgende jaren alhier zijn show kwam opvoeren. In een circustent, want, zoals gezegd, het MEC bestond nog niet.
Bobbejaan heette eigenlijk Modest, maar er was niemand die dat wist, want als een Modest gedroeg hij zich geenszins. Zelf durfden we hem al eens Schobbejaan Poepen te noemen, maar alleen als onze ouders niet in de buurt waren.
De aanwezigheid van Schoepen was niet niets. Hij was in die tijd top of the bill en zijn tegenwoordigheid enthousiasmeerde de Bredenaars, jong en oud.  Het begon al met het optrekken van de tent. Wij, straatjongens, mochten dan een handje toesteken. Ho hijs! Ho hijs! Bobbejaan deed daar zelf niet aan mee, want hij verzorgde op dat moment zijn verkoopspromotie door, al bovenop een wit paard gezeten, heel de gemeente te doorkruisen. Vóór ruiter & paard reed een busje met luidsprekers, dat de bevolking sommeerde ’s avonds naar de show te komen kijken. Het geheel had iets weg van De Intrede van Christus in Brussel, weliswaar in een miniversie, maar je mag zeker aan James Ensor denken om het je voor te stellen.
Wanneer wij dat busje in de gaten kregen, lieten we het tentzeil vallen, sprongen op onze fietsjes en probeerden, via alleenlijk door ons gekende sluipwegen, Schoepen in te halen. Het lukte ons zelden, maar toch wel een keer.
Bobbejaan Schoepen, Vlaamse versie van de prins op het witte paard.
Die ene keer is voor mij zelfs van niet gering belang geweest. Ik heb daar namelijk begrepen dat de menselijke psyche een merkwaardig ding is dat de rationaliteit danig in de weg kan staan. 
Dat ging als volgt.  We waren met onze fietsjes tot diep in de Duinenstraat doorgedrongen en daar stonden we buiten asem te wachten op de kleine reclamestoet die zich al van verre via luidsprekers aankondigde. Naast ons stond de moeder van een vriendje. En toen Bobbejaan passeerde, zag ik hoe die moeder een traan moest wegpinken. Had ik haar naakt zien staan, ik had niet méér geschrokken.
Ik was twaalf. Die weggepinkte traan was voor mij niet te duiden. De symboliek van De Prins Op Het Witte Paard was me niet bekend. Maar enige jaren later, toen ik voor het eerst met een feministe in wording onder de lakens wilde kruipen, werd het me duidelijk. Dat meisje, inmiddels een vrouw die ongetwijfeld onbekend wenst te blijven, stond erop me, om onduidelijke redenen, eerst & vooral uit te leggen dat vrouwen geenszins in porno geïnteresseerd zijn. Neen, zei ze, wat porno voor een man is, dat is de romance voor een vrouw; die wordt eerder week bij het lezen van een doktersromannetje. 
Ja, antwoordde ik spontaan, maar ook heel verkeerd, en ook wanneer Schobbejaan Poepen komt. Dat begreep zij dan weer niet. (Het is tussen ons ook niet echt meer goed gekomen.)
Flor Vandekerckhove 
Een reactie posten