vrijdag 10 januari 2014

Drie geheimen, deel I


Als een Moldau van Smetana heeft
het zich van hot naar her verplaatst.
Het liefdesleven van sommigen gelijkt op een stilstaand water. Zo’n liefde ligt, zo lijkt het wel, waar ze altijd al gelegen heeft. Op de map der liefdeshistories kun je die plek geblinddoekt aanwijzen, net zoals je met zekerheid weet waar het Meer van Genève ligt of de Lac van Loppem. 
Dat wil niet zeggen dat er niets over te vertellen valt, want stille waters hebben diepe gronden. Ze hebben tegelijk ook ‘t voordeel dat je er de valkuilen van kent, de ondiepten en de zuurtegraad. Je zult er dan ook niet gauw in verdrinken.
Een liefdesleven waarin je niet verdrinken kunt… Ik weet niet wat ik ervan moet denken. Mijn eigen liefdesleven, zo heb ik moeten constateren, kun je bezwaarlijk als een stilstaand water omschrijven. Als een Moldau van Smetena heeft het zich van hot naar her verplaatst, meanderend, moeilijk binnen de oevers te houden, nu eens kabbelend, dan aanzwellend en meer dan eens alles met zich meesleurend; altijd onderweg, altijd anders.
Ook dat heeft voordelen. Je weet niet wat er op je afkomt, maar verrassend is het altijd; je komt al eens op plekken waar je anders niet zou komen; je blijft bewegen, wat goed voor je gezondheid heet te zijn; je leert open te staan voor het nieuwe, het andere, wat Voka een pluspunt noemt. Al die voordelen beletten dan weer niet dat je je onderweg meer dan eens afvraagt of het ook ergens uit zal monden.
Inmiddels is het wel zover. Ook mijn Moldau heeft eindelijk zijn Elbe bereikt en de finale die ik daar mag meemaken moet, zo constateer ik met genoegen, geenszins onderdoen voor deze van Smetana.  Eind goed, al goed.
Ik moest meedelen welke dames ik in gedachten had. 
Dat durfde ik niet bekend te maken.
Een aantal jaren geleden was dat bijlange het geval nog niet. Ik beleefde toen een knipperlichtrelatie. Soms was ’t aan, soms was ’t uit. Dat was iets waarmee ik maar moeilijk om kon gaan. En zo komt het dat ik in de uitfases (die overigens in frequentie en duur voortdurend toenamen) nogal eens op zoek ging naar wat managers een nieuwe uitdaging noemen.
Iemand zei me dat je daarvoor niet eens ’t huis moet verlaten, dat het internet vol zit met bereidwillige dames die zich als potentiële partner presenteren. Dus probeerde ik me daar, via zo’n gespecialiseerde site, een weg naartoe te banen.
Nadat ik mijn leeftijd ingetikt had, moest ik meedelen welke dames ik in gedachten had. Dat durfde ik, ook omdat de NSA meekijkt, niet bekend te maken. Op alle andere vragen antwoordde ik nihil. Werk: nihil, hobby’s: nihil; geslachtsziekten: nihil; haar: nihil. De lijst was daarmee verre van afgewerkt, maar ik gaf er onderweg de brui aan en stuurde het formulier half ingevuld weer op.
Groot was mijn verwondering toen ik ’s anderendaags de Mac opende. Vijfenveertig kandidaten beantwoorden aan uw profiel. Voor mijn begerig oog ontplooide zich een rist foto’s van dames die zich zeer wel konden vinden in het profiel van een man zonder werk, zonder haar, zonder geslachtsziekten en zonder hobby’s.
Omdat mijn meanderend liefdesleven me inmiddels wel geleerd had vrouwen-met-een-hoek-af te detecteren, kon ik al gauw vierenveertig kandidaten elimineren. De overblijvende vrouw was vijf jaar eerder weduwe geworden en vond dat de tijd rijp was om een nieuwe stap in ’t leven te zetten.
Ik bekeek de foto. Een vrouw die overduidelijk vijf jaar in verdriet geleefd had, keek met een triest lachje recht in de lens. Het kan haast niet anders dan dat ze Maria heette. Ik stelde me voor dat de fotograaf haar dochter was. Die wist met haar moeder geen blijf meer. Het internet moest aan de impasse een einde maken.
Rechts werd de ruime wooneenheid op een
verantwoorde wijze onderbroken
door een keukenmeubel dat daar misschien
wel door Donald Muylle geplaatst werd.
De foto moest tonen wat de vrouw allemaal in huis had. Letterlijk. Ze stond naast een tafel waarvan het blad alleen maar spiegelglad genoemd mag worden. Rechts werd de ruime wooneenheid op een verantwoorde wijze onderbroken door een keukenmeubel dat daar misschien wel door Donald Muylle geplaatst werd. Links stond een fauteuil met haakwerkje op de rugleuning. Zelf had ze zondagse kleren aangetrokken. Uit haar profiel vernam ik dat ze aan bloemschikken deed. 
Meer moet ik niet zeggen zeker? Ik klapte het deksel van mijn Mac dicht en besloot deze vernederende ervaring voor iedereen geheim te houden. Meanderend, hotsend, botsend en klotsend trok ik verder langs het ondoorgrondelijke liefdespad dat de goede God in al Zijn wijsheid voor mij uitgestippeld had. 
Nu en dan denk ik nog eens aan Maria, in de hoop dat ze inmiddels de geschikte man gevonden heeft waarmee het goed dobberen is op haar eigen, spiegelgladde Lac van Loppem.
Flor Vandekerckhove
Een reactie plaatsen