dinsdag 24 december 2013

Doeveren


We waren al Spaanse aken gepasseerd, linden, hazelaars, valse acacia’s, ligusters, zomereiken en een Amerikaanse vogelkers.  Aan de bosrand en op de dreefranden tierden wilde kamperfoelie, pitrus, valse salie, en wederik. In de houtkanten kon je brem zien staan, eenstijlige meidoorn en hondsroos. In de buurt van de poelen viel er niet alleen dubbelloof te ontdekken, maar ook struikheide, valse salie, wilgenroosje en gagel.
Ik schrijf al die namen over uit een wandelgidsje, want zelf heb ik er geen idee van hoe valse salie eruitziet en in wat het verschilt van de echte. De liguster kan ik evenmin van de hazelaar onderscheiden en wederik laat me eerder aan een middeleeuwse schildknaap denken dan aan een kruid.
Maar ik wil het toch wel leren, al die dingen, ook wat het dalkruid betreft, want dan zou ik u naar waarheid kunnen meedelen: ‘Het dalkruid vertelde ons dat het bos al oud is.’ Ook dat is informatie uit het foldertje, maar ik zie er toch het begin van een verhaal in, dat zich misschien in de bossen van Vlaanderen afspeelt, in Beernem bijvoorbeeld, en waarbij de plot zich pakweg rond een kasteelmoord ontwikkelt.
Ook met het plantje dat gagel heet, en dat ik in mijn onwetendheid misschien wel vertrappeld heb, kan een schrijver aan de slag, want dat is een aromatische struik die vroeger een belangrijk deel van de gruut was, de voorloper van de hop bij de bierbereiding. Meer heeft een of andere Süskind niet nodig om er een nieuw parfum bij te bedenken.  Gruut, gagel, liguster… Je gaat wandelen om eens van dat schrijven af te zijn en kijk, terwijl de boomvalk in ’t zwerk op boerenzwaluwen jaagt, dringen de verhalen zich aan je op.
Intussen stapten we wel voort. We hadden ’t bos verlaten en liepen op een recht stuk pad dat de grens trekt tussen Loppem en Waardamme. Links was weiland waarop zwarte Ierse koeien van het type galloway hun gevoeg deden. Dat was indrukwekkend, maar mijn oog werd toch aangetrokken door een oude boer die zijn erf verliet en zich een steenworp verder op een bank installeerde.
Langs die bank liep ook het pad dat het domein Doeveren doorkruist en dat we, wandelgidsje in de hand, aan het afstappen waren.  Het was wel duidelijk dat de man op een praatje rekende. Daar viel niet aan te ontkomen.
Terwijl mijn gezellin het momentum vereeuwigde, luisterde ik naar de manier waarop zo’n boer (83) zijn pensioen regelt. Hij van zijn kant toonde veel interesse in ons doen & laten. En of we kinderen hadden. Ja, ’t was wel duidelijk dat we de enigen waren die op deze druilerige herfstdag voorbij zijn bank gepasseerd waren. En dat we nog eens moesten weerkeren.
Eigenlijk zou een mens dat ook eens moeten doen. Maar ja.
Flor Vandekerckhove
Een reactie plaatsen